Al voor de dood naar de hel gaan

Niemand heeft Naar Damascus ooit in volle glorie en lengte in Nederland gezien.

Gisteravond ging de nieuwe versie van Toneelgroep Amsterdam in première.

Naar Damascus met Jacob Derwig en Karina Smulders. Foto Jan Verweyveld
Naar Damascus met Jacob Derwig en Karina Smulders. Foto Jan Verweyveld Versweyveld, Jan

Tijdens de repetitie staat regisseur Pierre Audi helemaal vooraan in de zaal van de schouwburg, achter een lege tafel. Geen tekstboek, geen aantekenschrift. Hij volgt de bewegingen van de spelers, geeft aanwijzingen die erop gericht zijn het ingewikkelde stuk helder te krijgen. Hij dirigeert de personages. Zijn sobere aanpak is nodig want het is niet eenvoudig om Naar Damascus te regisseren.

Een ‘delicaat’ schrijver noemt hij de Zweedse auteur August Strindberg. Voor Toneelgroep Amsterdam regisseert Audi, directeur van het Holland Festival en De Nederlandse Opera, het moeilijke toneeldrieluik Naar Damascus (1898-1903) met Jacob Derwig in de hoofdrol. Zwaar, ontoegankelijk, een hels autobiografisch stuk dat uren duurt: dat zijn de kwalificaties die kleven aan Naar Damascus. En niemand in Nederland heeft het theaterstuk ooit in volle glorie en lengte mogen beleven.

Lang geleden, rond 1910, is ooit het eerste deel opgevoerd. In 1982 bracht het Publiekstheater een bewerkte, verkorte uitvoering in de Amsterdamse Stadsschouwburg die om kwart over acht begon en tegen half een ’s nachts eindigde. De regie was in handen van Hans Croiset. Wie de inleiding van het tekstboek uit 1982 leest, merkt dat diepe ernst destijds de boventoon voerde.

Er staat dat Strindberg een man is die het contrast aanscherpte „tussen zijn atheïstische en later Nietzscheaans geïnspireerde werk van de tachtiger jaren enerzijds en zijn werk van na zijn zogenaamde Inferno-crisis en bekering tot een hoogst persoonlijk maar bijbels geïnspireerd geloof anderzijds.”

Nu hebben Audi en hoofdrolspeler Derwig, terecht, een andere Strindberg (1849-1912) voor ogen. Ook in deze nieuwe versie duurt Naar Damascus veel korter dan het door niemand geziene origineel. Ditmaal is binnen zo’n twee uur het drama voorbij.

Audi heeft de opvoering uit 1982 niet gezien, maar na lezing van de vertaling begreep hij dat een loodzware schrijver aan het woord is. Toch meent hij dat Strindberg lichte kanten heeft en humoristisch is. Derwig bevestigt dit: „In de tijd dat hij Naar Damascus schreef, zat Strindberg in een armzalig, lawaaiig hotelletje in Parijs. Daar beleefde hij een soort psychose. Hij schreef er het boek Inferno over.” Volgens Derwig toont het boek aan dat Strindberg, ondanks zijn ongelukkige situatie, toch in staat was zijn eigen ellende te relativeren: „Iemand heeft nachtmerries en wanen, probeert als een alchemist goud te maken door zwavel te verhitten in een pannetje en ziet aan de ontbijttafel vogelverschrikkers. Hij heeft wroeging over de pas voltrokken echtscheiding en mist zijn dochtertje. Hij gaat door de hel. En toch schrijft hij teksten die ik niet kan lezen zonder af en toe heel hard te lachen.”

Nachtmerrie, schuld, wroeging, hoogmoed: dat zijn de ingrediënten van Naar Damascus. Het stuk gaat over een naamloze man, genaamd ‘De Onbekende’, die zijn leven overziet. Derwig, die de onbekende man vertolkt, moest een manier vinden om zich te kunnen identificeren met deze persoon. „Een onbekende kun je niet spelen, dan ben je niemand en heb je als acteur geen enkel houvast. Ik heb inspiratie gehaald uit eerdere rollen die ik deed, zoals professor Kien uit Het Martyrium van Canetti en de toneelversie van Dostojevski’s verhaal De Zachtmoedige.”

Het eerste deel van Naar Damascus is eenvoudig: een oude man ontmoet een jong meisje met wie hij een reis wil ondernemen. De man heeft net zijn vrouw en kind verlaten. Hij vraagt aan het jonge meisje: „Gelooft u dat er mensen zijn die al voor hun dood naar de hel gaan?” Het is bepaald geen eerste zin om een meisje te verleiden. Maar met banale vragen houdt de onbekende zich niet bezig. De jonge vrouw, gespeeld door Karina Smulders, vat liefde voor de man op en begeleidt hem. Totdat ze zwanger wordt en zijn vertrouwen schendt. Dan verstoot hij haar. In de volgende delen raakt de man verzeild in angstdromen.

Strindberg ontleende de titel aan de bekering van de apostel Paulus die onderweg naar Damascus een visioen kreeg en de stem van Jezus hoorde. Tijdens zijn Parijse crisis worstelde Strindberg heftig met het geloof. Hij wees een hogere macht af maar kwam uiteindelijk tot het inzicht, mede door zijn alchemistische proeven, dat er toch een Opperwezen moet zijn.

Tegelijkertijd zat hij in de knoop met zijn privéleven. Hij miste na de scheiding zijn kinderen, maar weigerde alimentatie te betalen. In de tijd van opkomend feminisme gold hij als een ‘vrouwenhater’. Derwig: „Ik heb de boeken van Strindberg, zoals Het occulte dagboek, De zoon van een dienstbode en Inferno aandachtig gelezen.” Volgens Derwig verhevigt Strindberg op buitensporige wijze de werkelijkheid. „Uit al zijn teksten wordt duidelijk dat hij een enorme liefde voor vrouwen koestert. Maar hij wordt ook altijd verteerd door jaloezie.” Voor Derwig is het alsof de spelers en toeschouwers zich bevinden in het hoofd van Strindberg: „Ik heb een sleutel tot mijn rol gevonden door me in te beelden dat het decor het opengeklapte brein is van Strindberg. Daar dwalen wij met zijn allen doorheen.” Derwig ontmoet bizarre figuren, zoals een bedelaar, leden van een wetenschappelijke academie die leden van de academie voor zuipgenot zijn, een cafébazin die hem voor de rekening van de dronkaards laat opdraaien. Deze figuren terroriseren hem. „Strindberg goochelt met een grillige logica. Hij schrijft ergens: ‘Ik houd van haar, zij van mij, en toch haten we elkaar met liefdeshaat.’ Voor een acteur is het fascinerend gevoelens te spelen die telkens botsen.”

Na de tocht door de hel volgt aan het slot verlossing. Hij is bevrijd van zijn angsten en kan het leven omhelzen. Ontdekt hij uiteindelijk de hemel? Audi wil geen strak onderscheid maken tussen duister en licht: „Het dilemma aan het eind is niet hemel of de hel; het gaat om de keuze voor een passievolle jonge liefde of het vertrouwde huwelijksleven. Strindberg leed er onder dat hij de gloed van het nieuwe wilde, maar een bestaande liefdesband niet kon verbreken. Eigenlijk is het eenvoudig: Strindberg is onhandig met vrouwen.”

Derwig maakt voor zijn vertolking van de onbekende nog geen definitieve keuze: „Ik denk dat de onbekende, net als Strindberg, weer in het leven stapt. Het inferno heeft hem niet gebroken. Veel hangt af van het moment dat aan het slot het toneellicht uitgaat: dat moet precies op het moment dat je voelt dat er hoop is.”

Naar Damascus van August Strindberg door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Pierre Audi. Tournee t/m 24/5. Inferno verschijnt bij Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren.