Energietransitie is meer dan kwestie zon en wind

Aan een periode van energiebesparing, vooral in de industrie en ook in de gebouwde omgeving, komt onvermijdelijk een einde. Voor de reductie van de uitstoot van C02 geldt dit ook. Shell, in de persoon van Jeroen van der Veer, geeft daarvan de oorzaak maar noemt die niet expliciet. De tijd van `easy oil` nadert zijn `peak`, zegt hij.

Shell en andere oliemaatschappijen zijn daarom druk bezig met minder makkelijke fossiele brandstoffen uit nieuwe bronnen maar ook uit hele oude, Schoonebeek. Die vergen `hightech` en leveren producten van voortreffelijke kwaliteit. Bij winning, opwerking en vervoer blijken deze bronnen echter een hoog, eigen energiegebruik te hebben. Tussen bron en consument beloopt het energiegebruik tientallen procenten, in het geval van dieselolie uit oliezanden (Alberta) en aardgas (Qatar) zelfs bijna de helft en van vloeibaar aardgas (LNG) 30 procent.

Het is duidelijk dat politici en beleidsmakers moeten ophouden aan energiebesparing en reductie van de uitstoot van C02 euforische doelstellingen op te leggen. Ze moeten niet alleen `downstream` denken maar ook `upstream`.

Energietransitie is niet alleen een kwestie van meer zon, wind en misschien zelfs meer kernenergie, energietransitie is ook de overgang van makkelijk naar moeilijk fossiel. Moeilijk fossiel betekent een veel groter `upstream` energiegebruik. Daar valt niet tegenop te besparen. Voor een land als Nederland is het al een mooie doelstelling het totale energiegebruik niet te laten stijgen. Voor de consument is dit een zware opgave.