Vrije mening

Zoals bekend staat de vrijheid van meningsuiting in Nederland de laatste jaren flink onder druk. Simpel gezegd komt het erop neer dat we, uit angst voor de consequenties, selectief zijn geworden met onze kritiek, met name op religies. Over de Bijbel en de God van de christenen kun je zeggen wat je wilt. Dat is al zo sinds 1966, toen Gerard Kornelis van het Reve schreef: „Als God zich opnieuw in de Levende Stof gevangen geeft, zal Hij als Ezel terugkeren, hoogstens in staat een paar lettergrepen te formuleren, miskend en verguisd en geranseld, maar ik zal Hem begrijpen en meteen met Hem naar bed gaan, maar ik doe zwachtels om Zijn hoefjes, dat ik niet te veel schrammen krijg als Hij spartelt bij het klaarkomen.”

Wie nu, ruim veertig jaar later, zoiets zou schrijven over Allah en een geit, zou meteen bodyguards moeten inhuren.

Die inperking van de vrijheid van meningsuiting begint inmiddels ook taalkundige gevolgen te krijgen. Onlangs was het weer raak in deze krant. Na verschijning van de film Fitna werd bewoners van een Rotterdamse volkswijk om hun mening gevraagd. Het bleek al moeilijk om mensen te vinden die iets wilden zeggen. Pas na twintig keer aanbellen stemden twee Rotterdammers toe – andere buurtbewoners waren te bang. Uiteindelijk kregen wij de mening te lezen van Hetty, 57 jaar oud. Wat vond zij van Fitna? „Heel goed en heel mild. Ik denk dat Wilders niet eens echt zijn vrije mening heeft gegeven.”

Let wel: Hetty was niet de eerste die het in deze krant had over het geven van een vrije mening. In totaal heeft deze woordcombinatie de afgelopen zestien jaar acht maal in deze krant gestaan. Tweemaal in 1992, één keer in 1994, tweemaal in 2004 en drie keer in 2008.

De laatste vijf keer was er een direct verband met de afgenomen vrijheid van meningsuiting, want in 2004 had vrije mening betrekking op Theo van Gogh, die toen net was vermoord, en in 2008 was er telkens een verband met Fitna.

Nou is acht keer niet veel, maar als je deze woordcombinatie nazoekt in de andere dagbladen is het beeld meteen duidelijk: vrije mening is met honderden vindplaatsen flink aan het oprukken.

Mij komt vrije mening nog erg vreemd voor. Je geeft ergens je mening over of je houdt je mond. Als ik vrije mening hoor, denk ik meteen: bestaat er dan ook zoiets als een onvrije mening?

De opmars van vrije mening doet mij denken aan die van zinloos geweld. De woordcombinatie zinloos geweld kreeg pas in 1997 landelijke bekendheid, nadat Meindert Tjoelker in Leeuwarden door een groepje jongens was doodgeschopt. Inmiddels zijn we helemaal aan deze combinatie gewend geraakt – er is helaas nogal wat zinloos geweld –, maar aanvankelijk stelde menigeen zich geërgerd de vraag: bestaat er dan zoiets als zinvol geweld?

Het gekke is: vrije mening is pas sinds vier jaar in opmars, hand in hand met meningsvrijheid, maar nu al is er voor sommigen een duidelijk verschil tussen een mening en een vrije mening. Je vrije mening kun je alleen nog aan vrienden of familie kwijt, in een omgeving waar je je veilig weet of waant. In de openbare ruimte en in het debat is het raadzaam om je te beperken tot een mening, liefst behoedzaam geformuleerd.

Ewoud Sanders

Uw mening: www.nrc.nl/woordhoek of sanders@nrc.nl