IOC leeft in een andere wereld

De eerste olympische vlam in de historie van de moderne Olympische Spelen werd ontstoken door een medewerker van het gemeentelijk gasbedrijf van Amsterdam. Dat was tachtig jaar geleden, bij de opening van de Spelen in het Olympisch Stadion. De vlam brandde tijdens het sportevenement onafgebroken op de stadiontoren die speciaal door architect Jan Wils was ontworpen.

Het was een sobere plechtigheid vergeleken bij het propagandafeest dat acht jaar later in Berlijn plaatshad ter meerdere eer en glorie van Adolf Hitler. Voor het eerst was het vuur toen op de heilige grond in Olympia door priesteressen ontstoken. Na een estafettetocht door Europa bracht de Duitse sportman Fritz Schilgen als laatste het vuur in het stadion.

Aan propagandistische elementen heeft het de fakkeloptocht sindsdien nooit ontbroken. Sporters van naam – van Paavo Nurmi tot Muhammad Ali – ontstaken op de olympische locaties de vlam, als symbool voor vriendschap en respect. Zoals vroeger het heilige vuur van het ene altaar naar het andere werd gebracht. De estafette werd steeds langer en commerciëler. Aan de tocht gaat tegenwoordig een karavaan van artiesten en sponsors als Coca-Cola vooraf. De media maken er een groot evenement van, dat daardoor duizenden mensen aantrekt.

Zo is de optocht een makkelijk doelwit geworden voor mensen die zich afzetten tegen de overdreven aandacht voor de Spelen en voor mensen die hun politieke mening willen uiten. Dat het zoals gisteren in Londen tot een agressieve confrontatie komt, was te voorspellen. Juist nu de Spelen in Peking feller dan ooit ter discussie staan, mede door schending van de mensenrechten in met name Tibet, kon een verstoring van de propagandatocht niet uitblijven.

Haast provocerend laat het Internationaal Olympisch Comité de fakkel door steeds meer landen trekken: wij zijn de boodschappers van vriendschap en respect; wij van de sport bemoeien ons niet met politiek; wij trekken ons niets aan van wat in Tibet gebeurt; wij leven in een andere wereld. Dat roept onvermijdelijk agressie op.

Guus van Holland