Papa, waar zijn de koeien heen?

Het overgrote deel van de Nederlanders wil dat de koeien in de wei staan.

Maar intussen houden steeds meer boeren hun koeien op stal, voor het geld.

Acht jaar geleden sloegen wij onder de kop ‘De melkkoe hoort in de wei thuis en niet in de stal’ (NRC Handelsblad, 18 april 2000) alarm over het feit dat een kleine, maar groeiende groep veehouders hun koeien het hele jaar op stal hield. Zo wilden zij op arbeid besparen en de productie per koe verhogen. De teloorgang van de meest karakteristieke eigenschap van het Nederlandse landschap dreigde.

Het artikel maakte veel discussie los. Talloze organisaties kwamen in beweging: de Dierenbescherming, Stichting Natuur en Milieu, Milieudefensie en Wakker Dier. Zij voerden campagnes en zetten de zuivelindustrie en supermarkten onder druk om weidegang te garanderen. Aanvankelijk zonder succes. Zuivelfabrikanten en supermarkten bleven passief.

De eerste kentering kwam in 2002, toen kaasmaker CONO uit de Beemster zijn veehouders een toeslag ging betalen voor weidegang. Dat was ook goed voor de kwaliteit en de smaak van de kaas, stelde het bedrijf. In 2006 volgde zuivelgigant Campina. Deze coöperatie betaalde zijn leden 1 cent per liter meer voor de melk van koeien die weidegang kregen en een hoger percentage onverzadigde vetzurenen bevatte. Dat leverde Campina de steun op van de Stichting Natuur en Milieu, het Wereldnatuurfonds en Solidaridad.

De andere zuivelgigant, Friesland Foods, kon natuurlijk niet achterblijven en kwam in 2007, gesteund door Natuurmonumenten, op de markt met ‘weidemelk’. Alle veehouders met koeien in de wei krijgen een toeslag van 0,5 eurocent per 100 liter melk. Ook richtte Friesland Foods de Stichting Weidegang op, die weidegang moet stimuleren. Daarin participeren onder meer Albert Heijn en het ministerie van Landbouw. Het ministerie betaalt de training van voorlichters die veehouders helpen kiezen tussen wel of niet weiden.

Maar anno 2008 laat het aantal koeien in de wei nog steeds sterk te wensen over. Het aantal melkkoeien in Nederland is met circa 6 procent gedaald, doordat veehouders minder koeien nodig hebben om het melkquotum te halen. En het percentage boeren dat de koeien op stal houdt, is verdubbeld van 10 naar 20 procent. Bovendien staan de koeien ook steeds minder uren per dag in de wei.

Uitzicht op verbetering is er ook al niet. In de vakbladen domineren stalsystemen waarin koeien niet meer buiten komen. De veevoerindustrie adviseert veehouders om hun koeien binnen te houden, om zo meer veevoer te kunnen verkopen. Ook de melkrobot, die rendabeler is als de koeien op stal blijven, zet zijn opmars voort. En de EU wil de melkquota afschaffen. Dat geeft een nieuwe impuls aan schaalvergroting zodat weidegang minder rendabel wordt.

Ook de milieu- en klimaatproblematiek wordt in stelling gebracht. Inderdaad kan de veehouder met de koeien op stal gemakkelijker voldoen aan de Europese Nitraatrichtlijn. Maar daar staat tegenover dat de emissies van ammoniak en broeikasgassen op de meeste bedrijven eerder zullen toenemen dan afnemen. Met de koeien op stal kun je weliswaar meer methaan uit de mest benutten in biogasinstallaties, maar nog altijd komt de meeste methaan uit de pens. Als je die wilt afvangen, heb je een hermetisch gesloten stal nodig met luchtwassers. Maar die gebruiken zoveel energie dat de klimaatwinst al snel teniet wordt gedaan door de extra uitstoot van CO2.

Intussen blijkt uit diverse enquêtes wel dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders de koe in de wei wil houden. Alle politieke partijen, en zeker ook Trots op Nederland (ToN), zouden er stemmen mee kunnen winnen. De meeste consumenten, ook de Duitse, zeggen bereid te zijn voor ‘weidemelk’ extra te betalen.

De koe kan dus in de wei blijven grazen. Maar dan moeten de verschillende belanghebbenden veel beter gaan samenwerken. De zuivelindustrie zou naast weidemelk en -yoghurt ook weidekaas op de markt kunnen brengen, en ‘weideboeren’ een toeslag kunnen betalen. Ook zouden supermarkten extra kunnen betalen voor ‘weideproducten’. De overheid zou daarnaast fors moeten investeren in milieu-innovaties in extensieve bedrijfssystemen. Ze zou bovendien de subsidies die veehouders uit Brussel krijgen, moeten verbinden aan de voorwaarde dat de koeien buiten komen. De veevoerindustrie zou het ontmoedigen van weidegang moeten staken. En desnoods delen de non-profitorganisaties prikken uit naar achterblijvende zuivelaars, bijvoorbeeld via radiospotjes.

Alleen als er echt werk van wordt gemaakt, kan Nederland met een duurzame melkveehouderij zijn meest karakteristieke landschap behouden: de koe in de wei.

Wouter van der Weijden en Frits van der Schans werken bij het Centrum voor Landbouw en Milieu te Culemborg.