Polderende moslims

Nederlandse moslims hebben beheerst gereageerd op ‘Fitna’, de vrucht van Hollands polderen. En: „De polemiek heeft geleid tot een gistingsproces binnen de gemeenschap zelf.”

Illustratie Olivia Ettema
Illustratie Olivia Ettema Ettema, Olivia

Kort nadat Geert Wilders’ Fitna was verschenen, sprak imam Fawaz Jneid in het Arabisch een videoboodschap in. Fawaz prees de „dappere” premier Balkenende, die openlijk afstand had genomen van de anti-Koranfilm van Geert Wilders. Ook bedankte hij zijn broeders in islam, voor de waardige en beschaafde manier waarop ze op Fitna hebben gereageerd. De provocatie van Wilders had gelukkig niet geleid tot „daden van onnozelheid en onwetendheid”, zei Fawaz. Want dát, zo zei de sjeik, was precies waar Wilders op uit was geweest.

De videoboodschap van Fawaz was opmerkelijk. De Syrische imam stond namelijk niet bepaald bekend als een bruggenbouwer. In 2002 hadden geheime opnamen van zijn wekelijkse preken in de Haagse As Soennah-moskee nog voor veel ophef gezorgd. Destijds vervloekte Fawaz president Bush en de toenmalige Israëlische premier Sharon, en smeekte hij Allah ‘de vijanden van de islam te vernietigen’. Nu riep de salafistische sjeik op tot kalmte. „Zijn gedaanteverwisseling is voorbeeldig”, zegt staatssecretaris Ahmed Aboutaleb van Sociale Zaken.

Nederland haalde opgelucht adem, de dagen na Fitna. In de aanloop naar de film hadden betogers in Afghanistan de Nederlandse vlag verbrand. Nu demonstreerden in Kaboel slechts enkele tientallen vrouwen in boerka. De Talibaan lieten in een persbericht weten dat twee aanslagen met bermbommen in Uruzgan ook een wraakoefening voor de film waren geweest. In Indonesië waren er relletjes bij een Nederlands consulaat.

Maar in Nederland zelf was de reactie van de moslims vastberaden en beheerst. De Nederlandse Vereniging van Imams had al in januari opgeroepen tot kalmte. Tijdens een persconferentie in de El Oumma-moskee in de Amsterdamse wijk Slotervaart werd deze oproep door de verzamelde islamitische organisaties nog eens dunnetjes overgedaan. „We zullen het contact en het debat met de kiezers van Wilders opzoeken”, zei oud-Kamerlid Mohammed Rabbae, namens het beraad van Marokkanen in Nederland.

Hoe is die milde reactie te verklaren? Natuurlijk, zo zeggen alle betrokkenen met wie voor dit artikel is gesproken, Fitna was minder beledigend dan vooraf gevreesd. Wilders heeft geen bladzijden uit de Koran gescheurd en verbrand. Heiligschennis is uitgebleven. Maar is dat voldoende verklaring voor de zeer gematigde reacties van de Nederlandse moslims? Of hebben zich binnen de moslimgemeenschap fundamentele veranderingen voltrokken sinds de verschijning van de film Submission van Hirsi Ali en Theo van Gogh in 2004?

Eén ding is duidelijk: in de weken en maanden die aan Fitna voorafgingen, is er ouderwets gepolderd, op alle niveaus. Al in november van het vorige jaar waarschuwde het kabinet alle burgemeesters voor „onrust in de samenleving en spanning tussen bevolkingsgroepen”. Gemeenten hebben gehoor gegeven aan die oproep, zo lijkt het. In Eindhoven werden bijeenkomsten belegd, moskeeën bezocht en telefoonnummers uitgewisseld. Jongerenwerkers en wijkagenten trokken de achterstandswijken in, om in contact te treden met de probleemjeugd. „Er waren overal initiatieven’’, zegt Mustapha Ouatiq, adviseur maatschappelijke vraagstukken in Utrecht. „Er waren discussiebijeenkomsten. Trainingen hoe om te gaan met de berichtgeving in de media. De jongeren zijn bijna doodgeknuffeld”.

Het was een voordeel dat de film zolang op zich liet wachten, zegt Fouad Sidali, voorzitter van het Samenwerkingsverband van Marokkanen in Nederland (SMN): „Het gaf moslims de tijd er samen over te spreken, er over te debatteren. We konden goed uitstippelen hoe de reacties zouden zijn.”

„Anders dan in Denemarken na de cartoons is hier in Nederland niet de woede, maar juist de kalmte georganiseerd”, zegt Sadik Harchaoui, directeur van kennisinstituut Forum. In Denemarken voelden gekwetste moslims zich niet gehoord en gingen op eigen initiatief naar het Midden Oosten om steun te zoeken. In Nederland discussieerden moslims onder elkaar. En de boodschap die verschillende Nederlandse moslimorganisaties stuurden naar de islamitische wereld was heel anders. Harchaoui: „Die luidde: blijf met je poten van ons af, we hebben geen behoefte aan inmenging, wij zijn zelf zeer capabel de discussie aan te gaan en misbruik wat in Nederland gebeurt niet voor jullie eigen politieke doeleinden.”

Niet alleen in gematigde kring klonk de oproep tot kalmte. Ook onder fundamentalistische moslims was hij te horen. De zeer actieve orthodoxe jongerenprediker Abou Ismail, rechterhand van sjeik Fawaz, zegt dat hij en andere jongerenimams hebben aangedrongen op een beschaafde reactie. „We hebben vanaf het begin heel duidelijk gemaakt: er is niets op tegen als je reageert. Ga schrijven, weerleg het wetenschappelijk of pak het strafrechtelijk aan, maar ga geen gekke dingen doen. Ga niets in de fik steken of zo. Daarmee geven we Wilders gelijk. Dan zegt men: zie je wel. Als je geweld gebruikt, krijgt hij een grotere achterban. Als je je beschaafd gedraagt, bewijs je zijn ongelijk.”

Zo werd onvrede over de Wilders-film ingepolderd, nog voordat Fitna online stond. Dat kon, zo maken betrokkenen duidelijk, door de veranderingen die zich de afgelopen jaren in de moslimgemeenschap hebben voltrokken. Zo is het salafistische lezingencircuit gegroeid. Abou Ismail zegt veel meer „lessen” te geven dan vroeger: „Vroeger sprak je alleen in de eigen moskee je eigen mensen toe, nu word je uitgenodigd op verschillende plaatsen in het land. Ook scheelt het enorm dat er in het Nederlands gepreekt wordt, dat is een hele beleving voor jongeren.”

Moslims hebben zich beter georganiseerd, zegt Fouad Sidali van SMN: „Rond de moord op Theo van Gogh speelden sjeiks uit Iran, Afghanistan en Pakistan in op het gemeenschappelijke gevoel van moslims en deden radicale oproepen. De jongens van de Hofstadgroep zijn we op die manier kwijtgeraakt. Er waren malloten die op internetsites radicale antwoorden gaven op vragen waar jongeren mee zitten. Nu hebben we eigen sites waar jongeren naartoe kunnen om antwoorden te krijgen op levensvragen.”

In islamitisch Nederland vindt „een vernieuwing, een verjonging en een vervrouwing” plaats, zegt Sadik Harchaoui van Forum: „De aloude belangenorganisaties krijgen minder betekenis, zijn minder etnisch bepaald. Er is grote diversiteit ontstaan, er functioneren vele netwerken. Men is individualistischer en zakelijker. De moslimgemeenschap groeit naar het Nederlandse gemiddelde, een teken van emancipatie.”

De moslims zijn weerbaarder geworden, zo lijkt het. In 2003 waarschuwde toenmalig AIVD-chef Sybrand van Hulst nog voor de hoge toon waarop het ‘islamdebat’ in Nederland werd gevoerd. De voortdurende beledigingen van politici en columnisten aan het adres van de moslimgemeenschap zou radicalisering van jonge moslims in de hand kunnen werken. Nu gaan er stemmen op dat de islamkritiek juist louterend heeft gewerkt.

„Moslims zijn veel beter in staat met kritiek om te gaan dan vijf jaar geleden” zegt Paul Scheffer, die met zijn artikel ‘Het multiculturele drama’ in NRC Handelsblad, in 2000, mede aanleiding was voor het debat. „De polemiek heeft geleid tot een gistingsproces binnen de gemeenschap zelf. Het dringt door dat men zelf verantwoordelijk is, dat men niet kan wegkruipen.” Volgens Ahmed Aboutaleb heeft het debat „een grote rol” gespeeld: „Er is hard gediscussieerd over moslims in Nederland, soms ondraaglijk hard. Moslims hebben kunnen wennen aan het idee dat dingen die ze zelf vanzelfsprekend vinden, in Nederland lang niet altijd vanzelfsprekend gevonden worden. Dat er wordt gevraagd: hoezo? Verklaar je nader?”

Fouad Sidali spreekt over de „positieve bijwerking” van de islamkritiek. „Het ging ook vaak over de grens. Mensen zijn onnodig op hun ziel getrapt. Dat zorgde ervoor dat veel moslims in hun schulp kropen, binnen hun eigen gemeenschap. Maar vervolgens ontstonden er binnen die gemeenschap allerlei discussies. Het werd een onomkeerbaar proces.” Moslims stelden zich volgens hem steeds nadrukkelijker de vraag hoe je moet omgaan met je geloof in een land als Nederland: „Dat zorgt voor strijd. Onbewust ga je schuiven. Je wilt deel zijn van de samenleving. Je gaat je schikken naar de maatstaven die hier gelden. Moslims reageren niet alleen milder, ze zijn ook milder.”

Mohammed Rabbae heeft naar eigen zeggen zijn „zolen versleten” in Nederlandse moskees: „Ik heb nog nooit zoveel moslims van de eerste generatie migranten zien praten over de grondwettelijke artikelen over discriminatie en vrijheid van meningsuiting. Vroeger leefde men daar volledig langs.” Volgens Rabbae laten moslims nu eindelijk zien dat ze kunnen „incasseren”.

De dag na Fitna noemde Amar Nejjar, voorzitter van de orthodoxe Al-Fourqaanmoskee in Eindhoven, Geert Wilders „een dwerg”. Na de preek spraken gelovigen hem daar op aan. „Men vond dat een verkeerde woordkeus, zeker voor de voorzitter”, zegt Ibrahim Wijbenga, die nauwe banden onderhoudt met de moskee: „Als je mensen uitscheldt, dan laat je je eigen zwakte zien.”

Orthodoxe moslims hebben zich evenmin aan het ‘emancipatieproces’ kunnen onttrekken, zo wordt geconstateerd. Sadik Harchaoui: „Bedenk dat hun aanhang vroeger vooral uit analfabeten bestond. Nu is men veel beter opgeleid en gaat vragen stellen. Er ontstaat ook daar een nieuwe elite. Ze zeggen het misschien niet, maar ze voelen zich echt wel Nederlander. Het gezag van de leermeesters staat onder druk, dat is een onderdeel van de emancipatie.”

Veelzeggend voor de ontwikkeling in orthodoxe kring is ook de reactie die sjeik Fawaz gaf op de film van Wilders. De koranverzen die Wilders aanhaalde over het doden van ongelovigen plaatste de voorganger van de As Soenah-moskee heel nadrukkelijk in zijn historische context. Die uitspraken waren bedoeld voor de strijd die de profeet Mohammed zélf moest leveren tegen de inwoners van Mekka, niet voor de Nederlandse samenleving. Paul Scheffer noemt het „een cruciale stap”. Scheffer: „Het is van groot belang als men er in slaagt de koran in zijn historische context te plaatsen. Niet absoluut geldend, ongeacht tijd of plaats. Maar open voor de mogelijkheid tot interpretatie.”

Overigens wil de salafistische prediker Abou Ismail zelf niets weten van het begrip emancipatie: „De islam heeft geen emancipatie nodig”, zegt hij: „De islam is het toonbeeld van alles, dat is een feit. Als je de islam volgt, zullen er geen problemen zijn.”

Er is een eerste stap gezet gezet, zegt staatssecretaris Aboutaleb. „Een stapje van meters op de weg van kilometers naar verlichting. Ik weet hoe lang ik er zelf over heb gedaan.” Ook Paul Scheffer waarschuwt dat er niet te vroeg moet worden gejuicht. „De reacties zijn nu mild, maar vergeet niet dat het na Submission ook maanden duurde voordat het lichaam van Van Gogh ontzield op straat lag.” Hoe diep de emancipatie zit, is volgens hem moeilijk te peilen. „,Wie de moslimleiders die je hoort precies vertegenwoordigen is mij niet altijd duidelijk. Mogelijk zal veel van dit alles langs een grote groep moslims heengaan. Wat gist er onder jongeren? Is er sprake van grote vervreemding? Dat zijn vragen die open blijven.”

Sadik Harchaoui zegt dat het harde islamdebat, de polarisatie, voor externe druk gezorgd heeft voor de emancipatie van moslims. „Moslims spreken zich uit, bekennen kleur, worden politiek actief, pakken de pen op. Maar je moet erg oppassen voor een rechtstreeks verband. Het is niet zo dat als je ze genoeg slaat, je ze wel geëmancipeerd krijgt. Want op het individuele niveau kan het ook leiden tot het zich onttrekken aan de samenleving, tot isolement, soms zelfs radicalisering.”

In 1999 deed de sociologen Han Entzinger een groot ‘survey-onderzoek’ naar de integratie van Turkse en Marokkaanse jongeren in de leeftijd van 18 tot 30 jaar in Rotterdam. In 2006 deed hij dat onderzoek nog eens over. Uit zijn vorige week verschenen boek, De lat steeds hoger, blijkt dat de ingrijpende gebeurtenissen van de afgelopen jaren hun sporen hebben nagelaten in de onderlinge verhoudingen. Jonge Turken en Marokkanen spreken beter Nederlands, zijn hoger opgeleid en participeren meer in de Nederlandse maatschappij dan in 1999. Desondanks is de gevoelde afstand tussen de bevolkingsgroepen volgens de onderzoekers veel groter geworden. „De integratie schrijdt voort, maar de culturele kloof wordt groter”, zegt Entzinger. „Integratie gaat blijkbaar niet van een leien dakje.’’

De ‘gepercipieerde’ afstand komt tot uitdrukking in de Nederlandse islam. Want jonge Turken en Marokkanen zijn misschien geïntegreerd, ze zijn zeker niet geseculariseerd. In 1999 zei 42 procent van de Marokkaanse jongeren zich strikt aan de geloofsregels te houden. In 2006 was dat opgelopen tot 58 procent. 70 procent van de Marokkanen zei vijf keer per dag te bidden.

Turkse en Marokkaanse jongeren zijn op zoek naar een nieuwe identiteit, zegt Entzinger. „De islam speelt daarbij een belangrijke rol. Jonge Marokkanen proberen inhoud te geven aan hun geloof in een omgeving die daar niet bepaald vriendelijk tegenover staat.” De hoogleraar migratie is bezorgd over de lage toekomstverwachtingen van met name hoogopgeleide jongeren: „Geïntegreerde allochtonen lopen tegen een glazen plafond. Dan bestaat de kans dat ze denken ‘waar doe ik het voor’, en afhaken. Dat was de carrière van Mohammed B.”

Psychologen Ine Vink en Hicham Rhezouani worden in hun praktijk in de Utrechtse achterstandswijk Kanaleneiland dagelijks met die spanningen geconfronteerd. „Het gevoel van uitsluiting leeft zo sterk, dat mensen er letterlijk ziek van worden”, zegt Vink. Ze haalt een recent Rotterdams onderzoek aan: onder Marokkaanse mannen komt schizofrenie elf keer vaker voor dan gemiddeld. Niet alleen oudere migranten van de eerste generatie hebben last van psychische problemen, Vink en Rhezouani krijgen ook veel Marokkaanse jongeren van de derde generatie over de vloer. Marokkanen zijn kwetsbaarder dan de Turken, zegt Rhezouani. „Je bent eerst Turk, en dan pas moslim. Van Marokkanen hoor je altijd alleen: ik ben een moslim. Het moslim zijn ís hun identiteit.” Discriminatie was er al, zeggen Vink en Rhezouani. Nu is er ook nog de kritiek op de islam. Daarmee raak je aan de identiteit van een groep die zich toch al buitengesloten voelt. Rhezouani: „Als de islam de hele tijd ter discussie wordt gesteld, dan wil je je niet meer aansluiten bij de Nederlanders, de kafirs, de ongelovigen.”

Ali el-Bakkali (20) heeft de nieuwe Mohammed B. nog niet gezien. Toch maakt de HBO-student en jongerenwerker zich grote zorgen over de stijgende woede onder jongeren in Kanaleneiland waar Marokkanen de grootste migrantengroep vormen. „Het beeld dat alles rustig is, komt niet overeen met de realiteit”, zegt El-Bakkali. Met zijn stichting Trendy heeft hij bijeenkomsten georganiseerd over de Wilders-film. „Men is heel boos over de film. Dat het nog niet tot escalatie heeft geleid, komt omdat we het in bedwang hebben gehouden: het jongerenwerk, de moskeeën. Maar nu is het genoeg. Gelukkig gaat Ehsan Jami zijn film niet uitbrengen. Dan was hier zeker de pleuris uitgebroken.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Schizofrenie

In het artikel Polderende moslims (Zaterdag &cetera, 5 april) stond dat Marokkaanse mannen tot elf keer vaker aan schizofrenie lijden dan gemiddeld. Dit moet zijn: vier tot zeven keer vaker.