DE DROOM VAN NOORDERVLIET

Amsterdam wordt deze maand Wereldboekenstad, een manifestatie ter bevordering van het vrije woord. Schrijver Nelleke Noordervliet wil die droom helpen verwezenlijken.

‘De droom van het vrije woord is niet meer te beperken tot stadsgrenzen of landsgrenzen. Kijk maar naar mensen als Salman Rushdie of Ayaan Hirsi Ali. Of de ophef rond de film van Wilders. Deze maand staat voor mij extra in het teken van het vrije woord. Want deze maand wordt Amsterdam een jaar lang Wereldboekenstad. Vanaf 23 april. Dat is een initiatief van Unesco, de culturele organisatie van de Verenigde Naties. Want de droom van het vrije woord – en dat is ook mijn droom van het vrije woord – is nog lang niet overal verwezenlijkt.

‘Om de discussie daarover te stimuleren, is het initiatief van de Wereldboekenstad genomen. Bogota, Colombia’s hoofdstad, ging Amsterdam voor. Amsterdam heeft als thema Open Book, Open Mind gekozen. En het heeft drie boegbeelden aangewezen, die met de stad en het vrije woord verbonden zijn: Spinoza, Anne Frank en Annie M.G. Schmidt.

‘Ik schrijf naar aanleiding van Amsterdam Wereldboekenstad een soort wandeling door tijd en ruimte over Amsterdam en de traditie van het vrije woord: ‘Een stad vol boeken’ heet het. Want kennis van de geschiedenis is een voorwaarde om het belang van het vrije woord te verdedigen. Amsterdam is traditioneel het centrum van het vrije woord, en dat moet zo blijven.

‘Sommige mensen zeggen dat het met de vrijheid van meningsuiting in Amsterdam sinds de moord op Theo van Gogh in 2004 slechter gesteld is. Daar ben ik het niet mee eens. Het was een verschrikkelijke en schokkende daad, maar ik heb niet de indruk dat mensen in de stad een blad voor de mond nemen, als ik kranten lees. Het was eerder een wake up call. En wrede herinnering aan het feit dat het vrije woord aldoor weer verdedigd moet worden, dat dat ideaal aldoor vorm gegeven moet worden.

‘Bij het vrije woord hoort overigens ook verantwoordelijkheid. Dat je staat voor wat je zegt, dat je je naam er aan verbindt. Alle anonieme vuilspuiterij en bedreigingen en beledigingen op bijvoorbeeld het internet, ik lig er niet wakker van. Rancune en perversiteit zijn onlosmakelijk met de mensheid verbonden, maar dat bedoel ik niet met het vrije woord.

‘Ik geloof in het vrije woord dat hoort bij de rechten en plichten zoals wij die in het Westen in onze grondwet hebben vervat. Er horen verantwoordelijkheden bij. Maar je moet vrijuit, zonder angst kunnen spreken.

‘Er wordt tegenwoordig wel gezegd: we moeten leren ons mondje te houden, uit respect voor andermans opvattingen. Je hoeft niet alles te zeggen, omdat je dan iemand anders kwetsen kan. Dat wil ik best, mijn mond houden om iemand niet te kwetsen. Maar alleen uit hoffelijkheid, niet uit angst. De gedachte ‘ik ben het niet eens met je mening, maar je hebt wel de vrijheid om hem te uiten’ moet internationaal verder uitgedragen worden. ‘Hoe vrij was het woord in Amsterdam eigenlijk? Het antwoord op die vraag probeer ik in mijn boek te geven. Dat imago van Amsterdam als de veilige haven voor de vrijheid van meningsuiting komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Er wordt altijd een beetje schamper gedaan over ‘de grachtengordel’ in Amsterdam, omdat daar zoveel schrijvers, journalisten, uitgevers, boekwinkels en antiquariaten geconcentreerd zijn. Dat is historisch zo gegroeid. Er is al eeuwen een hoge concentratie van boekdrukkers en uitgevers in het centrum te vinden, binnen één vierkante kilometer binnen de stadsmuren.

‘Amsterdam was sinds de zestiende en zeventiende eeuw het centrum voor zeevaart en handel, en daardoor ook het centrum voor cartografie. Zeelui kwamen in Amsterdam met kaarten die ze onderweg hadden uitgetekend, die werden uitgegeven, er verschenen boeken over stuurmanskunst. Die levendige handel en zeevaart staan dus aan de het begin van die drukkerstraditie in de stad.

Toen met de Opstand tegen de Spaanse koning vanaf 1568 de katholieken van het pluche verdreven werden, en in 1585 met de sluiting van de Schelde er een enorme stroom geschoolde immigranten Amsterdam binnenkwam, kreeg die drukkerswereld in de stad een enorme impuls.

‘Voeg daarbij de Unie van Utrecht in 1579, waarbij de gewesten Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre en Groningen zich aaneensloten. Daarin stond dat de gewetensvrijheid werd erkend in Holland en Zeeland, en dat de andere gewesten dat konden volgen. Die vrijheid, zo vastgelegd, dat was uniek.

‘Deze gewetensvrijheid en de handelsvrijheid hebben de basis gelegd voor de vrijheid van het woord in Amsterdam. Censuur van de centrale overheid was er niet in het Nederland van die tijd, want er was nog geen eenheidsstaat, en dus ook niet een dominante overheid, zoals in Frankrijk. Maar de kerk probeerde natuurlijk nog wel invloed uit te oefenen; de lijst met boeken die de kerk liet verbieden is lang.

‘Zo werd het werk van Hugo de Groot, een rekkelijk protestant, officieel verboden. Maar dat betekende overigens niet dat het boek daardoor niet meer te krijgen was. De praktijk van het gedogen was in de zeventiende eeuw al aanwezig.

‘Want als onder kerkklokgelui een boek als dat van De Groot verboden werd, dan kwam van te voren soms even iemand van het wettelijk stadsgezag langs, de schepen, en die zei tegen de boekhandelaren: leg dat boek even onder de toonbank, dan hoeven we het niet in beslag te nemen. Dan werd het onder de toonbank verkocht, en dat werd gedoogd. ‘Zo werd door dat bewuste gedoogbeleid het vrije woord beschermd. Hoewel het ook wel mis kon gaan. Een van de aanhangers van Spinoza, een vrijdenker en arts Adriaan Koerbagh, stierf in 1669 in de cel, in het rasphuis. Hij had een boek geschreven waarin hij zich keerde tegen de kerk, Een Ligt schynende in duystere plaatsen, om te verligten de voornaamste saaken der Godsgeleerdtheyd en Godsdienst. Maar dat was een exces.

‘Koerbagh en zijn broer Johannes hoorden tot een groepje zeventiende-eeuwse Amsterdammers, zoals Baruch Spinoza en de ex-jezuiet Franciscus van den Enden, die verzameld waren rond een boekhandel Rieuwertsz. Zij hielden er zulke vergaande ideeën over God en democratie op na, dat ze als de grondleggers worden beschouwd van wat Jonathan Israel de ‘radicale verlichting’ noemt.

Dat kon gebeuren omdat daar in Amsterdam de ruimte voor was, om zo te kunnen denken. Ook buitenlandse filosofen en geleerden, zoals Descartes en Comenius kwamen naar Amsterdam om in de relatieve vrijheid daar te werken. De eerste Hebreeuwse letters voor de drukpers werden hier ontworpen en gegoten, omdat joden hier de vrijheid hadden te drukken.

‘Dat systeem waarin het vrije woord kon bloeien, rond drukkers en uitgevers, heeft zich in de achttiende eeuw voortgezet; er kwamen uitgevers die werken van Voltaire en Diderot uitgaven die in Frankrijk niet gedrukt mochten worden.

‘Ik zie een ongebroken lijn in de geschiedenis van de traditie van het vrije woord op die ene vierkante kilometer binnen de stadsmuren van Amsterdam. Er waren ook weer uitgevers die bijvoorbeeld Multatuli stimuleerden zijn Ideeën uit te geven, en zo het vuurtje brandend hielden. In de twintigste eeuw was Amsterdam de plaats waar uit Duitsland gevluchte schrijvers een uitgever vonden, exil-uitgeverijen als Allert de Lange en Querido. En Amsterdam is nog steeds een stad waar gevluchte schrijvers tijdelijk onderdak geboden wordt door de gemeente.

‘Maar goed, zoals ik al zei: het vrije woord is niet langer een droom die zich beperkt tot stads- of landsgrenzen. Daarom moet de bescherming van een bedreigde schrijfster als Hirsi Ali ook niet bij onze grens ophouden.’

Nelleke Noordervliet ( Rotterdam, 1945) studeerde Nederlands in Leiden en Utrecht. Ze werkte bij een wetenschappelijke uitgeverij, in het onderwijs, was gemeenteraadslid voor de PvdA en debuteerde in 1987 als auteur, met Tine of De dalen waar het leven woont, een fictieve biografie van Huberta van Wijnbergen, de eerste vrouw van Multatuli. Haar recentste roman is Snijpunt. Bij uitgeverij Nieuw Amsterdam verschijnt in verband met Amsterdam Wereldboekenstad haar boek Een stad vol boeken.