‘Liefst had ik een cd’tje bij mijn roman laten branden’

Marc Reugebrink was compleet verrast toen hem vorige week de Gouden Uil werd toegekend. Op televisie zat hij er ontspannen bij. „Ik krijg ’m toch niet, dacht ik.”

Marc Reugebrink Foto Meulenhoff
Marc Reugebrink Foto Meulenhoff Meulenhoff

Arjen Fortuin

„Ze dachten hier in Vlaanderen: die Reugebrink kennen we niet, die mag al blij zijn met zijn nominatie.” Niet alleen buitenstaanders waren verrast toen de Gouden Uil zaterdag werd toegekend aan Het grote uitstel van de in Gent wonende Nederlandse schrijver Marc Reugebrink. Hij was zelf ook overdonderd: „Ik ben absoluut geen televisietijger, maar ik zat er de hele avond vrij ontspannen bij. Ik krijg ’m toch niet, dacht ik.”

Maar Reugebrink (1960) kreeg de prijs van 25 duizend euro wél, daarmee de favorieten A.F.Th. van der Heijden, Jeroen Brouwers, Marjolijn Februari en P.F. Thomése passerend. Zijn derde roman vertelt het verhaal van de jonge Daniël Rega, die opgroeit in de jaren zeventig en tachtig, temidden van wereldverbeteraars, krakers en punkers, terwijl hij zelf vooral een hang heeft naar de gelukzaligheid die hij tussen de benen van een meisje kan vinden.

Uw roman is in Nederland weinig besproken. Viel dat u tegen?

„Nee, het schrijven van een boek is voor mij het hoogtepunt. Vervolgens voel ik me voor de duur van het presentatiefeestje een literaire kampioen. Maar de volgende dag heb ik hoofdpijn. Als een boek dan in de winkel gaat lopen, is het mooi, maar bij mijn boeken gebeurt dat meestal niet. Na een paar maanden verdwijnt het dan uit de schappen. Ik stond al eerder op de longlist van de Gouden Uil en van de Librisprijs. De nominatie voor Het grote uitstel kwam niet helemaal onverwacht: twee juryleden hadden mijn boek genoemd in hun lijstjes van de beste boeken van 2007.”

De jury schrijft over uw boek: ‘Revolutie en begeerte worden één pot nat in deze vunzige melange van pop, politiek en seks (heel veel seks!)” Was dat wat u met deze roman voor ogen stond?

„Ik zou het zelf nooit zo zeggen. Ik heb me laten inspireren door de regel ‘Begeerte heeft ons aangeraakt’ uit De Internationale. Vooral omdat ik bij begeerte niet aan een betere wereld denk, maar aan iets anders. Ik wilde het verlangen naar een betere wereld de competitie laten aangaan met het verlangen naar geluk en geborgenheid van de hoofdpersoon. Die heeft burgerlijke trekjes. Je zou hem een ‘speedburger’ kunnen noemen. Maar voordat ik begin te schrijven heb ik nooit zoveel voor ogen, vaak niet méér dan één scène.”

Welke scène was dat bij ‘Het grote uitstel’?

(Lachend): „Ik heb in het café aan de toog staan opscheppen dat ik een befscène van honderd pagina’s zou schrijven. Maar ik realiseerde me al snel dat dat op den duur wat zou kunnen gaan vervelen.”

Er komen veel geëngageerde mensen voor in de roman, maar is het ook een geëngageerde roman?

„Voor mij wel. Wat mij interesseert is het verlangen en streven naar een betere wereld, samen met het besef van de onmogelijkheid ervan. Het besef van het kwaad dat door dat streven is aangericht, dat het verlangen op een bepaalde manier stuitend naïef maakt. In die ruimte beweegt het boek zich.”

Achterin de roman staat een ‘soundtrack’ een lijst met muziek die in het boek voorkomt, van ‘De Internationale’ en Neil Diamond tot The Police en Doe Maar.

„Ik heb er voor een aantal vrienden een cd van gebrand. Het liefst had ik die bij alle exemplaren van het boek gedaan. Ik denk dat die nummers inzicht kunnen geven in de gevoelens en verlangens van de hoofdpersoon, van het gekweel uit Du van Peter Maffay tot The Ramones. De muziek balt het boek samen. Zie het maar als een voorschot op ‘Het grote uitstel. The Movie’.”

U woont al tien jaar in Gent. Wordt u later beschouwd als een Vlaamse winnaar van de Gouden Uil?

„Nee hoor, ik woon hier vanwege mijn vrouw en ik blijf hier zeker, maar ze zullen me nooit als Vlaming gaan zien. Ik blijf hier altijd de kaaskop.”

Marc Reugebrink : Het grote uitstel. Meulenhoff-Manteau, 256 blz. € 19,95