De tover van een rode ballon

Pascal Lamorisse (zoon van regisseur) vangt zijn vriendje, le ballon rouge scene uit de film Le Ballon Rouge (1956)
Pascal Lamorisse (zoon van regisseur) vangt zijn vriendje, le ballon rouge scene uit de film Le Ballon Rouge (1956)

Le ballon rouge. Regie: Albert Lamorisse. Met: Pascal Lamorisse. Crin blanc. Regie: Albert Lamorisse. Met: Alain Emery. In: Uitkijk, Amsterdam; Filmhuis, Den Haag; Louis Hartlooper, Utrecht.

Eigenlijk verdient ieder kind het om minstens één keer in zijn leven Le ballon rouge, Albert Lamorisses klassieker uit 1956, te hebben gezien. En elke volwassene zou het recht moeten hebben om hem minimaal één keer te herzien, want er zijn maar weinig films die de kijker in zo’n kort bestek (36 minuten) compleet weten te betoveren. Het sprookjesachtige verhaal over de verleiding en vriendschap tussen een klein jongetje (het zoontje van de regisseur) en een knalrode ballon wordt nu in een gerestaureerde versie uitgebracht, zij aan zij met het drie jaar oudere, in zwart-wit gedraaide Crin blanc.

Le ballon rouge voert de toeschouwer door Parijs in de voetsporen n van een kind en door zijn ogen ontvouwt de stad zich als een magisch universum. Kleine obstakels onderweg stuwen de vertelling voort: de ballon die niet mee de bus in mag, de ballon die buiten het balkon wacht, de ballon die even aan de blik van het jongetje ontsnapt om met een blauwe soortgenoot te gaan spelevaren in de hemel boven Parijs.

Maar de film is niet alleen idyllisch. Vooral met een volwassen blik valt op hoe droef-melancholiek het einde is waarin jongetje en ballon op de vlucht voor een stel belagers wegdrijven boven Parijs. Het werkt als een figuurlijke dood, het afscheid van de kindertijd.