Broodje Beton, de privatisering van de politiek

Broodje Beton Tekening Ruben L. Oppenheimer
Broodje Beton Tekening Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

Redacteur NRC Handelsblad

Minister Hirsch Ballin gaat minder-dan-12-jarigen ’s avonds door de politie laten thuisbrengen. Minister Klink wil meer baby’s laten borstvoeden. Wat een aardig land. De Tweede Kamer debatteerde donderdag na vijven nog over maatwerk in het ‘reïntegratietraject’. Waarom schreef oud-minister Marcel van Dam donderdag dan dat Nederland in een permanente crisis verkeert? Waarom waarschuwde de vicepresident van de Raad van State woensdag dat de democratische rechtsstaat achter de horizon verdwijnt?

Zelfs de kredietcrisis gaat voorlopig aan ons voorbij, en toch gist het. De één wijt het aan een om zich heen grijpend gebrek aan beschaving, dat nu ook het spreekgestoelte van de Tweede Kamer heeft bereikt. De ander geeft té massale immigratie de schuld. Het vierde kabinet-Balkenende worstelt, maar het is de vraag of het ooit bovenkomt. De aanhangers van Fortuyn, Wilders, Verdonk en Marijnissen vullen een reservoir aan onvrede dat zomaar over de dijk kan spoelen.

De ‘gevestigde’ politiek leeft in geleende tijd. Alle Samen-spraak zou nú ergens toe moeten leiden. Maar bewindslieden van Verkeer en Belastingzaken moeten steeds uitleggen waarom projecten die zij zelf niet opzetten weer vertraging oplopen. Die zijn ergerlijk en duur en veroorzaken twijfel aan de effectiviteit van de overheid én de vertegenwoordigende politiek – deels ten onrechte: de grootste politieke krachtpatser kán zulke projecten niet binnen één ambtstermijn realiseren.

Het Onbehagen dat gestaag uitgroeit tot Verzet wordt het meest gevoed door minder zichtbare maar diep doorwerkende Grote Projecten. De Tweede Kamer spreekt volgende week over de reeks ‘vernieuwingen’ die het onderwijs hebben ontregeld. Zij zijn ingevoerd met hulp van een mentaliteitspolitie in spijkerpak. Niet alleen het doel, ook de middelen waren heilig, ondanks de zalvende woorden die sommige betrokkenen er nu over spreken.

De meest ingrijpende ‘vernieuwing’ is die van de Overheid zelf. Vicepresident Tjeenk Willink zegt deze week in zijn inleiding op het jaarverslag van de Raad van State dat in de term ‘overheid’ veel ligt besloten van de problemen die de onderwijscommissie-Dijsselbloem aansneed. Niemand weet meer wat ‘de overheid’ precies is. Regering, openbaar bestuur, ambtenarij, of toch ook volksvertegenwoordiging en rechter?

De vervlechting van overheid en markt heeft het onderscheid vervaagd. Taken zijn verzelfstandigd, of helemaal geprivatiseerd, maar als er iets hapert aan de vervulling wordt de overheid er toch op aangekeken. ‘Overheid’ is synoniem geworden voor ‘die hele soepzooi in Den Haag’.

Met opvallende argeloosheid heeft men hier het door Reagan en Thatcher belichaamde idee-fixe omhelsd van de Markt-die-alles-het-beste-regelt. De IJzeren Dame maakte in de jaren 80 van haar moegestaakte vaderland, Europees kampioen achterstallig onderhoud, een welvarend klein-Amerika. Ronald Reagan schitterde in die zelfde tijd in zijn rol van economische bevrijdingstheoloog én tegenpool van het vermolmde sovjetblok.

Maar Reagans noch Thatchers missie had veel te maken met de sterke en zwakke kanten van de Nederlandse gesprekseconomie. Wij waren nijver en bereid ‘om de tafel te gaan zitten’. Bij ons geen stokers op de elektrische trein. En toch blies die privatiseringswind, mét vertraging, heviger in ons land dan bij de meeste buren. De Europese Unie koos voor alle lidstaten een neoliberale allesreiniger. Die was veel meer bedoeld voor de mediterrane flank, maar onder Paars kreeg het marktdenken hier vleugels.

Toen is de bizarre ontwikkeling op gang gekomen waar we nog midden in zitten. Met een bijna Oost-Duitse ijver is de hele zolder met overheidstaken te koop gezet, en waar dat niet kon, is pseudo-privatisering toegepast. Alleen ‘het proces’ en ‘het politieke’ bleven core business van ‘Den Haag’. De macht was verneveld. En dat terwijl de intake van nieuwe aanspraken op overheidsgarantie tegen ongemakken doorging.

De makers van De Nieuwe Overheid hebben vooraf niet goed genoeg nagedacht over de rol van de staat in de 21ste eeuw. Niemand had kennelijk voorzien dat deze race naar de kassa het hele systeem van politieke verantwoordelijkheid zou uithollen. Er kon altijd nog een Autoriteit of een Agentschap tegenaan worden gezet. Zo is in korte tijd is een hele Toezicht-industrie opgebouwd.

Tjeenk Willink schetst al langer waar we met dit alles terecht zijn gekomen. Men knikt instemmend en holt naar het volgende seminar over verandermanagement. In een land met steeds minder ideologische ankers concurreren politieke partijen met hun vlotste poppetjes én met aanspraken op bestuurlijke competentie. Volksvertegenwoordigers en bewindslieden om het hardst. Door een gebrek aan afstand tot het bestuur staan Kamerleden met lege handen als er weer iets mislukt.

De Nederlandse overheid is als een broodje zacht open asfaltbeton geworden. Twee identieke zachte happen met een toegankelijk lijkende harde laag ertussen. Tjeenk Willink spreekt over „de tussenlaag van ambtenaren en deskundigen, rekenmeesters en onderzoekers, communicatiedeskundigen en toezichthouders, (commerciële) adviseurs en (proces-)managers. Deze laag plaatst zich tussen politiek verantwoordelijke ministers enerzijds en de werkers in de eerste lijn (de leraar, de dokter, de politieagent) anderzijds”.

Deze tussenlaag heeft bedrijfsmatige en bureaucratische gewoontes samengesmeed tot een nieuw overheidsdenken. ‘De politiek’ mag er problemen instoppen, maar heeft weinig zeggenschap over de aanpak. Als die tegenvalt agendeert ‘de politiek’ een kwestie opnieuw. Dan krijg je het machteloze spektakel van een verantwoordelijke outsider in de rang van staatssecretaris die belooft ‘de regie’ op zich te nemen over het OV-chipkaartproject. Of een vicepremier die ook uw kinderen in zijn elektronische botaniseertrommeltje wil stoppen. Voor als zij ontsnappen aan de thuisbrengservice van Justitie.

Politici die competent willen lijken zijn juist daarin afhankelijk geworden van hun dominante dienaren. Zij zijn gedoemd hun tanden stuk te bijten op die tussenlaag van procesartiesten. Bewoners van die tussenlaag zijn geen inherent slechte mensen. Zij hebben, bij gebrek aan duidelijke politieke instructies, een eigen logica ontwikkeld. Daarin is het normaal dat de sociale dienst in Maastricht uitkeringsgerechtigden onder druk heeft gezet om op kosten van de gemeente een reïncarnatietherapie te volgen. Volgens het dagblad De Limburger kregen weigerachtige cliënten te horen dat hun opstelling consequenties zou hebben voor hun uitkering. Maatwerk in het reïntegratietraject.

Wilt u reageren? Schrijf de auteur: opklaringen@nrc.nl of neem online deel aan de discussie op nrc.nl/chavannes (Die reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie).