Rita en Nina

In de Tweede Kamer mag Rita Verdonk de afgelopen maanden onzichtbaar zijn geweest, ze was wel voortdurend op televisie. Mijn favoriete televisiemoment was een optreden in het gezellige zondagmiddagprogramma Life & Cooking, waar ze tussen de zwaar gesponsorde recepten door („even zakje Knorr-mix voor Bami toevoegen’’) platina mocht uitreiken aan de sympathieke zanger Jeroen van den Boom, voor zijn megahit Jij bent zo. Jeroen, verklaarde Rita tegen Carlo en Irene, was haar favoriete zanger, dus ze beschouwde het als een eer. Ik kan me vergist hebben, maar ik kreeg niet de indruk dat Rita de favoriete politica van Jeroen was. Eerlijk gezegd stond Rita stond er helemaal een beetje onhandig bij temidden van al die huiselijke showbizz, de camera raakte haar telkens kwijt. Duidelijk was wat ze wilde uitstralen: dit is mijn domein. Een paar weken later prees ze zag ik haar in een ander populair programma een heel andere zanger als haar absolute favoriet aanprijzen.

Wat maakt het uit. Je hoort tegenwoordig vaak beweren dat we in een mediacratie leven, maar zelden wordt uitgelegd wat dat nu precies betekent. De suggestie is meestal dat waar men zich in Hilversum druk over maakt, een oneigenlijke invloed zou hebben op de perceptie van de mediaburger. Avond aan avond het filmpje van Wilders, de bekentenis van Joran van der Sloot, de doodgereden tasjesdief, straatcoaches die geen hand willen geven - wanneer je het de kijker maar vaak genoeg voorschotelt, gaat ie zich er vanzelf druk over maken. Er zit wat in. Een tijdje geleden mocht Marco van Basten in een sportprogramma uitleggen wat hij tegen de boerka had. Het was duidelijk dat hij zelden of nooit een vrouw in een boerka had ontmoet, maar hij maakte zich er zichtbaar zorgen over.

De televisie schept een eigen werkelijkheid. De tientallen imams die Verdonk tijdens haar ministerschap vriendelijk een hand gaven, hebben nooit het nieuws gehaald - in tegenstelling tot die minzame salafist uit Tilburg, die de hand van Rita weigerde en sindsdien een rasechte BN’er is geworden; net als zijn fundamentalistische zoon, die weer een vrouw heeft die sinds kort ook geen hand meer wenst te geven aan mannen die ze nog niet eens zo heel lang geleden spontaan om de nek vloog. Dat krijg je ervan.

Ik denk dat het nog dieper gaat: er is een nieuwe kloof ontstaan. Geen kloof tussen de burger en de politiek, geen kloof tussen de straat en de staat, maar een kloof tussen wat van de televisie is en wat niet. Zet Rita Verdonk tegenover Ella Vogelaar en het is duidelijk: Verdonk is van de televisie, Vogelaar is op televisie. Wie van de televisie is, mag zich verheugen in een permanente aandacht van alle media. Van de televisie zijn is een kwaliteit op zich. Wie niet van de televisie is, moet het dan ook vooral niet wagen op televisie in debat te gaan met iemand die dat wel is - zie de beruchte aanvaring tussen Jort Kelder en Heleen van Royen in Pauw en Witteman met dezelfde Ella Vogelaar.

Ziedaar de kloof: terwijl de Tweede Kamer afgelopen week verhit debatteerde over de film van Wilders, mocht opiniepeiler Maurice de Hond, die ook erg van de televisie is, aan Andries Knevel, die de vleesgeworden televisie is, uitleggen dat die hele Haagse vertoning in de perceptie van de meeste burgers een sleets toneelstukje was. De Hond had dat toen nog helemaal niet gepeild, maar Knevel viel hem bij - alsof praatprogramma’s op televisie geen toneelstukjes zijn. Wat bedoeld werd, is dat een Tweede Kamerdebat slechte televisie is, behalve voor politici die toch al van de televisie zijn, zoals Wilders. Die laatste mag tijdens het debat politiek in de val gelokt zijn door geslepen christen-democraten, in een mediacratie doet dat er helemaal niet toe. Wilders is van de televisie, het kabinet niet. Veel parlementariërs staan weliswaar te trappelen om op televisie te komen, maar ze zijn overduidelijk niet van de televisie. Dat maakt een trieste, onvolkomen indruk. Daar wil je niet bijhoren.

Rita Verdonk heeft dat begrepen. Inmiddels doet ze alles wat met politiek te maken heeft af als oude politiek. Bij Kamerdebatten laat ze zich doelbewust niet zien, dat roept bij haar electoraat maar verkeerde associaties op. Bovendien kan iedere inhoudelijkheid zo vermeden worden - de journalistiek lijkt eindelijk wakker geworden en wil nu van haar horen hoe ze de files gaat oplossen; zo’n vraag is gemakkelijker te pareren in een scheepsterminal met zang en dans op de achtergrond dan in de Tweede Kamer. In de mediacratie gaat het om het gebaar. Hetzelfde geldt overigens voor Wilders: Fitna is geen betoog, het is zelfs geen pamflet, Fitna is een gebaar.

Na de manifestatie van Rita werd er op televisie natuurlijk druk vergeleken met de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Daar schamen ze zich niet voor politieke show, werd er vastgesteld door mensen die ook erg van de televisie waren. Vergeten werd dat achter alle politieke show van de presidentskandidaten ook werkelijk een politieke organisatie schuilgaat, de hype keert zich niet af van het politiek bedrijf. In de debatten spelen anti-Washingtonsentimenten tegenwoordig nauwelijks meer een rol; het gaat juist om wie het meeste bestuurlijke ervaring heeft.

Dat is hier anders: Verdonk heeft zich helemaal losgemaakt van de politiek. onder het mom van vernieuwing en Wikipedia heeft Rita zichzelf volkomen losgezongen van het politiek bedrijf. Ze is helemaal media geworden. Alleen, wat voor media? Onheilspellend was de pontificale aanwezigheid van Willibrord Fréquin op haar launch. Nog onheilspellender was het gerucht dat het haar vriendin Nina Brink was die voor meer dan een ton de onverkochte plaatsen had opgekocht. Brink ontkende via haar vriend Pieter Storms, in een heel grijs televisieverleden de man met het breekijzer. In de Nieuwe Revue stonden Rita en Nina gezusterlijk op de foto. Ze delen, zo blijkt, hun woordvoerder Kay van der Linde, de man achter de stuntelpartij Leefbaar Nederland, die ondanks zijn mislukking de afgelopen jaren in heel veel programma’s als briljant campagnestrateeg mocht optreden. Het gaat immers om het gebaar. Maar het lijkt er verdacht veel op dat Rita de oude politiek heeft ingeruild voor oude televisie. Dat kan niet goed gaan.