Vroegere premier Kosovo door hof vrijgesproken

Ramush Haradinaj, oud-guerrillastrijder en oud-premier van Kosovo, is gisteren door het Joegoslavië-tribunaal vrijgesproken van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Ook een oud-commandant van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, Idriz Balaj, werd vrijgesproken. Een andere oud-UÇK-commandant, Lahi Brahimaj, kreeg zes jaar celstraf wegens marteling.

Direct na de uitspraak gingen in de Kosovaarse hoofdstad Prishtina duizenden mensen de straat op om de vrijspraak van hun oorlogsheld te vieren. Daarentegen werd in Servië geschokt en verontwaardigd gereageerd. Ministers spraken van „een ramp met talrijke politieke, morele en juridische consequenties”, en „een juridisch en politiek schandaal”.

De aanklagers van het VN-hof hadden gevangenisstraffen geëist van 25 jaar. Het drietal heeft steeds vol gehouden onschuldig te zijn.

De rechters kwamen tot de conclusie dat UÇK-militairen „een groot aantal misdaden” hebben begaan, zoals moord, marteling en verkrachting. Maar die kunnen de verdachten in deze zaak niet persoonlijk worden aangerekend.

Volgens de VN-aanklagers waren de verdachten onderdeel van een ‘gezamenlijke criminele onderneming’. De rechters achtten dat niet bewezen, zodat Haradinaj (39) en Balaj (36) niet voor hun rol als leidinggevenden zijn veroordeeld. Brahimaj (38) is wel schuldig bevonden omdat hij persoonlijk heeft gemarteld.

Voorzittend rechter Fons Orie toonde zich bezorgd dat het proces heeft plaatsvonden in een sfeer waarin getuigen bang waren om naar Den Haag te komen omdat zij zich bedreigd voelden.

Na de Kosovo-oorlog in 1999, waarmee de NAVO het Servische gezag uit Kosovo verdreef, was Haradinaj nauw betrokken bij de omvorming van het UÇK tot het Kosovo Beschermingskorps (KPC). Hij stichtte een eigen partij, de Alliantie voor de Toekomst van Kosovo (AAK). Die is sindsdien een belangrijke politieke factor in het land.

Ramush Haradinaj was 96 dagen premier toen hij op 10 maart 2005 door het VN-hof werd aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid voor en tijdens de oorlog in 1999. Als premier liet hij zich kennen als een kundig bestuurder.