‘Eendagskoersen liggen onze renners’

Drie jonge Nederlanders blonken uit in de Ronde van Vlaanderen. Geen toeval, zegt de bondscoach.

Sébastian Langeveld (23) tot diep in de finale smaakmaker. Niki Terpstra (23) ijzersterk tot op de laatste heuvel. En Martijn Maaskant (24) beste Nederlander in de uitslag: twaalfde. In de Ronde van Vlaanderen viel gisteren een nieuwe generatie Nederlandse klassieker-renners op. „Dit verbaast mij niets”, zegt Egon van Kessel, bondscoach van de Nederlandse wielerunie.

Waarom niet?

„Van Langeveld heb ik al eerder gezegd dat hij ons grootste klassiekertalent is. Die jongen heeft als belofte bij Van Vliet-EBH vier jaar lang eendagskoersen gereden. Net als Maaskant. Ook in de nationale selectie reden ze sterk in Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Twee jaar geleden heb ik Langeveld aangeraden om naar Skil-Shimano te gaan om meer ervaring op te doen in de kleinere koersen. Dat betaalt zich nu uit.”

Kwestie van de juiste opleiding?

„Denk hier eens over na: al deze drie goede eendagscoureurs hebben hun opleiding gehad buiten de Rabobankploeg.”

De Rabo-opleiding is niet goed?

„Het accent lag daar de afgelopen jaren op klimmers. Maar die leid je niet op, die worden geboren. Als je jonge renners veel etappekoersen laat rijden, gaat dat ten koste van eendagswedstrijden. Ik roep dat al jaren en heb het er onlangs nog met Harold Knebel [de nieuwe directeur van de Raboploeg, red.] over gehad. Ik pleit voor meer faciliteiten voor de renners buiten de Rabo-opleiding, noem het de tweede lijn. Ons programma bij de jeugd is gericht op eendagskoersen als Parijs-Roubaix of Vlaanderen. Waar renners moeten knokken naar de belangrijke momenten. Onze jongens ligt dat, ze zijn vaak fors en sterk. Mooi dat Langeveld, Maaskant en Terpstra dat nu op het hoogste niveau bewijzen.”