Hoe identificeer je iemand aan de hand van zijn gebit?

Bij rampen kunnen slachtoffers vaak alleen via hun gebit worden geïdentificeerd. „Hoe dan?”, vraagt Marianne Brouwer uit Otterlo. „Is er een soort Getty Images met alle gebitten ter wereld?”

Nee, zoiets bestaat niet. In Nederland is wel een kleine groep van zes kaakchirurgen en tandartsen beëdigd als forensisch (gerechtelijk) odontoloog (tandheelkundige).

Deze experts worden door buitenlandse autoriteiten gevraagd te helpen bij de identificatie van stoffelijke overschotten, zoals onlangs na de vliegramp in Suriname. Vaker – 50 tot 100 keer per jaar – worden ze in eigen land ingeschakeld. Bijvoorbeeld bij een lijk in het water, bij verbrande personen, of als iemand voor de trein is gesprongen. „Het gebit bestaat uit heel hard materiaal, dat lang goed blijft”, zegt forensisch odontoloog Bert Slingenberg.

Eerst wordt het gebit van het slachtoffer nauwkeurig beschreven, bijvoorbeeld waar vullingen, kronen, en bruggen zitten, en worden röntgen)foto’s gemaakt. Die informatie wordt vergeleken met röntgenfoto’s die de tandarts van het vermoedelijke slachtoffer in het verleden heeft gemaakt. „We moeten dus wel een idee hebben wie het zou kunnen zijn”, vertelt forensisch odontoloog Laurens Tinsel.

Gebitsidentificatie is goed mogelijk bij ‘gesloten rampen’, zoals een vliegramp, waarbij bekend is wie de passagiers waren. Bij ‘open rampen’ als de tsunami in Azië in 2004 moesten de gebitsgegevens van de slachtoffers worden vergeleken met gebitsgegevens van alle vermisten. Tijdrovend, maar 50 tot 60 procent van de slachtoffers is zo toch geïdentificeerd, zegt Tinsel. „Maar dat gold niet voor de vluchtelingen uit Birma en de Thaise mensen. Die gaan niet naar de tandarts.”

Gebitsidentificatie wordt vooral gebruikt in landen waar tandartsbezoek gebruikelijk is. Al lukt het soms ook als er bijvoorbeeld een Afrikaans vliegtuig is neergestort. Slingenberg: „Dan horen we van de familie dat iemand bijvoorbeeld geen voortanden had, of een gouden tand met een hartje erin. Dat helpt ons op weg bij de identificatie.”