Gefrituurde brokken vis op grote blauwe schotels

Mayonaise pomp je zelf uit een emmer. Afrekenen doe je direct en het eten is klaar als je nummer wordt omgeroepen.

Alle lagen van de bevolking komen hier goedkoop eten.

Vishandel Simonis
Vishandel Simonis

‘Nummer 722’ galmt de vrouwelijke computerstem door de ruimte. Het getal verschijnt ook digitaal op een bord. En 722 staat op onze bon, zien we.

Wat nu?

Snelheid is geboden, anders gaat de stem over op Engels. De etiquette schrijft voor dat je nu geen ‘bingo’ roept, maar gaat staan en je handen in de lucht gooit, zodat de bediening (in blauwe bedrijfskleding met schorten en klompen) schotels met bruine bergen vis naar je toebrengt.

Is dit een restaurant? Een snackbar? Een bingohal? De immens populaire vishandel Simonis in Scheveningen is het allemaal.

Bij de Scheveningse kust, aan een donkere, brede weg achter de haven en de duinen, ligt de visafslag. Links parkeren overdag de chauffeurs hun vrachtwagens achteruit in en laten hun kratten met zeebanket via laadperrons in loodsen achter. Rechts staat de familiefirma, die al meer dan 135 jaar in vis handelt. In Scheveningen ging het restaurant in 1988 open. Op de bezoekers van Simonis na is het hier ’s avonds compleet uitgestorven. Voordeel: er is altijd genoeg parkeerruimte bij de loodsen.

Bij binnenkomst is het druk. Dat is altijd zo. Je sluit meteen aan in een rij die langzaam langs enkele meters vitrine schuifelt. Daar liggen broodjes met garnalen en haring, vissalades en brokken sushi. Op de flatscreens boven de vitrine knipperen foto’s van de maaltijden waar Simonis tot in de verre omstreken zo beroemd om is: enorme blauwe schotels met bergen gebakken vis. Lekkerbek, kibbeling, schol, inktvis, garnalen of mosselen. De prijs: rond de 11 euro. Je krijgt veel voor weinig.

Wij kiezen voor een halve zee kibbeling en de laatste drie enorme lekkerbekken uit de oceaan. En twee zure bommen. Die rekenen we direct af, net zoals in een snackbar. Vanachter de vitrine heb je ruim zicht op de keuken. Daar staat een twintigtal tieners hectisch te frituren. Het heeft iets weg van de film Het Schnitzelparadijs.

De liefde van Simonis voor vis is duidelijk zichtbaar in het interieur. Onder het plastic blad van onze tafel liggen schelpjes in zand. Schuin boven de tafelt steekt een plastic arm over de rand van een bungelende roeiboot. Het betonnen plafond van de hal is weggemoffeld achter juten zakken, netten, kisten en plastic vissen. De schotten tussen de tafels zijn afgewerkt met frivool gefiguurzaagde golven. Voor de sfeer staan er lantarenpaaltjes in de zaal.

Op het scherm waar de nummers verschijnen draaien filmpjes met zwart-witte strand- en visserijtaferelen. De achtergrondmuziek is ondefinieerbaar. Het lijkt erop dat de geluiden bij de filmpjes horen. Wie goed kijkt, ziet dat het halve restaurant in de vorm van een boot is gegoten.

En dan het eten. Van de beroerde visstand trekt Simonis zich niets aan. Genoeg dode vis voor een uitgehongerde Haagse familie op de borden. De grote brokken kibbeling zijn smaakvol en vet. De lekkerbekken zijn flauwtjes. Op het bord ligt ook een berg met kanariegele frietstengels. De diepvriespatat is geen specialiteit hier. In een klein plastic bekertje zit koolsalade.

Uit zwarte emmers kun je zelf sauzen (ketchup, cocktail-, knoflooksaus en mierzoete mayonaise) in bakjes pompen, zoveel als je wilt. Wij gaan voor vijf bakjes.

Het publiek is gevarieerder dan het menu. Alle lagen van de bevolking komen hier. Aan de andere kant van ons schot nipt een echtpaar uit een glas witte wijn: mevrouw met geblondeerd haar en zonnebril, meneer met een lamswollen trui over zijn schouders geslagen. Achter ons een gezin met kinderen, allemaal met jassen aan. Naast ons een zwijgzaam bejaard echtpaar.

Imelda van de Voorde (28), Annelies Luyendijk (31) en Petra Vleming (33) hakken bij het raam twee pannen mosselen weg. Zomers zit het hier vol met Duitsers, weten ze. „Maar er zitten ook vaak bontjassen met parelkettinkjes. Echte Haagse kak.” Wat Simonis is? „Een snackbar waar het eten op tafel wordt gebracht.”

Mourad Kallih (22) en ‘Appie’ Makran (21) kozen voor de scholfilet en de Chinese garnalenschotel. Ze komen hier vaak, vertellen ze. Als ze honger hebben. „Hier is het niet zo nodig om jezelf netjes aan te kleden.” 

De bediening ruimt de tafels op, het overgebleven eten gaat in kliko’s die in hoeken staan. Her en der ligt wat uitgetrapte vis op de grond. Dat maakt de vloer, gemaakt van houten vlonders, soms spekglad.

Het eten komt niet op. Dat is geen bezwaar, want meenemen wordt aangemoedigd. Bij de emmers mayonaise liggen rollen aluminiumfolie. Dat doen we niet, we kunnen geen vis meer zien.

Toch weten we zeker dat we hier gauw weer zitten. De nuchtere sfeer, het gemak, de enorme, goedkope, hap, de mensen. Je kijkt je ogen uit. Deze mysterieuze combinatie maakt de tent zo populair.