Verboden woorden

Nicolien Mizee geeft een cursus verhalen schrijven aan de Volksuniversiteit. Ze laat zich inspireren door haar leerlingen. Vandaag over paraplu-woorden.

Als ik nou eens een lijst met verboden woorden maakte, peins ik. En die deel ik elke eerste les uit. Emotioneel. Communiceren. Sociaal. Situatie.

Intussen leest Hanneke voor. Ze is een bleek, mager meisje van dertig met opvallend puntige oren, als een elfje. „Na een negatieve ervaring komt het tot een confrontatie”, eindigt ze en schuift haar schrift van zich af.

Ik knik haar bemoedigend toe. „Iemand commentaar?” vraag ik hoopvol.

„Het is misschien erg dom van me”, zegt Martha. „Maar ik snap er biet van. Erg hè?” Ze giechelt. Ik schiet ook in de lach. Martha is zo zacht en rond als een bol wol. „Die negatieve ervaring”, vervolgt ze. „Wat bedoel je daarmee?”

„Kun je die wat meer toespitsen?” vraagt Ewout.

Nu begint hij ook al zo raar te praten. Het is of Hanneke ons naar een parallel universum vol betekenisloze woorden heeft overgeheveld. Ik vraag me altijd af of mensen die zo praten zélf snappen wat ze bedoelen. En als je er nou twee tegenover elkaar zet? Zouden ze elkáár dan begrijpen?

„Het soort mensen dat de taal niet gebruikt in dienst van de gedachte maar in plaats van gedachten”, zei de Engelse schrijver C.S Lewis daarover.

„Je gebruikt erg veel paraplu-woorden”, zeg ik. „Cognitief. Negatief. Positief. Realiteit. Sociaal. Situatie. Dat is misschien goed voor vergaderingen of beleidsnota’s, maar niet voor een schrijver. ‘Een negatieve ervaring leidt tot een nieuw inzicht’. Dat betekent alles en tegelijkertijd helemaal niets. Piet loopt tegen een lantaarnpaal op. Hij komt tot het inzicht dat hij voortaan beter uit moet kijken op straat. Annemie koopt een draadloos netwerk. Ze komt tot het inzicht dat dat niet werkt.”

„Ik moet meer specificeren”, begrijpt Hanneke. „Ja”, zeg ik, een beetje uit het veld geslagen. Nou gaat ze mijn woorden ook overzetten in onbegrijpelijkheid. „Specificeren. Duidelijk maken. Zodat ik het vóór me zie.”

„Ik heb in de gezondheidssector gewerkt”, zegt Martha. „Daar praat iedereen zo. En na een maand doe je het ook! Gisteren nog vraagt iemand naar mijn zoon. En ik zeg: Cognitief is het nog zwak. Ik bedoel natuurlijk gewoon dat hij dom is. Hij kan niet leren. Maar dat vind ik zo erg, hè. Dus dan zeg ik maar cognitief. Dan lijkt het minder erg.”

„Nooit woorden met een Latijnse afkomst gebruiken”, zegt Ewout laconiek. „Die deugen niet.”

„Maar begrijp je nu wat je te doen staat?” vraag ik aan Hanneke. „Kun je vooruit, de komende week?”

„Ik moet de handeling van het personage toelichten”, zegt ze.

„Als je nou eens in Jip en Janneke-taal uitlegt wat er gebeurt”, zeg ik, een beetje wanhopig. „Denk je dat je dat kunt?”

Ze knikt dromerig. „Ze heeft een negatieve moederbinding”, zegt ze plotseling. „Mijn hoofdpersoon. Ze is getraumatiseerd vanuit haar jeugd. Daardoor komt het. Door haar moeder.”

Er blinkt iets op de bodem. Moeder. Dit gaat lang duren. Maar als het lukt om moeder boven water te krijgen, is er meer gewonnen dan alleen een verhaal.