‘Uitholling van rechtsstaat dreigt’

De legitimiteit van de democratische rechtsstaat is de afgelopen decennia voor het gevoel van de burger afgekalfd. Hij voelt zich niet meer vertegenwoordigd. Dit zei Herman Tjeenk Willink, vicevoorzitter van de Raad van State, gisteren bij de presentatie van het jaarverslag van de Raad, een onafhankelijk adviesorgaan van de regering over wetgeving en bestuur. Tjeenk Willink noemde de publieke onrust „het grootste probleem van het openbaar bestuur” dat „niet gemakkelijk” te herstellen is.

Tjeenk Willink signaleerde meer problemen op bestuurlijk niveau:

Er is een veel te nauwe band tussen het kabinet en een parlementaire meerderheid. Gedetailleerde regeerakkoorden maken een vrij debat onmogelijk. Grote vraagstukken worden zo van hun politieke lading ontdaan, „tijdelijk buiten haken gezet, of „aan de rechter overgelaten”. De afstand tussen parlement en regering moet groter worden. Het staatsbestel is nu „buitengewoon kwetsbaar” voor incidenten of schokken.

Volksvertegenwoordigers ontwikkelen geen samenhangende visie meer. Partijen hebben zelden meer een „groot verhaal” waaruit een logische ordening van standpunten volgt en „passie en emotie spreekt”. Het gevolg is dat uitkomsten van het politieke debat steeds onzeker zijn.

Er is sprake van een ‘wederzijdse gijzeling’ van regering en volksvertegenwoordiging. Elke politieke discussie binnen de coalitie wordt al snel als ruzie of bijna-crisis ervaren. De oppositie rest weinig anders dan „inspelen op wat zich aandient of wat de aandacht trekt”.

De politieke macht is deels overgenomen door uitvoerende instanties, de vertegenwoordigende functie deels door de media. Parlementariërs, ministers, ambtenaren en journalisten weten te weinig van beginselen als rechtsgelijkheid, rechtszekerheid, democratische legitimiteit en publieke verantwoording.

Lees de inleiding van het jaarverslag via nrcnext.nl/links