Wolven in de Oostvaardersplassen

De Oostvaardersplassen worden oernatuur. Met paarden die niet worden bijgevoerd. Met wolven wellicht, en zwijnen. Maar zonder domme lepelaars.

Het kan de ecologen in de Oostvaardersplassen bij wijze van spreken niet natuurlijk genoeg zijn. „Het zal nog wel even duren, maar wat mij betreft zetten we hier morgen al wolven neer”, zegt Frans Vera van Staatsbosbeheer, geestelijk vader van het grootse natuurexperiment tussen Almere en Lelystad.

Sinds het ontstaan van het 6.600 hectare grote gebied wordt gedebatteerd over de vraag in hoeverre de natuur er haar gang mag gaan. De ophef ontstaat doorgaans over de sterfte onder de edelherten, konikpaarden en heckrunderen in strenge winters. Moeten deze dieren, door de mens uitgezet, niet worden bijgevoerd? Nee, oordeelde een internationale commissie twee jaar geleden in een advies aan het kabinet. De sterfte onder de wilde hoefdieren was in de winter van 2004-2005 weliswaar fors, 22 procent, maar niet uitzonderlijk vergeleken met dieren in andere grote wildparken in de wereld.

Staatsbosbeheer heeft gisteren z’n positie definitief bepaald. De Oostvaardersplassen moeten „100 procent natuur op eigen benen” worden. De mens moet slechts „randvoorwaarden” stellen. Door een stuk of honderd wolven te introduceren, wisenten en wilde zwijnen. Door de oppervlakte te verdubbelen, en een kade weg te halen, zodat natuurlijke verschillen tussen nat en droog ontstaan.

Directeur Chris Kalden van Staatsbosbeheer: „Wij hadden behoefte aan een visie voor enkele decennia. Die is er nu. Wij laten de natuur zo veel mogelijk haar gang gaan. Dat betekent niet dat het ons niet kan verdommen wat er gebeurt. Wij zetten deze stap met voldoende inzicht in ecologische processen. Het is geen sprong in het duister. Ons verhaal staat als een huis.”

Behalve de reguliere verontwaardiging over verhongerende paarden en runderen, is er sinds enkele maanden ook kritiek op het verdwijnen van vogelsoorten. Voor sommige is er te weinig gras en riet, dat door de grazers wordt vertrapt. Andere vogels hebben last van de verschillen in droge en natte perioden. Vogelbescherming Nederland heeft Staatsbosbeheer vandaag gevraagd de nieuwe visie pas in te voeren, als er voldoende „tijdelijke huisvesting” is geregeld voor vogels die kunnen lijden onder het nieuwe beheer. „Je kunt de gevolgen voor de vogels niet enkele decennia overzien”, zegt woordvoerder Hans Peeters. De organisatie wil dat Staatsbosbeheer een „passende beoordeling” maakt van de effecten op het natuurgebied. Opmerkelijk, omdat zo’n beoordeling doorgaans alleen wordt gemaakt bij infrastructurele ingrepen in een natuurgebied. Hans Peeters: „Wij zijn overwegend positief over de Oostvaardersplassen, omdat het gebied belangrijk is voor vogels. Maar we maken ons ook zorgen. Laat men gebieden in de omgeving geschikt maken voor vogels.”

Ecoloog Frans Vera van Staatsbosbeheer ziet de meeste kritiek als blijk van behoudzucht, preciezer gezegd het „syndroom van de verschuivende ijkpunten”. Vera: „Dat syndroom betekent dat de opvatting over natuur van generatie op generatie verandert, aangezien de oernatuur uit ons collectieve geheugen is verdwenen. We kennen de oernatuur niet meer. We hebben er alleen theorieën over. Als we dan nog wat kieviten zien, noemen we dat natuur. En dat willen we dan ‘behouden’. Wij denken dat als de mens het landschap niet beheert, er geen natuur kan zijn.”

De Oostvaardersplassen hebben de afgelopen decennia juist getoond hoe „verrassend” de natuur kan zijn, aldus Staatsbosbeheer. Wie had de grote herkolonisatie voorspeld van de grote zilverreiger? Wie had gedacht dat zich een explosie van baardmannetjes in Europa zou voordoen, als direct gevolg van het ontstaan van dit natuurgebied in Flevoland? En wie, zegt Frans Vera, had gedacht dat hier zeearenden zouden broeden in een omgevallen boom, vrij dicht bij de grond? „Niemand! Omdat wij dachten dat die hoog in een boom zouden nestelen. Zo zie je maar weer: onze hersens houden ons gevangen.”

Over enkele decennia moeten de Oostvaardersplassen zijn uitgebreid met de Hollandse Hout, het Horsterwold en het Oostvaarderswold, een brede strook natuur oostelijk van Almere, waarlangs edelherten van en naar de Veluwe kunnen rennen. Dan leven er misschien ook wolven. Vera: „Ja, nadat we eerst een debat hebben moeten voeren over wolven die meisjes op weg naar hun grootmoeder opeten. Terwijl er in werkelijkheid helemaal geen aanvallen bekend zijn van wolven op mensen.”

En wellicht komen er zwijnen. Vermoedelijk zullen die, zegt Vera, dan de eieren van lepelaars opeten. Het zij zo. Vera: „Dat zijn dan de eieren van domme lepelaars. Lepelaars horen in een boom te zitten.”

De volledige visie is te vinden via nrc.nl/binnenland