‘Dijsselbloem wílde conclusie falende overheid bij onderwijs’

De harde conclusies van het rapport-Dijsselbloem worden niet gestaafd door de deelonderzoeken die eraan ten grondslag liggen. De commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen heeft vooral wíllen concluderen dat de overheid het onderwijs heeft verwaarloosd en dat het onderwijspeil is gedaald.

Dat zeggen Lex Borghans en Dinand Webbink, twee onderzoekers die hebben meegewerkt aan de deelonderzoeken. Het rapport, genoemd naar voorzitter Jeroen Dijsselbloem (PvdA) van de commissie, werd in februari gepresenteerd. Volgende week debatteert de Tweede Kamer over Dijsselbloems conclusies en aanbevelingen.

Dijsselbloem zegt dat scholieren slechter zijn geworden in taal en wiskunde. Hij zegt niet dat dat komt door de onderwijsvernieuwingen, maar die suggestie wordt wel gewekt. Volgens Borghans, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit Maastricht, is het niet te zeggen of scholieren door de jaren heen beter of slechter zijn gaan presteren. Net zo min zijn negatieve effecten van de onderwijsvernieuwingen op schoolprestaties aangetoond. De conclusies van Dijsselbloem zijn „politiek”, zegt Borghans.

De hoogleraar arbeidseconomie stelt dat het effect van onderwijsvernieuwingen op de schoolprestaties niet los kan worden gezien van andere effecten. Hij noemt onder meer het toegenomen aantal leerlingen op havo en vwo en dat het beroep van leraar meer moet concurreren met andere beroepen.

Webbink, werkzaam bij het Centraal Planbureau, zegt dat Dijsselbloem „vooral naar negatieve ontwikkelingen” heeft gekeken. Het effect van het beleid op de kwaliteit van het onderwijs is onbekend, zegt hij. Er is „geen feitelijke onderbouwing” voor Dijsselbloems conclusie dat het onderwijs slechter is geworden. Webbink is het wél eens met de conclusie dat de politiek niet genoeg heeft gelet op de onrust die de onderwijsvernieuwingen hebben gecreëerd bij leraren, leerlingen en ouders. Die conclusie wordt gestaafd door een enquête onder betrokkenen, aldus Webbink.

Eerste deel van een serie over het rapport Dijsselbloem: pagina 3