Spot niet met Azië

Er is meer dan Wilders en Verdonk, meer dan de NAVO, meer dan het Westen.

Er is Mahbubani. Laten we eens naar deze man luisteren.

Illustratie Milo
Illustratie Milo Milo

Voor zover mensen belangstelling hebben die verder reikt dan de hoek van de straat en Wilders en Verdonk, kunnen Nederlanders dezer dagen lezen over de uitbreiding van de NAVO. Moet de deur open voor Georgië en Oekraïne? Interessante vraag, toch? Maar zelfs dat kun je nog beschouwen als navelstaarderij. Want waarom zou een mens zich nog druk maken, alsof die negentiende-eeuwse vijandbeelden over Rusland er nog vreselijk toe doen? Waarom zou de NAVO er überhaupt nog toe doen?

Met dit type provocaties liep de afgelopen dagen een fascinerende Aziatische intellectueel in Europa rond. Zijn naam is Kishore Mahbubani (Spreek uit Maboebaani, met het accent op de a). Een klein experiment langs boekhandels leert dat niemand hem kent, maar het zou mij niet verbazen wanneer hij over een half jaar een huishoudnaam is, zoals destijds Francis Fukuyama na diens Einde van de Geschiedenis.

In Amerika publiceert Foreign Affairs volgende maand het meest provocerende hoofdstuk uit zijn nieuwe boek. Voor de prestigieuze Council on Foreign Relations in New York heeft hij een aftrap gedaan en het Duitse blad Der Spiegel was afgelopen dagen koortsachtig op zoek naar hem.

Kishore Mahbubani woont in Singapore en leidt er de Lee Kuan Yew School of Public Policy. Het is een nieuw instituut, waar je in de collegebanken voornamelijk Singaporezen, Chinezen, Indiërs en Amerikanen ziet. Van huis uit is Mahbubani een diplomaat, maar als intellectueel deed hij vijftien jaar geleden al van zich spreken, toen hij het debat aanging met diezelfde Fukuyama. Wat dacht die Fukuyama wel niet om na het einde van de Koude Oorlog te proclameren dat de westerse democratie met haar vrije markt definitief had gewonnen? Alsof Azië niets hoefde te worden gevraagd, alsof Azië een quantité négligable was, die simpelweg het Westen maar had te volgen. Arrogant vond hij het Westen en hij publiceerde later een veel besproken bundel BBC-lezingen onder de provocerende titel Can Asians Think?

Mahbubani is alweer een stap verder. Hij publiceerde net het boek The New Asian Hemisphere: The irresistible Shift of Global Power to the East. Hierin vertelt hij dat de verhoudingen weer worden zoals ze de laatste tweeduizend jaar meestal waren, namelijk dat de economieën van Azië veel groter zijn dan de westerse. De vooruitgang in Azië gaat in een uniek tempo, het zelfvertrouwen is groter dan ooit en Aziatische landen hebben voor het eerst sinds lange tijd het gevoel hun toekomst zelf te kunnen vormgeven.

En het Westen? „Het Westen heeft geen besef hoezeer en hoe snel de wereld verandert.” Amerika veroorlooft zich de irrationele luxe om het Palestijnse conflict te laten voortwoekeren, het jaagt de islam wereldwijd tegen zich in het harnas en kiepert de opvolgende spanningen op het bord van Europa, waar immers miljoenen moslims wonen. En Europa laat het gebeuren. „De strategische incompetentie van Europa is ronduit verbijsterend”, vertelt hij met de innemende glimlach van een diplomaat. Het onderling geruzie rondom zo’n NAVO-lidmaatschap van Georgië is illustratief. Alsof zoiets er in de wereld nog toe doet, alsof de NAVO met zijn tot mislukken gedoemde poging om in Afghanistan relevantie de demonstreren, niet allang heeft bewezen dat de tijd aan de organisatie voorbij is gegaan? Het Westen overschat zijn macht. Bovendien vergist het zich wanneer het denkt dat democratie als zodanig een samenbindende kracht in de wereld is.

Het is niet zo moeilijk met Mahbubani van mening te verschillen. Zijn opvattingen dagen ertoe uit. Met droge ogen weet hij te vertellen dat een club als de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen (Asean) buitengewoon succesrijk is omdat de Asean-landen met zo uiteenlopende religies als christenen, hindoes en moslims weet te verbinden, terwijl de EU al bang is van een enkel moslimland, Turkije. De werkelijkheid is eerder dat de Asean als organisatie weinig voorstelt dan dat ze religies bindt. En zo zijn er wel meer dingen.

The Economist maakte zich onlangs ronduit kwaad over Mahbubani’s boek en noemde diens „Aziatische triomfalisme net zo hol (...) als het westerse triomfalisme dat hij aan de kaak stelt”. Commentaren in Azië daarentegen zijn bijna allemaal lovend. India Today prijst hem omdat hij laat zien dat de grote Aziatische bijdrage aan de internationale betrekkingen schuilt in een onderliggende waardering voor het verschil en voor leven-en-laten-leven: „De meeste Aziatische mogendheden zijn heel tevreden met het opbouwen van hun eigen kracht in plaats van dat ze zich druk maken om de wereld naar hun eigen beeld te (her)scheppen.”

Kortom, waar de Economist „een schande” ziet, noteert de Indiase krant een „prachtig provocerende, heldere, frisse en toegankelijke aankondiging van diepgaande veranderingen”. Bovendien, zo wordt in Azië her en der fijntjes eraan toegevoegd, Mahbubani heeft de loop van de geschiedenis aan zijn kant staan.

Hoe dit ook zij, dit soort Aziatische denkers vraagt om ons zoeklicht. Het is allemaal wat ingewikkelder dan gezellig schreeuwen en ruzie maken over Fitna en vergelijkbare Lage Landen-heroïek, maar het is een intellectueel discours dat inkijkjes biedt in een wereld die komen gaat. En in een man die een vorm zoekt voor een kantelend wereldbeeld.

Ben Knapen is oud-hoofdredacteur, oud-correspondent en nu columnist van NRC Handelsblad.