‘In Vlaanderen gaat wielersport nog van vader op zoon’

De Ronde van Vlaanderen, die morgen start in Brugge, heeft op het oog weinig te lijden van de crisis in de wielersport. Organisator Wim van Herreweghe koestert de ‘wortelwaarden’ van zijn monumentale wedstrijd. „De Ronde van Vlaanderen is de hoogmis.”

In de brasserie van het Centrum Ronde van Vlaanderen, dat in alles wielerhistorie ademt, peinst organisator Wim van Herreweghe over zijn mooiste herinnering aan de Vlaamse topklassieker. „Johan Museeuw op de Bosberg, 1998. Hij verkrampt, maar heeft genoeg souplesse in de spieren om toch nog te winnen. De mens die lijdt, die tot het uiterste gaat en dan zegeviert. Prachtig.”

Zoals elke Vlaming kreeg Van Herreweghe het wielerbacil vanaf de wieg „met de soeplepel ingegeven”, vertelt hij. „Mijn vader was al betrokken bij Walter Godefroot.” Morgen, in de 92ste editie van Vlaanderens Mooiste, is juist tweevoudig winnaar Godefroot (1968 en 1978) chauffeur van de wedstrijdorganisator. „Ik vind dat bijzonder”, zegt Van Herreweghe, die sinds 1997 namens de krant Het Nieuwsblad de organisatie leidt.

„De wielersport gaat in Vlaanderen nog altijd van vader op zoon, dat verklaart de blijvende populariteit. Bij ons is wielrennen de evenknie van voetbal. Dat is in geen enkel ander land het geval. En de Ronde van Vlaanderen is de hoogmis. Dan is niet alleen de wielerliefhebber erbij betrokken, maar iedereen. Op het parcours, voor de tv. Het is echt een volksfeest. Dat is de unieke waarde van deze wedstrijd. Daarnaast zijn we een hoog sportief goed. Vergelijk het met de Elfstedentocht bij jullie.”

Meer dan 600.000 toeschouwers verwacht de Belgische politie morgen langs de route. „En meer dan honderd landen zenden het uit op televisie”, weet Van Herreweghe. „De Ronde is een goede toeristische promotie voor ons land en ook een zeer groot vliegwiel voor de economie. Stel dat alle toeschouwers morgen twintig euro uitgeven..., neem de hotelovernachtingen van de buitenlandse toeristen..., dat zijn miljoenen euro’s.”

De organisatie zelf wordt er volgens hem niet rijk van. „Onze begroting is twee miljoen euro. Dat halen we bij elkaar uit tv-rechten, sponsoring, vip-pakketten, licenties voor wie iets wil doen langs het parcours. En daar betalen we alles van: renners, prijzengeld, infrastructuur, het podium in Brugge, de presentatie. Als we geld overhouden, investeren we dat in de vrouwenkoers, de beloften of het Centrum Ronde van Vlaanderen. Ons streven is break even. Zoals alles in het wielrennen, behalve de Tour de France, die zeer veel winst maakt.”

Het dit jaar hevig opgelaaide conflict tussen de Tourorganisatie ASO en de internationale wielerunie UCI vervult Van Herreweghe met grote zorg. Deze week stelde UCI-voorzitter Pat McQuaid pertinent dat de ASO met een eigen circuit van wedstrijden en teams zal komen. „Op dit moment merken we in Vlaanderen nog weinig van de organisatorische problemen in de wielersport. Dat wordt anders als er een splitsing van federaties komt. Dan gaan we het wél voelen. De ploegen neigen naar de kant van de ASO. Dan moet je als organisator ook naar die kant. Het is niet anders. Of je moet de Ronde met amateurs gaan rijden. Dat wil het publiek niet. Ze willen Tom Boonen zien, Thomas Dekker.”

Vooralsnog hoopt Van Herreweghe dat het zover niet komt. „UCI en ASO zijn de leidende partijen in het wielrennen en moeten er samen uitkomen. Beter een slecht compromis dan een breuk. Iedereen heeft belang bij een goede wedstrijdkalender. Maar we zijn er nu ver van af. Als de ProTour verdwijnt, ben je ook de goede waarden ervan kwijt. Garanties naar de ploegen, startrecht voor vier jaar: dat was goed. Het kan niet zo zijn dat ASO zomaar Astana weigert in hun koersen.”

De organisator van de Ronde van Vlaanderen koestert zijn middenpositie in het conflict. Hij kiest niet blind partij voor de ProTour van de UCI. „Het merk Ronde van Vlaanderen vinden wij belangrijker dan het ProTour-label. Wij zijn niet de ‘ProTour België’, zoals je de Grote Prijs van België hebt in de Formule 1. Die kun je houden op het circuit van Francorchamps of ergens anders, dat maakt geen verschil. Wij vertegenwoordigen een merk met onze hellingen, de kasseien. De Ronde staat voor iets, heeft haar eigen wortelwaarden. Net als de Tour de France niet zo maar een ‘rittenwedstrijd Frankrijk’ is. Ik begrijp best dat er herkenbaarheid moet zijn in een wedstrijdcircuit. Maar wel in evenwicht. Zo zal ASO dat ongetwijfeld ook zien.”

De Fransen hoeven niet op zijn steun te rekenen als ze een eigen federatie starten. „Misschien kopen ze een aantal ploegen op, en beginnen ze een gesloten circuit waarin ze zelf nummer één zijn als economische factor. Dat zou niet goed zijn, denk ik. Bij ons in België heeft de ASO ook de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik gekocht. Ik zeg niet dat het steriel is, maar het is toch een machinerie die passeert. Het is meer een tv-product, met lang niet dezelfde bezieling als bij de Ronde van Vlaanderen.”