Grenzenloze Benelux

Vorige maand werd de bewaking van de Nederlandse buitengrens verlegd naar Malta, door de uitbreiding van het Schengengebied. Tot voor kort bestond ‘ons’ binnengebied nog uit 15 landen. Nu omvat het Nederlands-Europese gebied zonder binnengrenzen 24 landen. En het worden er 28, die niet eens allemaal lid zijn van de Europese Unie. Het vervagen van Nederland gaat hard – de grenzen tussen de Benelux en Frankrijk en Duitsland vielen pas in 1990 weg.

Europa omvat een snel uitdijend netwerk van regio’s en landsdelen, dat steeds verder geïntegreerd raakt. Bestuurd vanuit diverse economische en politieke hoofdkwartieren. Al dan niet democratisch beïnvloed. Er ontstaat een horizontaal georganiseerde netwerksamenleving, complex en niet voor iedereen vertrouwd. Daarin zoeken burgers, groepen en taalgemeenschappen naar veiligheid, identiteit en vertrouwen in een eigen overheid. En dit terwijl eigen valuta en vertrouwde grenzen, bakens van identiteit, wegvallen. Wat rest zijn taal en cultuur van de streek en een ‘eigen’ hoofdstad.

Eergisteren kwam in Den Haag de nieuwe Belgische premier, Yves Leterme, op bezoek. En vandaag is er hoog politiek overleg over de toekomst van de Benelux. Voor de hand ligt de vraag of België nog een land is en dus een buitenland. En of de Benelux toekomst heeft.

Leterme heeft een zwak nationaal mandaat, maar een sterk regionaal. Hij zal de nationale structuren van zijn land verder onttakelen. Hij is dus de eerste Vlaamse leider die België ‘erbij’ doet. Balkenende probeert intussen in Nederland de culturele en politieke verwarring te dempen. Tegen de klippen op van het islamdebat en de Euroscepsis. Hij is de eerste Nederlandse leider die het land in het Europese gareel moet houden en geen brandpunt van moslimprotest moet laten worden.

De conclusie is niet moeilijk. Oude banden in eigen regio, met België, nemen in belang toe naarmate de buitengrenzen verder opschuiven. Dat Vlamingen en Nederlanders intussen uit elkaar groeien, zoals de Belgische filosoof Etienne Vermeersch onlangs in het Zaterdags Bijvoegsel constateerde, is onwenselijk. Politiek groeit de noodzaak om met elkaar op te trekken. Tijdens de NAVO-top in Boekarest wisten de Beneluxlanden elkaar te vinden in verzet tegen verdere uitbreiding. Nederland en België spraken zich ook samen uit tegen verdere toenadering van Servië tot de EU.

In een uitdijend Europa zijn kleinere samenwerkingsverbanden nodig en nuttig. Niet alleen om internationaal machtsverlies te compenseren of regionale belangen beter te behartigen. Maar ook om culturele en sociale verbanden te versterken die in EU-perspectief uit het zicht verdwijnen. Nederlands-Belgische geschillen over spoorlijnen, Schelde-armen en snelwegvignetten zijn klein bier in het licht van een snel integrerend en groeiend Europa. Het kabinet wijst een advies om politieke samenwerking binnen de Benelux op een hoger niveau te brengen echter af. Dat is jammer, vooral voor de langere termijn.