Eigen honger eerst

De prijs van voedsel op de wereldmarkt is de afgelopen jaren fors gestegen. De gevolgen worden langzamerhand zichtbaar. In Egypte braken maandag rellen uit als gevolg van de oplopende prijs van brood en andere voedingsmiddelen, en van het achterblijven van de lonen. De onrust groeit ook in andere landen. Volgens het Internationaal Monetair Fonds zijn de meeste oorzaken van de prijsstijgingen structureel: de productie van biobrandstoffen is verantwoordelijk voor de helft van de toename van de vraag naar gewassen in het afgelopen jaar. De groeiende welvaart in opkomende landen heeft de mondiale consumptie opgestuwd en de kosten van energie en kunstmest zijn gestegen. De gevolgen zijn fors: de prijs van rijst, dat de basis vormt voor het menu van meer dan de helft van de wereldbevolking, is bijvoorbeeld de afgelopen zeven jaar vervijfvoudigd.

Met name de allerarmsten, voor wie voedsel een verhoudingsgewijs groot deel uitmaakt van de kosten van levensonderhoud, voelen de pijn. Berekend is dat een duurzame prijsstijging van alle voedingsmiddelen met 30 procent de inwoners van rijke landen 3 procent aan koopkracht kost, maar de allerarmste landen meer dan een vijfde. Publieke onvrede is onder deze omstandigheden niet ver weg. De Wereldbank gaat ervan uit dat 33 landen het risico lopen dat er sociale onrust ontstaat. In veel landen worden de basale voedingsmiddelen, zoals brood, door de overheid gesubsidieerd. Maar net als bij brandstofsubsidies wordt dat onbetaalbaar als de prijzen op de wereldmarkt te ver oplopen.

Bovendien vindt er een opmerkelijke ommekeer plaats in de houding ten aanzien van vrijhandel. Zijn de meeste maatregelen er traditioneel op gericht om invoer met hoge tarieven of met beperkingen buiten de deur te houden, sinds kort werken de barrières de andere kant op: producenten als Argentinië en Oekraïne beperken hun export of denken daar hardop over na. Dat geldt ook voor rijstproducenten als China en Indonesië. In tijden van nood gaat de eigen natie vóór.

De wereldwijde voedselschaarste – of anders uitgedrukt: de structureel hogere consumptie – geeft stof tot nadenken. De productie van biobrandstof moet opnieuw worden bekeken. En er zal nog sterker moeten worden aangedrongen op een werkelijk vrije wereldmarkt voor voedingsmiddelen, zonder beperkingen van invoer én uitvoer. Maar het belangrijkste is dat erkend moet worden dat de vraag blijvend stijgt, en dat de productie simpelweg zal moeten worden verhoogd om daaraan te voldoen en voedsel betaalbaar te houden. Het is aan te raden minder te consumeren, bijvoorbeeld vlees, maar dat is lastig te bewerkstelligen.

De stijgende voedselprijzen zijn een probleem dat alleen met internationale samenwerking kan worden opgelost. De eerste reflexen wekken alvast niet veel vertrouwen. Wat gaat er gebeuren als energie schaarser en nog duurder wordt? Dat zal eveneens voor water gaan gelden. Laat voedsel het voorbeeld worden hoe deze problemen zonder conflicten kunnen worden aangepakt.