List en bedrog met prijsindexcijfers van CBS

De standaardformule ‘gebaseerd op de CBS-indexcijfers’ bij prijsverhogingen ging er bij Rinus van Schendelen niet langer in. Terecht, bleek na eigen onderzoek.

Iedereen vraagt zich weleens af waarop een jaarlijkse prijsverhoging is gebaseerd.

Enkele maanden geleden berichtte het landelijk opererende installatiebedrijf dat mijn cv-ketel onderhoudt mij per standaardbrief dat het onderhoudscontract dit jaar ‘gebaseerd op de CBS-indexcijfers’ met 3,75 procent duurder wordt. Met steeds een ander stijgingspercentage (over 2007: 2,56 procent) gebruikt het bedrijf de brief al jaren. Vele duizenden Nederlanders hebben haar ook ontvangen en vele tienduizenden andere bedrijven melden ‘op grond van de CBS-prijsindex’ hun klanten jaarlijks eveneens een prijsverhoging. Klopt dat dan ook?

Alerter dan voorheen nam ik dit voorjaar met de regionaal bedrijfsmanager e-mailcontact op. Zijn openhartige antwoord was dat de prijsstijging 2008 berustte op een interne calculatie, die eerst uitkwam op 2,69 procent en daarna door de centrale directie was bepaald op 3,75 procent. Niets geen CBS dus. Na mijn kritiek op zulke list en bedrog kreeg ik die lagere 2,69 procent aangeboden. Dit was mijn eer te na, maar ik weet nu wel wat mijn eer kost. Uiteraard zou ik een ander bedrijf kunnen nemen, maar dat heeft wellicht dezelfde streken.

De argwanende burger kan ook contact opnemen met de vele toezichthouders in dit land, want elk bedrijf is wel vrij in zijn prijsstelling, maar niet met list en bedrog en zeker niet met kartelprijzen. Er zijn zowel publieke toezichthouders (zoals Consumentenautoriteit, FIOD-ECD en NMa) als private (zoals Consumentenbond en mediarubrieken als Tros-Radar en Vara-Kassa). De publieke worden geheel uit belastinggeld betaald en de private (via de ‘publieke’ omroep) gedeeltelijk. Wat krijgt de burger terug voor zijn belastingaanslag? Ik besloot dit eens na te gaan.

Voor de goede orde legde ik de casus eerst voor aan het CBS ter verificatie. Dit bevestigde snel dat de door het installatiebedrijf genoemde CBS-indexcijfers „inderdaad niet conform de door het CBS gepubliceerde prijsindexcijfers zijn” en voegde hieraan toe dat „wij ons niet mengen in het gebruik of misbruik van CBS cijfers door private ondernemingen of particulieren”. Het CBS bekommert zich niet om zijn reputatie en is er niet voor de burger, waarvan akte.

Hierna nam ik contact op met die toezichthouders.

De drie private instanties produceren regelmatig veel ethergeluid en op de e-mail automatische ontvangstbevestigingen. Ook daden? De Consumentenbond antwoordde dat zij klachten doorschuift naar de nieuwe Consumentenautoriteit. Radar en Kassa gaven alleen automatische ontvangstbevestigingen. Aan de private toezichthouders heb je als burger weinig tot niets. Gelukkig dat er publieke zijn?

De Consumentenautoriteit, verlengstuk van het ministerie van Economische Zaken, reageerde na drie weken met een bedankje voor mijn melding aan haar ConsuWijzer (sic), die echter „niet bemiddelt in individuele zaken”. Ook voegde zij toe „dat wij niet kunnen berichten of uw melding uitmondt in een concrete actie”. De NMa, toezichthouder op (mogelijke) kartelprijzen, bedankte vlot voor mijn melding en meldde verder dat „wij een inhoudelijke beoordeling van een specifieke situatie niet kunnen geven” en „of uw melding uitmondt in concrete actie van de NMa kan ik u niet berichten”. De FIOD-ECD, verlengstuk van de Belastingdienst en, blijkens zijn website, belast met onder meer ‘de bescherming van de consument’ en ‘het waarborgen van een integer beroeps- en bedrijfsleven’, heeft zelfs geen e-mailvoorziening voor zijn doelgroepen. Meldingen moeten per ouderwetse brief naar Utrecht. Een week later ontvang ik een bedankbriefje met bericht „dat wij u geen inlichtingen kunnen verstrekken over de afhandeling in verband met geheimhoudingsplicht”. Twee weken later volgt een andere brief van Kantoor Hoofddorp, waarin wordt meegedeeld dat mijn melding niet valt onder zijn taken, dat ik het beste met de Consumentenautoriteit contact kan opnemen en, met veel realiteitszin, „met excuses dat u nu wederom naar een andere instantie wordt verwezen”.

De beschreven publieke en private toezichthouders zijn er niet voor de consumenten; wij zijn er voor hen. Welke lessen vallen hieruit te trekken? Moeten die toezichthouders beter gaan functioneren in zowel hun communicatie met de actieve burger als hun effectieve toezicht? Maar zouden zij dat kunnen? Of leidt die ambitie slechts tot verdere opsmuk van uit nóg meer belastinggeld betaald toezichttheater? Kan de burger wellicht beter, zonder illusie van toezichthouders, wél met de leverancier dealen en anders naar een concurrent overstappen?

Rinus van Schendelen is hoogleraar Politicologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.