Magnum opus

Laatst was ik weer eens in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, waar de grootste openbare schaakcollectie van de wereld is. Ik was er lang niet geweest, waar ik me een beetje voor schaamde. Maar zo gaat dat als journalist. Als je beseft dat je iets na moet kijken, heb je niet meer de tijd om naar een bibliotheek te gaan, in ieder geval niet in een andere stad.

Aan een van de studietafels op de schaakafdeling zat Fred van der Vliet. Dat verbaasde me niet, want ik wist dat hij daar bijna iedere dag is. Vroeger was hij een sterke schaker die vaak aan het kampioenschap van Nederland meedeed en tegenwoordig werkt hij aan zijn magnum opus, een biografische encyclopedie van schakers.

Een deel ervan heeft hij eens laten drukken, in één exemplaar. Het waren ongeveer duizend pagina’s, maar dat was al een tijdje geleden. Ik vroeg hoe het er nu mee stond en hij zei een beetje bedrukt dat hij over de 8.000 pagina’s zat.

Het werk zal nooit af komen. Zal het ooit een uitgever vinden? Dat moet dan wel een idealist zijn. Een online database lijkt me haalbaarder.

Ik vroeg aan iemand van de bibliotheek iets over een oude schaakrubriek van Lodewijk Prins in Het Parool waar een partij in werd besproken die Constant Orbaan eens in Polen had gespeeld. Het jaar wist ik niet precies.

Toen bleek dat Fred zijn materiaal niet alleen in zijn computer heeft, maar veel ervan ook in zijn hoofd. ‘Ik denk dat het 1957 moet zijn geweest, maar ik zal het even nakijken’, zei hij. Hij zocht in zijn bestanden en het klopte.

Oplossing: 1...Ld3xf1 en wit gaf op. Na 2. Txd4 volgt 2...Pf3+ 3. Kh1 Tg1 mat en na 2. Dxd4 cxd4 wint zwart doordat hij een stuk voor blijft.