Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Boeken

Altijd alleen zijn

We dolen wanhopig rond in onze geest. Het is beter hem aan banden te leggen, vond Joseph Conrad, aan wie een nieuwe, omvangrijke biografie is gewijd.

Joseph Conrad, 1904 Foto George Charles Beresford Joseph Conrad by George Charles Beresford, 1904 Copyright: National Portrait Gallery, London
Joseph Conrad, 1904 Foto George Charles Beresford Joseph Conrad by George Charles Beresford, 1904 Copyright: National Portrait Gallery, London National Portrait Gallery

John Stape: De vele levens van Joseph Conrad. Een biografie. (The Several Lives of Joseph Conrad). Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Atlas, 480 blz. €39,90

Het leven van Józef Teodor Konrad Korzeniowski, alias Joseph Conrad (1857- 1924), is een schimmige aangelegenheid. Veel wat hij heeft gedaan, is niet bekend. En veel waarvan we weten dat hij het heeft gedaan, roept de vraag op: waarom? Zelf was hij uitermate terughoudend over zijn gevoelsleven. En zijn autobiografische essays zijn zelfs aan de oppervlakte onbetrouwbaar; wanneer hij over zijn herinneringen aan zijn leven op zee vertelt, verdraait hij onbekommerd de feiten.

Zijn biografen hebben er een hele klus aan alles weer op de juiste plaats te zetten. Ze moeten hun onderwerp ook steeds weer corrigeren. Dat maakt veel biografieën over hem zo irritant. Omdat ze voortdurend bezig zijn de witte plekken in het leven van Conrad in te vullen, raakt het innerlijke leven van deze schrijver, die mij dierbaar is als weinig andere schrijvers, almaar verder uit zicht. Ja, we weten nu precies op welk adres hij in dat jaar woonde, maar wat hij dacht en voelde blijft een raadsel. Je leest over hem, je ziet hem niet.

De nieuwe biografie van de Brit John Stape, die als redacteur ook de scepter zwaait over de nieuwe Penguin-editie van Conrads belangrijkste romans en verhalen, is wat dat betreft een teleurstelling. Nadrukkelijk stelt Stape in zijn voorwoord dat hij in zijn biografie Conrads werk buiten beschouwing laat, en daar houdt hij zich vervolgens ook keurig aan. Jammer, want door werk en leven zo streng te scheiden, mist hij de essentie van Conrad. Wanneer je deze schrijver volgt in zijn artistieke ontwikkeling kom je echt veel dichter bij de man zelf dan wanneer je de archieven napluist op onbekende levensfeiten. De biograaf die niet begrijpt waarom Conrad zijn eigen leven steeds maar weer verdichtte en niet verder komt dan aanwijzen wie model heeft gestaan voor welk personage, is ziende blind.

Dat maakt de kostbare vertaling van deze nieuwe biografie onbegrijpelijk, temeer omdat Conrads grote romans, Nostromo, The Secret Agent, Under Western Eyes, Lord Jim, niet meer in het Nederlands beschikbaar zijn. Liever dan de biografie van Stape had ik hier een nieuwe vertaling van Lord Jim besproken.

Waarom weten we zo weinig van Conrad? Dat komt allereerst door de ‘vele levens’ die Stape beschrijft. Steeds weer belandde Conrad in omstandigheden die hem ontheemd en onthecht maakten, en waar hij nauwelijks sporen achterliet. Hij was het kind van Poolse patriotten, geboren in een tijd dat Polen niet meer bestond. Zijn vader was een redelijk voorname dichter/activist, die al snel door de Russen verbannen werd naar de Oeral. Conrads moeder stierf in 1865, op haar 33ste. Zijn vader, die zijn eigen treurige leven nauw verbonden zag met het beklagenswaardige lot van zijn vaderland, zadelde zijn jonge zoon op met alle pijn en frustratie van een wanhopige vrijheidsstrijder. Na zijn dood in 1869 kwam zijn zoon, nog maar elf jaar oud, onder voogdij te staan van zijn oom, die de Poolse zaak veel minder was toegedaan.

Op zijn zestiende begon Conrads tweede leven: de zee. Tot in de jaren negentig voer hij over hele wereld in dienst van de koopvaardij, gestaag opklimmend in rang, maar ook geplaagd door maanden van werkeloosheid. Ook deze periode is schimmig; de droge opsommingen van Stape van zijn omzwervingen geven je nergens het gevoel hoe het voor Conrad geweest moet zijn – en hoe hij de schrijver in zichzelf ontdekte. Er is sprake van een stoer, avontuurlijk leven, met allerlei onduidelijke akkefietjes zoals wapenhandel, en van een periode van diepe wanhoop, die culmineert in een zelfmoordpoging, maar het meeste is aan het zicht onttrokken. Tijdens zijn traumatische reis naar de Congo in 1890 hield Conrad een summier dagboek bij, dat de grondstof vormde van zijn bekendste roman Heart of Darkness. Hoewel hij de zee niet meteen opgaf, was hij na die reis nooit meer dezelfde. De rest van zijn leven leed hij aan allerlei steeds terugkerende kwalen, zoals jicht, en worstelde hij zich door lange periodes van diepe depressie. Maar hij was ook begonnen met schrijven (tijdens zijn verblijf op zee las hij al romans van zijn voorbeelden Flaubert en Maupassant en de laatste jaren schreef hij sporadisch aan wat zijn eerste roman, Almayer’s Folly zou worden).

Conrads derde leven, dat van Brits auteur, bleek al even getourmenteerd. Hij trouwde met een niet erg intelligente, zwaarlijvige, eeuwig kwakkelende Engelse vrouw, woonde nogal geïsoleerd op het Engelse platteland en schreef met ontzagwekkend veel pijn en moeite zijn romans, die vanaf het begin goed besproken werden, maar niet goed verkochten. In huize Conrad was nooit geld en iedereen was altijd ziek; de biografie van Stape bestaat grotendeels uit een opsomming van kwalen en niet afbetaalde leningen.

Op iedere grote roman die Conrad publiceerde volgde een diepe depressie. Pas toen hij vlak voor de Eerste Wereldoorlog de ‘voeling met zijn talent’ begon kwijt te raken, en zich in romans als Chance en Victory op het grote publiek richtte, begonnen zijn boeken goed te lopen. Die latere werken, gaf hij zelf toe, werden niet geschreven door Joseph Conrad, maar eerder door hem als Joseph Conrad – ‘Conradese’ noemde hij dat proza. Na zijn dood in 1924 verscheen het onvoltooid gebleven Suspense – een roman die volgens Stape ‘met zijn halfbakken proza en de vage verhaallijn met The Arrow of Gold dingt naar de dubieuze vermelding van slechtste roman ooit geschreven door een groot schrijver.’

In de jaren voor zijn dood was

Vervolg op pagina 2

De vele levens van Joseph Conrad

Vervolg van pagina 1

Conrad wel een wereldwijd gerespecteerd schrijver geworden. Tijdens zijn reis door Amerika in 1923 werd hij overal als een beroemdheid onthaald. Maar Stape schetst hem als een verzuurde, lichtgeraakte oude man, die het klagen niet kan laten – over zijn gezondheid, over de wereld, over de gruwel van het schrijven. Hij overdrijft, constateert zijn biograaf steeds weer: in brieven aan vrienden dikt hij zijn wanhoop aan en financieel was hij ook veel beter af dan hij deed voorkomen.

Dat zal allemaal waar zijn, maar doordat Stape geen poging heeft gedaan om Conrad werkelijk te zien, kan hij niet begrijpen waar al dat hyperbolische gezeur vandaan komt – en ook niet hoe zo’n groot schrijver als Conrad zo gemakkelijk de greep op zijn eigen werk kon verliezen.

Wanneer men de ‘vele levens’ van Conrad van een afstand bekijkt, is het niet zo moeilijk er een lijn in te ontdekken, hoe verschillend die ‘levens’ afzonderlijk ook lijken. Zijn hele leven zocht Conrad houvast. Niet in het hoogdravende nationalisme van zijn vader of de socialistische bevlogenheid van sommige van zijn vrienden – tegenover zulke gevoelens stond hij uiterst wantrouwend. Hij geloofde niet in maakbaarheid. Aan zijn vriend, schrijver H.G. Wells, met wie hij voortdurend overhoop lag, schreef hij eens: ‘Het verschil tussen ons, Wells, is fundamenteel. Jij geeft niet om de mens, maar denkt dat die te verbeteren valt. Ik houd van de mens maar weet dat dat niet kan.’

Conrad zocht houvast in de discipline van het zeemansleven en de tucht van het schrijversbestaan. Dat was voor hem noodzaak. ‘De geest van de mens is tot alles in staat,’ schrijft hij in Heart of Darkness. Wanneer een mens aan zichzelf is overgelaten, komt het aan op zelfbeheersing, restraint, zoals hij het in dezelfde novelle noemt. Een van Conrads grote thema’s is hoe gemakkelijk een mens zijn greep op de werkelijkheid verliest, hoe wanhopig we ronddolen in ons eigen hoofd, wanneer we niet iets buiten onszelf hebben dat ons bij de les houdt. Krankzinnigheid is bij hem nooit ver weg, niet in de binnenlanden van donker Afrika, waar Mr. Kurtz in naam van de Verlichting zijn gruweldaden begaat, maar ook niet in een kosmopool als Londen, waar de lugubere Professor uit The Secret Agent rondzwerft ‘like a pest in a street full of men’, zijn hand op de knop van een bomgordel die ieder moment dood en verderf kan zaaien. De geest van de mens is onpeilbaar, ook die van jezelf, dus je kunt hem maar beter zelf aan banden leggen door een regime van orde en regelmaat.

‘Werk is de wet,’ schreef hij in een essay. Maar wanneer hij zich in zijn werkkamer moest terugtrekken, sprak hij over zijn ‘martelkamer’. Om te kunnen schrijven moest Conrad meer overwinnen dan alleen de taalbarrière. Hoe scherp zijn geest ook was, Conrad was in de eerste plaats een onbewust schrijver, hij schreef op zijn instinct. Nooit wist hij precies waar hij mee bezig was. Vrijwel al zijn grote romans kwamen aanvankelijk tot hem in de vorm van een kort verhaal, vaak genoemd naar de hoofdpersoon – ‘Verloc’ werd The Secret Agent, ‘Razumov’ werd Under Western Eyes. Al schrijvend ontdekte hij waarmee hij bezig was. De inspanning die hem dat kostte, werd op den duur ondraaglijk. Zijn laatste boeken dicteerde hij; maar anders dan Henry James, die met zijn laatste drie romans hetzelfde deed en via eindeloos omtrekkende zinnen uiteindelijk trefzeker de kern raakt, werd hij gewoon breedsprakig. Hij verloor zijn concentratie.

Maar die onzekerheid vormt wel de kern van zijn oeuvre. Vaak is vastgesteld dat Conrad zich zijn hele leven tussen werelden in bevond. Hij was een Pool zonder vaderland, een zeeman zonder thuishaven, een schrijver met een geleende taal, een late Victoriaan die zijn tijd in denken ver vooruit was, een 19de- eeuwse realist die het modernisme alvast ontdekte. Als schrijver is hij realist en symbolist tegelijk: het wonder van Heart of Darkness is dat hij zijn eigen ervaringen in Congo nauwelijks heeft hoeven aanpassen – onderweg kwam hij zelfs een Mr Klein tegen – terwijl de zoektocht van Marlow naar Kurtz ook een allegorische vertelling is over de moderne mens, die van binnen hol blijkt te zijn. Conrads behoefte aan houvast kwam voort uit het besef dat de mens alleen een sociaal wezen is uit eenzaamheid. Die eenzaamheid is fundamenteel, de boeken van Conrad worden bevolkt door verloren zielen, die niet in staat zijn hun diepste wezen met anderen te delen. Net zo zijn mensen niet echt in staat om de ander te doorgronden.

Conrads biograaf begrijpt dat. Niet voor niks laat hij zijn boek vooraf gaan door een veelzeggend citaat uit Lord Jim: ‘Pas als we worstelen om het innerlijk van een ander te begrijpen, wordt ons duidelijk hoe onbegrijpelijk, onduidelijk en mistig die andere wezens zijn met wie we het schouwspel van de sterren en de warmte van de zon delen. Het lijkt alsof eenzaamheid een vaste en absolute voorwaarde is voor het bestaan.’ Wanneer we een poging wagen een ander te begrijpen, stuiten we op ‘een wispelturige, ontroostbare, ongrijpbare ziel die geen oog kan volgen, geen hand kan beetpakken.’

Onbegrijpelijk, onduidelijk, mistig – het lijkt erop alsof Stape Joseph Conrad zelf als getuige à decharge heeft willen aanroepen. Het innerlijk van de schrijver gaat in deze biografie schuil achter een façade van feiten en feitjes – zo is het nu eenmaal, lijkt Stape te zeggen, de ziel van schrijver blijft onzichtbaar.

Conrad wist beter. Zijn besef van fundamentele eenzaamheid ging gepaard met een even groot besef van het menselijke verlangen om dat isolement te doorbreken. Via die omtrekkende bewegingen van zijn zoekende, indirecte stijl komt hij heel dicht tot de kern, heel dicht bij de ‘wispelturige, ontroostbare, ongrijpbare ziel’ van zijn personages. We kunnen Jim misschien niet kennen, maar we zien hem wel voor ons. Hetzelfde geldt voor Kurtz, voor Razumov en al die andere verloren zielen in Conrads romans en verhalen, de mannen die door de buitenwereld op de proef worden gesteld en van binnen bar weinig geloof blijken te hebben om op terug te vallen. Conrads biograaf had op z’n minst een poging kunnen wagen om in de buurt van Conrads ziel te komen.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Joseph Conrad

In het artikel Altijd alleen zijn over Joseph Conrad (Boeken 11 april pagina 1) staat ten onrechte dat behalve Hart der duisternis geen Conrad-vertalingen leverbaar zijn. De door IJzer uitgegeven titels Nostromo en Tyfoon zijn nog te koop.