Er was eens een Percy

Couturier Percy Irausquin brengt kleur in de Nederlandse mode. Jurken voor prinsessen en voetbalvrouwen.

Percy Irausquin Foto Maarten van Haaff couturier Percy Irausquin op zijn atelier. Amsterdam, 1 april 2008. foto Maarten van Haaff
Percy Irausquin Foto Maarten van Haaff couturier Percy Irausquin op zijn atelier. Amsterdam, 1 april 2008. foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

Jubelende pieken en treurige dalen kenmerken de carrière van couturier Percy Irausquin. Opeens, in 2002, was daar Percy: de ontwerper die letterlijk kleur in de Nederlandse mode bracht. Niets dan lof van de pers en de klanten stroomden toe. Maandag is het weer feest voor Percy als hij zijn nieuwe collectie presenteert. Maar het afgelopen jaar maakte de couturier een rotperiode door. Na amper twee jaar samenwerking liet zijn zakenpartner hem onverwachts vallen. Percy werd uit zijn chique winkel aan de Cornelis Schuytstraat gezet, er werd beslag gelegd op zijn huis en bankrekening.

„Een mooi sprookje viel uit elkaar,” blikt Irausquin terug. Hij was geschokt, door de manier waarop, en verbaasd dat hij „heel oneerlijk” financieel overal voor op moest draaien. Rechtszaken lopen nog. Percy Irausquin is zijn naam kwijt, zijn couturelijn heet nu Atelier PRC. In mei beslist een rechter over het merkrecht op zijn naam. Hij heeft er vertrouwen in. „Ik heb me altijd voor alles meer dan 100 procent ingezet. Het is niet eerlijk gegaan.” Irausquin heeft al eerder te maken gehad met zakelijke geschillen. Hij is nu behoedzaam geworden. „Ik laat tegenwoordig alles, alles eerst door anderen lezen.”

En nu de jurken. Ze zijn fel gekleurd, heftig bedrukt, gedrapeerd, sexy, voor vrouwen die houden van een entree maken. Klanten vertellen hem vaak dat het voelt alsof ze niets aanhebben, zo luchtig en zwierig voelt de stof. Gazar heet die lichte, ‘kneedbare’ stof waarmee de couturier kunstig een roosvormige rok drapeert. „Het moet lijken alsof een vrouw zelf lappen stof over zich heen heeft gegooid.”

Irausquin (38) is een innemende persoonlijkheid. Klanten zijn dol op zijn creaties. Of zijn ze dol op zijn mooie jurken vanwege de aandacht die hij schenkt? „Beide. Ik kom uit een vrouwengezin met vijf zussen en kan erg goed met vrouwen overweg.” Voor een couturier is dat volgens hem meer dan een voorwaarde. „Ik kom dichtbij. Vrouwen stellen zich kwetsbaar voor mij op. Ik moet de mooiste delen van hun lichaam goed laten uitkomen. Als dat lukt wordt iemand heel gelukkig van een jurk.”

Percy Irausquin kwam begin jaren negentig – hij was twintig – uit Aruba naar Nederland. Zijn doel was modeontwerper worden. Van prinsessenjurken. „Vanaf hun kindertijd willen alle vrouwen al niets liever dan zich verkleden als prinsesje, de mooiste zijn.” Een gevoel dat volgens Irausquin nooit verdwijnt. Als hij gaat studeren aan de Rietveld academie in Amsterdam heeft hij het tijdsbeeld tegen. „Grunge was in, hoe slordiger, hoe beter.” Op de academie en later op de Masteropleiding Fashion Institute Arnhem voelde hij zich een buitenbeentje. „Jij gaat dus de rijke vrouwen kleden”, schertsten zijn klasgenoten als Irausquin hardop dagdroomde over zijn doelgroep: voetbalvrouwen en soapies. Irausquin hield koppig vast aan zijn stijl. „Voor mij geen tafel als jurk,” schatert hij. „Ik bleef doordrammen en wist dat er een tijd van sexy jurken zou komen.”

En die kwam.

Irausquin verklaart zijn instant succes in 2002 toen hij van school kwam: „Ik zette een verfrissend, nieuw vrouwbeeld neer. Tot die tijd toonden Nederlandse ontwerpers vooral conceptuele, sobere, vaak vormloze, en toch best mooie mode. Daar kwam ik, met bonte bloemenstoffen, blote ruggen en fel fuchsia.” De timing was perfect. Het jurkengedoe rondom de Oscars was een vast item op tv en in de bladen geworden. Ook bij de Nederlandse gala’s en premières was de juiste dresscode een halszaak. Het glamourloze Nederland daagde de Arubaanse Irausquin uit, gaf hem de drive om smashing jurken te creëren.

Ontwikkeling van zijn ontwerpen zoekt Irausquin tegenwoordig in techniek. „Elke collectie ga ik een stap verder op weg naar draagbare couture met behoud van mijn handschrift en handwerk. Ik hijs vrouwen niet meer in ingewikkelde korsetten.’

Tijdens een stage bij een Franse korsettenmaker leerde Irausquin over de constructie van couture en het maken van een onzichtbaar binnenlijfje, waar een gedrapeerde jurk aan ‘hangt’. Irausquin maakte zich de kunst van het mouleren meester, een techniek waarbij stof rechtstreeks wordt gedrapeerd op het lichaam en vervolgens op de juiste plekken met draad en naald wordt gefixeerd.

De Spaanse ontwerper Christóbal Balenciaga is zijn held. „Als ik vastzit, pak ik mijn Balenciagabijbel, een dik boek , en ga bladeren.” De eerste keer dat Irausquin als puber in een bibliotheekboek een Balenciagajurk zag, vergeet hij nooit meer. „Het was een verbazingwekkende jurk opgebouwd uit twee bollen. In het basisjaar van de Rietveld kwam Irausquin het boek weer tegen. „Pas toen viel het kwartje.” De ontwerpen van Balenciaga zijn vooral monumentaal, een Percy-jurk heeft hier en daar een speelse strik, een strak silhouet en schwung. „Een jurk moet sexy bewegen.”

Tijdens de Oscaruitreikingen in februari nam animatiefilmer Suzie Templeton een beeldje in ontvangst in een knalrode Percy, in 2005 ontving actrice Maryam Hassouni een Emmy in een gouden Percy. Red-carpet-dresses zijn tegenwoordig een obsessie voor couturiers. Hoe anders moeten die jurken zijn dan ‘gewone’ couture? „Hoe simpeler hoe beter,” meent Irausquin die het fenomeen bestudeerde en concludeerde dat de draagster ondergeschikt is aan de jurk. „De vrouw is haast onzichtbaar, het draait om de juwelen en de jurk. De Oscaruitreiking is de grootste showcase van merken ter wereld.”

Irausquins finest moments moeten nog komen: een publicatie in de Amerikaanse Vogue en het moment waarop Máxima incognito bij hem binnenstapt. Irausquin weet het zeker, dat gebeurt op een dag.

Il etait une fois… is de sprookjesachtige naam van de coutureshow maandag in het Amsterdamse Tuschinsky Theater. Al zijn ‘red carpet’-meisjes komen: Carice, Katja, Nicolette, Estelle, Leontien en Suzie, en nog zeshonderd andere genodigden. Dresscode: A touch of fairytale. Het publiek ziet vrolijke cocktailjurkjes, lange avondjurken én korte. Want, zegt Irausquin, het gaat over een jong, maar verward prinsesje. Ze ontvlucht haar kasteel om naar een feest te gaan, onderweg in het bos blijft ze hangen in takken. Het feest is de show.’ Het uitgangpunt refereert aan de verwarde toestand waar Irausquin het afgelopen jaar verzeild in was geraakt. Elke jurk vormt een schakel in zijn verhaal.

Na elke show haalt Irausquin zijn inspiratiebronnen, collages en ontwerpen van de muur. Hij wist de muziek van de iPod. Na deze show neemt hij een besluit over de locatie van zijn nieuwe couturesalon. „Nee, dit keer is er geen investeerder. Ik wil het zelf doen, op eigen benen staan. Ik ben wijs geworden.”