Verdi’s koningsdrama fascineert ook in het heden

Riccardo (Roberto Aronica) en persoonlijk assistente Oscar (Rosemary Joshua). Zo gedetailleerd is deze productie dat zelfs het webadres echt bestaat; het linkt door naar de abonnementensite van De Nederlandse Opera Foto Monika Rittershaus Rosemary Joshua (Oscar), Roberto Aronica (Riccardo), Andrzej Dobber (Renato)
Riccardo (Roberto Aronica) en persoonlijk assistente Oscar (Rosemary Joshua). Zo gedetailleerd is deze productie dat zelfs het webadres echt bestaat; het linkt door naar de abonnementensite van De Nederlandse Opera Foto Monika Rittershaus Rosemary Joshua (Oscar), Roberto Aronica (Riccardo), Andrzej Dobber (Renato) Rittershaus, Monika

Opera Un ballo in maschera van G. Verdi door De Ned. Opera/Rot. Phil. Orkest o.l.v. Carlo Rizzi. Regie: Claus Guth. Instudering: Saskia Bladt. Decor: Christoph Sehl. Gezien: 10/4 Het Muziektheater, A’dam. Daar t/m 4/5. www.dno.nl

Wat zou George Bush vinden van Verdi? Of Balkenende, of Berlusconi? Zouden ze zich herkennen in de eigentijdse politieke parabel die regisseur Claus Guth maakt van Verdi’s Un ballo in maschera? Verdi baseerde zich op de moord op Koning Gustaaf III van Zweden (1792), maar de koning werd een graaf, en de handeling verplaatste naar Boston. Wat maakt het ook uit. Guth onderstreept juist de plaats- en tijdloosheid van Verdi’s koningsdrama. Bij de première in Frankfurt (2005) deed zijn enscenering denken aan de locale verkiezingen. Nu, in Amsterdam, kun je je associatie zelf uitkiezen.

De titel zegt het al; het draait om persoonsverwisselingen in deze Ballo, die gisteren in het Muziektheater met veel bravo’s en on-Hollands veel open doekjes in première ging. En wel op alle niveaus. Tenor Rolando Villazon maakte eerder bekend de hoofdrol terug te geven vanwege overbelasting, regisseur Richard Jones liet eveneens verstek gaan. Als alternatief werd de bestaande productie uit Frankfurt vertaald naar het Muziektheater, wat zoveel technische aanpassingen vereiste dat de aanduiding ‘nieuwe productie’ in het programma niet geheel onwaar is.

Un ballo in maschera is een ‘melodrama’, dat zijn kracht ontleent aan een dubbel chiaroschuro. Muzikaal in de afwisseling van drama en écht komische passages, theatraal door het botsen van het publieke en het persoonlijke leven van machthebber Riccardo, bezegeld door de noodlottige maar valse beschuldiging van overspel met Amelia, de vrouw van zijn beste vriend Renato (een reliëfrijke rol van Andrzej Dobber).

Verdi zapt figuurlijk tussen lach en doem, Guth – product van de televisiegeneratie – doet dat letterlijk. De oer-productie speelde zich af op een draaitoneel dat te groot was om hier over te nemen, en dus zijn de decors nu naast elkaar geplaatst. Maar de werking blijft gelijk. Verdi geeft in de finale de moord op Riccardo diepte door doodstonen te verweven met het frivole strijkje op het gemaskerde bal. Guth visualiseert dat contrast én de gelijktijdigheid; links zien we en horen we nog de wufte rococosfeer van het bal, rechts domineert het onttakelde vinexkantoor van Riccardo, begeleid door ijle, doodse orkeststemmen.

Door de inventiviteit waarmee Guth zijn concept heeft uitgewerkt, wringt zijn eigentijdse enscenering nergens met het libretto. Hilarisch is meteen al de openingsscène; terwijl het ambtenarenapparaat zich in een zijkamer verdringt, schrikt Riccardo (Roberto Aronica) als de immer paraat staande politicus wakker op zijn Mies van der Rohe-lounger; ‘Amici!’. Page Oscar – een muzikaal al vrij huppelig gekarakteriseerd personage – is een frisse persoonlijk assistente in kokerrok, strak en met humor gezongen door sopraan Rosemary Joshua. Waarzegster Ulrica, mysterieus belichaamd door de diepe alt Marianne Cornetti, is een allochtone schoonmaakster in het presidentieel kantoor; haar voorspellende ascirkel wordt hier gestrooid met vim.

Dirigent Carlo Rizzi wijst het Rotterdams Philharmonisch Orkest goed de weg in Verdi’s woud van licht en duister, al zou er soms nog dieper in de kleurdoos kunnen worden getast. Maar de lage strijkers klinken gloedvol, en de timing met het podium pakt, hoe lastig ook, veelal goed uit.

Roberto Aronica is met zijn krachtige tenor en heersersfysiek niet de meest sensuele Riccardo denkbaar, maar hij overtuigt volkomen als goedbedoelende politicus. Sopraan Tatjana Serjan blijkt met haar gevoileerde timbre en erg hoge intonatie in het topregister een on-Italiaanse Amelia; het vermaarde liefdesduet tussen beiden klinkt daardoor eerder potent dan poëtisch. Maar naar de eerder aangekondigde Villazon of regisseur Jones doet deze Ballo nergens verlangen; daarvoor is hij té bijzonder als voorbeeld van ultraperfectionistisch regietheater dat klopt tot in de details.