Kamer laakt omgang met integriteit bij Belastingdienst

Belastingambtenaren zijn gestraft omdat ze een nevenfunctie bekleedden bij een organisatie die fiscaal in de fout ging. De directeur-generaal lijkt in net zo’n geval vrijuit te gaan.

Voor de voorzitter van amateurvoetbalclub Stiphout-Vooruit uit het Brabantse Stiphout, bij Helmond, was de directeur-generaal van de Belastingdienst in 2002 onverbiddelijk.

De man, manager bij een belastingregio, zou voorwaardelijk ontslagen worden omdat hij de integriteitsregels schond. Hij had werkzaamheden verricht „bij een organisatie die zijn fiscale verplichtingen niet nakwam”.

Stiphout-Vooruit had volgens de Belastingdienst namelijk te weinig loonbelasting en btw afgedragen. De fiscus legde een correctie op van 73.712 euro, inclusief boete.

Kamerlid Frans Weekers (VVD) kent de kwestie niet, zegt hij. Wel weet hij dat de Belastingdienst een ambtenaar uit de belastingregio Randmeren verbood penningmeester van een duivensportvereniging te worden. Het is een van de berichten die hij kreeg, na het nieuws van anderhalve week geleden dat de directeur-generaal van de Belastingdienst, Jenny Thunnissen, zelf jarenlang met een bijbaan de integriteitsregels van de dienst niet heeft nageleefd.

Weekers: „Ik hoor nu dat bij belastingambtenaren de indruk bestaat dat de integriteitsregels niet gelden voor de directeur-generaal.”

De directeur-generaal bleek sinds 2001 een betaalde bijbaan te hebben als lid van de raad van toezicht van een ziekenhuis dat 216.000 euro btw via een leasemaatschappij ontweek. De fiscus legde de leasemaatschappij een naheffing en een boete op, maar trok die na een schikking weer in. Thunnissen was tijdens de belastingontwijking belast met het financiële toezicht, als lid van de financiële commissie.

Met haar bijbaan heeft Thunnissen, zo meldde deze krant, de integriteitsregels van de dienst geschonden. Daarin staat dat het „zonder meer verboden” is nevenwerkzaamheden te verrichten bij „organisaties die hun fiscale verplichtingen niet nakomen”. Vanaf mei 2005 wist Thunnissen, naar eigen zeggen, dat het ziekenhuis het betalen van btw wilde omzeilen. Maar ze behield haar bijbaan. Nadat de feiten in de publiciteit waren gekomen, legde ze de bijbaan neer. Het ziekenhuis besloot met terugwerkende kracht de btw te betalen.

De kwesties Stiphout-Vooruit en Thunnissen lijken op elkaar. Bij Stiphout-Vooruit was uiteindelijk het grootste verwijt dat de ambtenaar bij zijn leidinggevende geen opgave gedaan had van zijn voorzitterschap. Hij had eerder wel gemeld secretaris te zijn (en daarvoor toestemming gekregen). Volgens de directeur-generaal had hij de functieverandering moeten melden en was sprake van plichtsverzuim. De rechter was het hiermee eens.

Thunnissen was vanaf 2001 lid van de raad van toezicht van het ziekenhuis. In 2006 werd ze vicevoorzitter en lid van de financiële commissie. Uit de informatie die het ministerie over de kwestie aan deze krant verstrekte, blijkt nergens dat ze deze functieverandering gemeld heeft aan de staatssecretaris. Ook maakte Thunnissen geen melding van de functieverandering in haar verplichte opgave van nevenwerkzaamheden.

Staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA) wist tot begin vorige maand niet dat het ziekenhuis, waar zijn directeur-generaal financieel toezicht hield, constructies had om btw te omzeilen én dat de fiscus die had aangepakt. Daarover werd hij geïnformeerd door Thunnissen, nádat de krant vragen gesteld had, geeft het ministerie toe.

Kamerlid Weekers vindt dat er „met twee maten gemeten” wordt: „Belastingambtenaren zijn om minder dan het vergrijp van de directeur-generaal gestraft.” Sinds 2000 is tegen 17 ambtenaren opgetreden wegens ongeoorloofde nevenwerkzaamheden, aldus de Belastingdienst.

De straf voor de voorzitter van Stiphout-Vooruit werd uiteindelijk omgezet in een verplaatsing naar een lagere functie. De rechtbank Den Bosch vond de straf in 2005 juist: „Niet ondenkbeeldig is dat de onkreukbaarheid van de Belastingdienst in gevaar komt, wanneer twijfel bestaat of een organisatie waarvoor een medewerker van de Belastingdienst nevenwerkzaamheden verricht, zich aan zijn verplichtingen op belastinggebied houdt.” Dit gold in het bijzonder voor de betrokken ambtenaar „die als leidinggevende een voorbeeldfunctie had”.

De Kamercommissie Financiën vroeg staatssecretaris De Jager twee weken geleden om opheldering over de bijbaan van de directeur-generaal. Voordat De Jager daarop gereageerd heeft, blijkt de ambtelijke leiding van het departement Financiën zich al achter Thunnissen te hebben opgesteld.

De bestuursraad (secretaris-generaal, diens plaatsvervanger en de vier directeuren-generaal) schreef vorige week in een bericht aan alle ambtenaren: „De feiten rechtvaardigen die twijfel [aan de persoonlijke integriteit, red.] in het geheel niet en de berichtgeving is daarom buitengewoon grievend. [...] Jenny Thunnissen verdient het niet om zo in opspraak gebracht te worden.” Ook het management van de fiscus, de groepsraad, stuurde alle 30.000 ambtenaren een soortgelijk bericht.

Weekers noemt de actie van de ambtelijke top „merkwaardig”: „De bestuursraad heeft geen enkel gevoel voor de politieke context. Dit is een ernstige zaak. Wat hier gebeurt deugt niet. Er moet orde op zaken gesteld worden, en dat kan maar één man doen: De Jager.”

Bij een Kamermeerderheid bestaat verontwaardiging over de handelwijze van Thunnissen en over de actie van de ambtelijke top.

Ewoud Irrgang (SP): „Hier lijkt met twee maten te worden gemeten, en dat kan niet. Een hogere ambtenaar kan niet minder zwaar gestraft worden dan een lagere. Het omgekeerde ligt, wegens de voorbeeldfunctie, meer voor de hand.” Volgens Irrgang lijkt de positie van de directeur-generaal „onhoudbaar, juist wegens de voorbeeldfunctie die zij heeft”.

Eind vorig jaar vroeg de VVD-fractie al om het vertrek van de directeur-generaal, toen in verband met de grote problemen waarmee de Belastingdienst kampt.

Paul Tang (PvdA) noemt het „een terechte vraag” of de directeur-generaal kan aanblijven. „Maar het is niet aan de Kamer om daar antwoord op te geven. De staatssecretaris gaat daarover. Het is wel verrassend om te zien dat vanuit bestuurs- en groepsraad de voorbeeldfunctie niet onderschreven lijkt te worden. Hier is het laatste woord nog niet over gezegd.”

Ook Kees Vendrik (GroenLinks) heeft „met verbazing” gezien dat de ambtelijke top reageert vóórdat De Jager een oordeel kon geven. „Dat is buitengewoon onverstandig. In deze zaak kun je bovendien onmogelijk concluderen dat er niets aan de hand is. De Jager dient ervoor te zorgen dat de integriteitsregels gehandhaafd worden. Daarbij geldt: hoe hoger de ambtenaar, hoe zwaarder het weegt.”

Lees de bijbehorende documenten en eerdere artikelen over de Belastingdienst op nrc.nl/belastingdienst. Reacties naar belasting@nrc.nl