Turen in de diepste diepte van het brein

Gaétan Soucy: De Onbevlekte Ontvangenis. Vertaald door Han Meijer. Querido. 285 blz. €18,95

Sommige schrijvers laten je regelrecht in de hel afdalen, een particuliere hel waarin je doodsangsten uitstaat en waaruit je hijgend van alle verschrikkingen die je hebt meegemaakt, gehavend weer te voorschijn komt. Zo iemand is de Frans-Canadese schrijver Gaétan Soucy.

Wie zijn eerdere werk las, weet waar hij aan begint bij het openslaan van De Onbevlekte Ontvangenis. Zijn vorige in het Nederlands vertaalde romans, Het meisje dat te veel van lucifers hield en zijn magnum opus Music Hall!, waren ook bepaald geen aardige, onderhoudende of romantische bouquetreeks-deeltjes. Toen de auteur een paar jaar geleden in Nederland was, trok een boekhandelaar zijn uitnodiging aan hem in na zelf een boek van Soucy te hebben gelezen. Een dergelijke gruwel kon hij zijn klanten met goed fatsoen niet aanbevelen.

Natuurlijk, je moet als lezer van Soucy stevig in je schoenen staan. Maar zelden kom je een schrijver tegen voor wie het ultieme criterium van ‘de noodzaak van het schrijven’ intenser geldt dan voor deze docent filosofie uit Québec. Soucy schrijft met zijn hele hebben en houden, hij toont ons zijn angst, laat ons zijn nieren proeven en jaagt openlijk de kwade schimmen na die zich in zijn brein bevinden. Hij kijkt in de kloof die anderen liever mijden.

Verminkte kinderen, een harteloze opvoeding, uit elkaar gerukte tweelingen, vuur, as en de wurggreep van de rooms- katholieke kerk zijn thema’s in Soucy’s werk. Hij is duidelijk een erfgenaam van het soms even macabere oeuvre van Anne Hébert, de eerste grote Québécoise schrijfster in de nog zo jonge literatuur van Canada’s franstalige provincie. Ook haar personages worstelden met de wurggreep van de rooms-katholieke kerk, ook zij verkeerden vaak in immense geestelijke en lichamelijke kou en diepe armoede. Bij haar bleef je als lezer eveneens met raadsels achter, haar taal was net zo krachtig, hard en soms dubbelzinnig als bij Soucy.

In De Onbevlekte Ontvangenis duiken we eveneens in een verwrongen gedachtenwereld. Hoofdpersoon Remouald Tremblay krijgt niets cadeau in het leven. De autistische bankbediende die zijn stiefvader in een rolstoel voortduwt door de ruïnes van een afgebrand lokaal van lichte zeden, was ooit een buitengewoon intelligente jongen die ‘een ziel had die je als een kat in het gezicht sprong’ en die met zijn vragen meneer pastoor tot wanhoop dreef. ‘Gedachten waren voor hem geen dode bladeren; hij voelde ze leven, warm, trillend als een mus die je in je handen houdt’. Hij was ooit een jongen die in staat was ‘een huivering van geluk’ te voelen, ‘alsof je op een zomerochtend midden in een sinaasappel zat’.

Nu hangt er een vunzige sfeer van ontucht om hem heen en weet alleen het aan hem toevertrouwde meisje Sarah, symbool van pure onschuld, hem nog te raken. Sinds zijn vader bij een brand om het leven kwam, is zijn bestaan beheerst door waanzin, angst en tucht, een discipline die hem heeft ontmenselijkt. Net als Soucy’s andere personages is hij een wassen pop geworden in handen van degenen die de macht hebben, internaten besturen, die het lot van door verdriet waanzinnig geworden moeders bepalen, weeskinderen in een tehuis stoppen.

Bij dergelijke verminkte kinderzielen krijgt het kwaad vrij spel: Remouald is een naïeve buitenstaander, een man van kwetsbare puurheid die verwordt tot een marionet in handen van anderen. ‘Hij had altijd het gevoel dat hij de klappen die hij kreeg ook verdiend had, waar ze ook vandaan kwamen’. Ook de schooljuffrouw en de begrafenisondernemer spelen bizarre rollen in dit duistere universum dat veel weg heeft van Blauwbaards burcht.

Door verhaallijnen door elkaar te weven, de chronologische volgorde door elkaar te husselen en bijbelse en filosofische kwesties aan de orde te stellen, voert Soucy de spanning op. Voortdurend stelt hij vragen van schuld, dood en vergiffenis, van hel, verdoemenis en verlossing. Weinig schrijvers kijken zo onvervaard in de bek van het monster dat hen binnen luttele seconden zal verscheuren.