Ik improviseer in mijn gedachten

Jan Jaap van der Wal is cabaretier.

Elke vrijdag een gesprek over hoe iemand zich ontspant en weer oplaadt.

Foto Bob van der Vist Jan Jaap van der Wal voor NRC next
Foto Bob van der Vist Jan Jaap van der Wal voor NRC next 1996-98 AccuSoft Inc.

Vanaf deze maand had cabaretier Jan Jaap van der Wal (28) langs de Nederlandse theaters moeten reizen met zijn nieuwe programma Zonder Band. Hád, want zijn zesde soloprogramma is uitgesteld tot na de zomer. De cabaretier is na zijn oudejaarsconference Onderbewust even helemaal leeg. In een brief aan de theaters schrijft hij: „Ik heb gemerkt dat nu de oudejaarsconference langzaam uit mijn systeem is, de batterij nog niet zodanig is opgeladen dat ik met goed fatsoen een geheel nieuw en hopelijk goed programma op de planken kan brengen.” Tijdens dit interview vult hij aan: „De vermoeidheid zit in mijn hoofd en lijf. Dan is het het beste eerlijk te zijn tegenover jezelf.”

Wat is er aan de hand?

„Het nieuwe programma moet anders worden dan de oudejaarsconference. Niet weer een programma over de wereld, het nieuws en de actualiteiten. Dan word je al gauw ‘dat nieuwsmannetje’. Ik wil vernieuwen en niet even snel een lulprogrammaatje tussendoor maken. Daarom ben ik blij met die extra maanden die ik nu heb gekregen.”

En als het over een paar maanden nog niet is gelukt?

„Die druk moet je jezelf niet opleggen. Ik moet er vertrouwen in hebben dat het goed komt.”

Tussen het einde van je vorige programma Onderbewust en het begin van je nieuwe programma Zonder Band zaten drie maanden. Dat bleek niet genoeg.

„Als ik op 1 januari was begonnen met schrijven was het geen probleem geweest. Zo’n theatershow zit na een maand of twee, drie goed in je systeem. Maar ik heb nog geen ruimte in mijn hoofd voor inspiratie. De oudejaarsconference was een enorm heftig iets. Ik ben nog steeds bezig met bijkomen. Het heeft fysiek en mentaal erg veel van me gevraagd. Ik was een tijdje ziekerig. Daar kan je allerlei fysiologische theorieën op loslaten, maar het kwam gewoon door de opgebouwde spanning. En ik ben niet zo iemand die dan ineens yogalessen ofzo gaat doen. Dat vind ik altijd van die kunstgrepen.”

Op 29 en 30 december vorig jaar werd je oudejaarsconference opgenomen in Groningen. Wat was er anders in vergelijking met een gewone voorstelling?

„Ik was extra zenuwachtig. Bij een normale voorstelling begin ik rond vier uur met concentreren. Vanaf half acht bouwt de adrenaline in mijn lichaam zich op en schiet ik zó de voorstelling in. Maar nu was ik op het podium niet zo onbevangen als normaal. Het kostte me veel meer moeite bij dat gevoel te komen. Het leek alsof ik even buiten mezelf stond en naar mezelf keek. Dat mechanisme was nieuw voor mij. Voor het optreden heb ik twee keer telefonisch contact gehad met Paul de Leeuw, die tv-opnames had voor zijn eigen oudejaarsprogramma. We hebben elkaar succes gewenst, en ik vroeg hem of hij zenuwachtig was. Het antwoord was ja. Hij dus ook, een man met zó’n status en zó’n ervaring. Ik was niet de enige. Uiteindelijk zitten we allemaal in hetzelfde schuitje.”

Je was met 28 jaar de jongste cabaretier ooit die de oudejaarsconference mocht doen. Gaf dat extra druk?

„Je staat ineens in een traditie, in een traditie die ik graag wil voortzetten. Het is een heel belangrijk tv-programma. Er kijken er een heleboel mensen tegelijk en ik had de lat hoog gelegd. Je baart in wezen een kind en laat het zien aan de hele wereld. Dat maakt je kwetsbaar.”

Kwetsbaar?

„Ineens komen er bepaalde meningen over jou los, bijvoorbeeld op internetfora. Die zijn anoniem en kunnen af en toe hard zijn. Dat varieert van ‘een lelijke kop’ tot ‘linkse kerk’. Dan kan ik wel denken ‘al die mensen zijn stom’ maar blijkbaar heb ik ze toch ergens geraakt. Ik lees die reacties, maar tegelijkertijd wil ik me er niks van aantrekken. Moet ik er wel waarde aan hechten? Op slechte dagen raakt het je toch, als je het zo ziet staan. Bij een normaal optreden speel je in een zaal voor een paar honderd mensen. Ze lachen, ze klappen, of het blijft juist stil. Je voelt wat de stemming is. Op tv heb je dat niet, terwijl je ook dan naar reacties zoekt.”

Jij hebt die reacties nodig?

„Ja. Al moet je wel oppassen. Door te veel te luisteren kan je ook van je eigen pad afraken. Dan zeggen mensen ‘dat is niet leuk, dat is niet jouw niveau’. Terwijl dat wel iets is dat uit mijn brein komt en het recht heeft uitgesproken te worden. Het is soms lastig. Dan heb ik een stukje geschreven en zijn er drie verschillende meningen, van drie mensen die ik allemaal hoog heb zitten. Daarom heb ik mijn eigen critici verzameld: mijn regisseur, twee technici met wie ik al jaren werk, en mijn vriendin (actrice Eva Duijvestein, red.). Die zien mij dagelijks en kunnen eerlijk zeggen of iets goed of slecht is.”

Dus vol vertrouwen de zaal in.

„Ik ben nooit onzeker geworden over wat ik te vertellen heb. Ik heb er vertrouwen in dat wat ik maak, interessant is. Ik heb natuurlijk ook al try-outs gedaan en daar reacties op gehad. Al gaat het soms toch mis. Ik deed een keer een optreden in Den Helder. In mijn verhaal voerde ik Fred de Haan op, een fictief personage die in een keukenwinkel werkte. Maar er bleek daar in de omgeving echt een Fred de Haan te bestaan. Die had zichzelf drie weken daarvoor op zee verdronken. In de zaal dacht men dat ik het over hem had. Dan beginnen mensen aan je intenties te twijfelen.”

En dan?

„Dan gebeurt er iets met de energie in de zaal. Onverwachts. Als cabaretier merk je dat, maar je kunt je vinger er niet op leggen. Het is alsof je aan het surfen bent en ineens op het droge, op het strand, belandt. Ineens dondert het allemaal uit je handen en kom je in een raar soort vacuüm terecht. Na afloop van het optreden hoorde ik hoe het zat. Ik had natuurlijk geen idee. Maar gelukkig liep het publiek niet weg. Ik denk dat ik het voordeel van de twijfel kreeg.”

In het tv-programma Dit was het nieuws strooi je met grappen en scherpe opmerkingen. Maar in je theaterprogramma’s gaat het er serieuzer aan toe en verkondig je graag een boodschap.

„Ik vind het jammer dat cabaret zijn opiniërende functie is kwijtgeraakt. Ik probeer iets te doen in de hoofden van de mensen zodat ze erover nadenken, over doorpraten. Ik wil in twijfel trekken wat bij hen fier overeind staat. Je hoeft niet zelf alles te hebben meegemaakt om iets te kunnen analyseren. Ik weet niet alles. Dat pretendeer ik ook niet. Maar ik heb wel de tijd om vier kranten per dag te lezen, drie keer achter elkaar. En om er daarna nog eens rustig over na te denken. We leven in een ingewikkelde wereld, en daar probeer ik grappen over te maken met een filosofische gedachte erin. Of met een metafoor. Gelukkig staat een groot deel van het publiek daarvoor open.”

En het andere deel?

„Sommige mensen willen alleen consumeren. Die willen een leuke avond met drie grappen per minuut. Die hebben bij mij geen leuke avond.”

Die kunnen beter naar de Lama’s?

„De Lama’s improviseren om een snelle lach te scoren. Ik improviseer in mijn gedachten. Dan worden de grappen absurder, filosofischer. Ik zeg niet dat het ene beter is dan het andere. Het is ánders. Je moet ervoor uitkijken dat je jezelf erg belangrijk gaat vinden. Dat je jezelf voorbijloopt en vergeet waarmee je bezig bent.”

Heb je zo’n moment weleens gehad?

„Er zijn momenten dat ik er tegenaan zit. Gelukkig heb ik het meestal zelf in de gaten, en anders word ik er wel op geattendeerd. Als je drie interviews over je oudejaarsconferentie hebt gegeven en je moet die show ’s avonds nog in een zaal spelen, dan blijf je niet meer bij jezelf. Dan voel je je BN’er. Met het gevaar dat je alleen nog maar dáár mee bezig bent.”