Altijd open op zondag

Onder alle argumenten van het kabinet voor een wetsvoorstel tot striktere handhaving van de sluiting van winkels op zondag komt merkwaardig genoeg het welzijn van het gezin niet voor. Maar juist voor gezinnen en voor vrouwen is de mogelijkheid tot winkelen op zondag een uitkomst, blijkt uit de officiële evaluatie van de Winkeltijdenwet in opdracht van het vorige kabinet. Ouders die overeenkomstig de aansporingen van de overheid langer blijven werken, zijn aangewezen op de beperkte openingstijden buiten kantooruren voor de aankoop van kleren voor hun kinderen of van schroeven voor een repareerklusje. Ook voor alleenstaanden is de zondagssluiting onhandig.

De toegestane twaalf koopzondagen per jaar zijn te weinig voor mensen die naast hun werk nog andere taken hebben, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk voor sportverenigingen of in de mantelzorg, activiteiten die ook door het kabinet worden toegejuicht. Kortom, alle klanten zijn geholpen met de koopzondag. Voor sommige werknemers met doordeweekse zorgtaken komt werk op zondag ook goed uit. Kleine ondernemers met weinig of geen personeel kunnen de zondagsopening compenseren door op andere dagen te sluiten. Ten slotte zijn er veel winkels van hard werkende immigrantengezinnen die graag op zondag zaken willen kunnen doen.

Toch spelen de dagelijkse behoeften van de gewone klant geen rol in de Winkeltijdenwet. Die wet komt alleen tegemoet aan een klein deel van het winkelende publiek, namelijk toeristen. Alleen gemeenten met een toeristisch gebied mogen worden uitgezonderd van het wettelijk vastgestelde maximum van twaalf koopzondagen. Omdat winkelen op zondag zo populair is, hebben ook gemeenten die weinig bezoekers en dagjesmensen trekken met succes een beroep op de uitzonderingsregel gedaan. In een derde van de gemeenten zijn winkels nu meer dan twaalf zondagen per jaar open. Het gevolg daarvan is wel dat de wet niet consequent wordt uitgevoerd. In grote steden bestaat ongelijkheid tussen winkels in buurten die wél en buurten die geen ontheffing hebben gekregen. Door die willekeur verdient de Winkeltijdenwet wel aanpassing, maar niet op de bureaucratische manier die het kabinet heeft voorgesteld.

Het kabinet wil dat voortaan ook inwoners en winkeliers in beroep kunnen gaan tegen een gemeentelijk besluit om de winkels op zondag te openen. De extra eisen die het kabinet wil stellen aan de motivatie van het besluit van de gemeente leveren de bestuursrechter en juristen veel extra werk op.

Het kabinet zou er beter aan doen toerisme te laten vallen als voorwaarde voor de liberalisering van de winkeltijden. De gemeenten zijn zelfstandig genoeg om de openingstijden zelf te bepalen, om welke reden dan ook. Centra van steden met een overwegend protestants-christelijke bevolking kunnen nog steeds op zondag de winkels dicht houden als het gemeentebestuur dat wil. Maar andere gemeenten moeten niet worden gedwongen om ook op zondag dicht te gaan. Er is geen draagvlak om de koopzondag terug te draaien.