Bevlogen en bij vlagen opvliegend

Michel van den Heuvel (43), coach van Bloemendaal, wordt na de Spelen bondscoach van het Nederlands hockeyteam. „Hij staat met beide benen op de grond en zegt alles recht voor zijn raap.”

Michel van den Heuvel gisteren bij de wedstrijd Amsterdam-Bloemendaal. Foto Roel Rozenburg Amstelveen : 6.4.2008 Michel van den Heuvel, coach van Bloemendaal en de nieuwe bondscoach, tijdens de wedstrijd Amsterdam-Bloemendaal © foto's Roel Rozenburg
Michel van den Heuvel gisteren bij de wedstrijd Amsterdam-Bloemendaal. Foto Roel Rozenburg Amstelveen : 6.4.2008 Michel van den Heuvel, coach van Bloemendaal en de nieuwe bondscoach, tijdens de wedstrijd Amsterdam-Bloemendaal © foto's Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Voor insiders was het geen verrassing dat Michel van den Heuvel (43) vorige maand werd benoemd tot opvolger van Roelant Oltmans, bondscoach van de Nederlandse hockeymannen. Zijn gestage opmars in het Nederlandse trainersgilde voerde hem na de oranje hockeyshirts van Oranje Zwart, Bloemendaal en Jong Oranje bijna als vanzelf naar het ‘echte’ Oranje. Na de Spelen van Peking krijgt de Brabander eindelijk „de droombaan” die hij altijd al ambieerde.

‘Mies’ is een broodtrainer; naast zijn ‘baan’ als trainer in de mannenhoofdklasse vervult hij al jaren ‘bijbanen’ bij de hockeybond (KNHB). Eerst als assistent-bondscoach, later bij Jong Oranje is hij automatisch kroonprins. „Michel is bezeten van hockey”, zegt oud-international Piet-Hein Geeris, die onder Van den Heuvel speelde in het Nederlands elftal en bij ‘hun’ club, Oranje Zwart. „Hij staat met beide benen op de grond, zegt alles recht voor zijn raap. Hij doet alles voor het hockey, bereidt alles heel professioneel voor, niet alleen wedstrijden, ook trainingen.”

Die instelling strookt niet altijd met die van zijn spelers, merkte Geeris toen Van den Heuvel nog trainer was bij de mannen van Oranje Zwart. „Dan kwamen wij ’s avonds van ons werk naar de training en stond alles al een half uur klaar, overal stonden pilonnen opgesteld, overal ballen op het veld. Michel was alleen maar met Oranje Zwart bezig, maar veel spelers hadden gewoon een baan. Hij had al precies in zijn hoofd wat er moest gebeuren, maar wij waren nog met hele andere dingen bezig. Als het dan niet liep zoals hij wilde, ging hij tekeer. Dan zei ik: ‘Michel, van al dat geschreeuw gaat het echt niet beter worden’.”

Maar bij Bloemendaal, de club die hij afgelopen jaren twee keer naar de landstitel leidde, werd zijn „scherpte” zijn handelsmerk, zegt sterspeler Teun de Nooijer, die Van den Heuvel ook bij het Nederlands elftal leerde kennen. „Hij zit constant achter iedereen aan, zorgt ervoor dat iedereen tijdens elke training honderd procent scherp is. Hij is ongelooflijk gedreven. Zijn verdienste is dat wij al vier jaar op een heel hoog niveau trainen. Wij zijn altijd kapot na de training.”

Na een actieve carrière waarin hij net niet de top haalde, stortte Van den Heuvel zich op het coachen. Hoewel hij al jaren weg is bij Oranje Zwart, coacht hij op zaterdag het team van zijn zoontje, de F7. Volgens Joop Veelenturf, voorzitter van de Stichting Tophockey bij Oranje Zwart, is Van den Heuvel aan het grote werk toe. „Het is een moeilijke baan omdat er meer kritiek bij komt kijken. Ik hoop dat hij daar tegen kan. Michel was bij Oranje Zwart onrustig langs de lijn. Hij was soms meer met de scheidsrechter of zichzelf bezig dan met het team. Dat is hij met de jaren wel kwijtgeraakt. Buiten het veld is het een rustig en warm mens dat met gevoel met anderen omgaat. Hij heeft geen kapsones. Hij is prettig om bij de club te hebben. Dat merk je ook als hij zijn zoontje hier coacht.”

Desondanks heeft hij onder collega-coaches niet louter een goede naam. „Hij is een zeer gedreven man en zo staat hij ook bij de spelers bekend”, zegt Toon Siepman, opvolger van Van den Heuvel als coach bij Oranje Zwart. „Zijn gedrag langs de lijn is in sportief opzicht voor verbetering vatbaar.” Ook volgens Geeris kan „Michel heel erg opvliegend zijn” als de dingen niet lopen zoals hij wil. De Nooijer zag Van den Heuvel de laatste jaren rustiger worden. „In zijn eerste jaren bij Bloemendaal kwam hij nog wel eens het veld op als hij het ergens niet mee eens was, hij kreeg af en toe een kaart. Dat houdt het spel ook op. Hij verliest zichzelf niet meer zo snel.”

Coaches ergeren zich aan de manier waarop Van den Heuvel scheidsrechters vocaal bewerkt of volgens sommigen intimideert. Zijn voormalige collega Joost Bellaart noemde Van den Heuvels intimiderende gedrag zelfs „een schande”, toen de twee als clubcoaches van Klein Zwitserland en Oranje Zwart in 2001 tegenover elkaar kwamen te staan in de play-offs. Op dat moment werkten beiden bij het Nederlands elftal.

Naast zijn werk bij Oranje Zwart was Van den Heuvel kort na de Spelen van Sydney (2000) assistent-bondscoach geworden bij het Nederlands elftal, onder Bellaart. Van den Heuvel was in die functie van dichtbij getuige van één van de roerigste perioden uit de geschiedenis van het Nederlandse mannenhockey. De bondscoach moest zijn biezen pakken nadat verschillende spelers zijn vertrek hadden geëist. Op verzoek van de spelers bleef Van den Heuvel wel aan. Volgens Geeris, één van de ‘opstandelingen’ in het Nederlands elftal, was Van den Heuvel ook onder Bellaart al de man die feitelijk de technische leiding had. „Michel gaf de trainingen en hij deed de teambesprekingen. Hij had goede, doordachte verhalen.”

Maar Van den Heuvel zelf hield zich bewust afzijdig van wat hij destijds in deze krant „een hele nare affaire” noemde. Ook bleef hij volkomen loyaal aan Bellaart. „Dat was het enige dat hij kon doen”, zegt Bloemendaal-international De Nooijer. „Ik vond het heel erg voor hem spreken dat hij zei: ik steun mijn hoofdcoach.”

Maar het was nog te vroeg voor Van den Heuvel om Bellaart op te volgen. De bond koos in de aanloop naar de Olympische Spelen van Athene (2004) voor de ervaren Australiër Terry Walsh. Van den Heuvel bleef wel aan als assistent en behaalde in die functie een zilveren medaille.

Toch wachtte hij dat jaar niet af of de bond hem zou vragen voor de baan die hij zag als zijn grootste ambitie, bondscoach van de mannen. Nog voor ‘Athene’ tekende hij voor drie jaar bij Bloemendaal.

Hij bleef wel in Eindhoven wonen. Op dinsdag rijdt hij voor de training van de Kempen naar Kennemerland, en terug. Donderdags rijdt hij opnieuw heen, overnacht in een hotel in Zandvoort, en keert vrijdagavond terug naar Eindhoven. Onder weg belt hij veel, ook met spelers. De Nooijer: „Over alles, wedstrijden, trainingsvormen, een nieuwe corner, over de voorbereiding op de volgende wedstrijd.”

Bij Bloemendaal moest hij laten zien over welke managerscapaciteiten hij beschikte. Van den Heuvel kreeg er te maken met een ongekend sterke selectie die met kop en schouders boven de rest uitstak, met sterren als De Nooijer, Jamie Dwyer en de Duitse topschutter Christopher Zeller. „Michel is gegroeid als people manager”, zegt Geeris. „Dat was bij Oranje Zwart niet zijn sterkste kant. Maar van Bloemendaal met al zijn sterspelers wist hij toch een team te maken.”

Maar in Europa had hij nog geen succes. Vooral vorig jaar deed hem dat zeer. In het finaleweekend van de Europa Cup I, nota bene op Bloemendaal, reageerde hij bijzonder emotioneel toen zijn sterrenensemble werd uitgeschakeld door Terrassa. Van den Heuvel barstte spontaan in tranen uit toen zijn ploeg de strijd om het brons had gewonnen. Juist voor eigen publiek, voor alle vrijwilligers van de familieclub, had hij zo graag de beker gewonnen. Ook besefte hij zich dat hij niet snel meer over zo’n getalenteerde spelersgroep zou beschikken. Het Nederlands elftal biedt hem ongetwijfeld nieuwe kansen op internationaal succes.