Koopzondag? Dan liever zondagsrust

Voor eenoudergezinnen en tweeverdieners is de koopzondag een uitkomst.

Maar hun voordeel weegt niet op tegen de risico’s voor de kleine winkeliers.

Illustratie Cyprian Koscielniak
Illustratie Cyprian Koscielniak Koscielniak, Cyprian

De Wet op de Winkeltijden, die is ingegaan in 1996, houdt duidelijk rekening met het gemak van de consument. Sindsdien is de avondopenstelling op werkdagen uitgebreid. Zondagsopenstelling blijft evenwel een heikel punt. Het kabinet wil de controle op het beleid van de individuele gemeenten per 2009 aanscherpen; anderen willen volledige liberalisering. Totale zondagsopenstelling betekent evenwel niet automatisch een verrijking.

Zondagsopenstelling leidt in het buitenland eveneens tot veel discussie, ook in landen waar de scheiding tussen kerk en staat nog strikter is dan in Nederland. De discussie draait steeds rond een ruim scala aan argumenten, maar politieke stellingname is vaak gebaseerd op één bepaald type overweging: de versterking van de economie.

De belangrijkste economische argumenten voor zondagsopenstelling zijn de veronderstelde positieve effecten op omzet, prijzen en werkgelegenheid. Het tegenargument dat de euro ‘slechts eenmaal uit te geven is’ lijkt alleen te spelen voor minima voor wie het budget eenvoudigweg geen extra uitgaven toelaat. Voor de overige inkomens kan zondagsopenstelling betekenen dat men meer uitgeeft en minder spaart. In grensstreken kan zondagsopenstelling ertoe leiden dat de euro in Nederland wordt uitgegeven, zoals nu reeds gebeurt in de grensstreek met België, waar beduidend meer koopzondagen zijn dan elders in Nederland, aldus een recente studie (Dijkgraaf en Gradus 2007).

De vraag is evenwel of zondagsopenstelling altijd het gehoopte resultaat oplevert. In Zweden heeft het vrije openstellingsbeleid sinds 1972 geresulteerd in meer openingsuren, lagere prijzen, en meer omzet en werkgelegenheid. Daarentegen leidt zondagsopenstelling in sommige Parijse wijken niet tot omzetverhoging. De Franse pers spreekt tevens van een spreiding van de vroegere zaterdagverkoop over twee dagen en in grote zaken in zogenoemde toeristenzones ziet men een omzettoename op zondag maar een daling op de eerste dagen van de week. Er zou dus veeleer sprake zijn van een verschuiving van de omzet dan van een toename. Gelijksoortige geluiden zijn ook sinds 1998 te horen in het Nederlandse midden- en kleinbedrijf (mkb). Omzetverschuiving bracht winkeliers in Assen in 2002 ertoe om collectief koopzondagen te negeren.

Een internationaal vergelijkende studie naar de gevolgen van zondagsopenstelling op prijzen, omzet en werkgelegenheid zal duidelijkheid moeten verschaffen, maar de bovengenoemde bevindingen duiden erop dat positieve economische effecten geen automatisme zijn.

In binnen- en buitenland blijkt de kleine winkelier vaak grote problemen te ondervinden bij zondagsopenstelling. Door het weinige personeel is hij minder flexibel en door de relatief geringe omzettoename zou de verhouding tussen hogere arbeidskosten en inkomsten negatief kunnen uitvallen. In Spanje is op grond hiervan een eerdere totale zondagsopenstelling weer ingeperkt.

Het gemak voor de consument voor wie zondagsopenstelling juist een uitkomst kan zijn, zoals eenoudergezinnen en tweeverdieners, weegt niet op tegen de risico’s voor de kleine winkeliers. Voor de overheid geldt bovendien dat waar zij haar sterkere burgers vraagt de zwakkeren te helpen, zijzelf geen regels mag doorvoeren die voor zwakkeren vrijwel zeker negatief zullen uitwerken. De overheid moet immers een eerlijke concurrentiepositie garanderen.

Zelfs indien het economische profijt van zondagsopenstelling eenduidig zou zijn voor álle betrokkenen, dan nog zijn er andere belangrijke overwegingen. Zondagsopenstelling interfereert met de vaste gemeenschappelijke rustdag van families, vrienden en verenigingen, en dus met het gemeenschapsleven. Deze inbreuk in de privésfeer versterkt de individualisering van de samenleving, te meer omdat zondagsopenstelling ook betekent dat veel niet-winkelpersoneel gemobiliseerd moet worden in verband met beveiliging, bewaking, aanvoer van producten, medische hulp en openbaar vervoer. Ten slotte kunnen omwonenden door de sterk geïntegreerde leeffuncties in Nederland ongemak ondervinden van zondagsopenstelling, hetgeen de leefbaarheid kan aantasten. De zondag als rustdag, goed voor lichaam en geest, moet gewaarborgd blijven, ook voor de toekomstige generaties.

De zondagsrust heeft niet alleen intrinsieke waarde voor kerkelijken. Het verdwijnen ervan zal een verdere ondermijning betekenen van de christelijke grondslag van onze samenleving. Bovendien vertegenwoordigt de zondagsrust in een tijd waarin wij discussiëren over het culturele canon van Nederland een belangrijk aspect van de Nederlandse cultuur. Afschaffing zou bijdragen aan de verdere vervlakking van de samenleving. In feite zou zondagsopenstelling een nieuwe stap betekenen op de glijdende schaal naar de 24-uurseconomie. De vraag is of wij dat willen.

Dr. Brigitte Bauer is als hoogleraar verbonden aan de University of Texas at Austin (V.S) en deelnemer aan de CDA-Kaderschool, waar CDA-leden zich kunnen verdiepen in het gedachtengoed van de partij.

Discussieer over de zin en onzin van koopzondagen op nrcnext.nl/opinie