Even de boete van je broer verwijderen

Agenten van het korps in Amsterdam volgen veel cursussen over integriteit.

Uit onderzoek blijkt dat agenten meer misdragingen van collega’s melden.

Even het nieuwe vriendje van je dochter controleren in het politiesysteem. De boete van je broer uit het systeem proberen te halen. Of een geschenk aannemen voor de andere kant op kijken.

Politieagenten staan aan veel verleidingen bloot. En als het misgaat zijn het vaak maar summiere persberichten die de politie naar buiten brengt. Zoals begin vorige maand, toen een 19-jarige medewerkster buiten functie werd gesteld. „De vrouw, die in opleiding is, heeft zich schuldig gemaakt aan het lekken van informatie en het onderhouden van een relatie met een crimineel.”

Het politiekorps Amsterdam probeert dit soort integriteitschendingen te voorkomen. Met allerlei cursussen en trainingen, bijeenkomsten en nabesprekingen als medewerkers gestraft zijn. Afgelopen anderhalf jaar onderzocht een medewerker van de Vrije Universiteit in Amsterdam dit integriteitsbeleid, met als belangrijkste vraag of het werkt. Het onderzoek werd gisteren gepresenteerd.

Ja, zegt Piet Keesman, op de vraag of het beleid werkt. Hij is hoofd van het bureau integriteit. Onderzoeken naar misdragingen door collega’s worden door zijn bureau gedaan. Het onderzoek toont volgens hem aan dat bij de Amsterdamse agenten „het plaatje tussen de oren wel klopt”.

Driekwart van zijn collega’s zei blij te zijn met het integriteitsbeleid van de Amsterdamse politie. Uit het onderzoek blijkt dat de bereidheid is toegenomen om misdragingen van collega’s te melden. „Er wordt minder geaccepteerd. We zijn strenger geworden.”

Keesman denkt aan de tijd toen hij als 19-jarige bij de politie begon. Op een van zijn eerste diensten werd hij meegenomen door een oude rot op de Dappermarkt. Ze waren lopend, zodat niet gecontroleerd kon worden waar ze waren. Ze gingen een café binnen. Zijn collega ging aan de bar zitten. De eigenaar schoof het gordijn dicht. En opeens hing er een dronken vrouw om de nek van Keesman. ‘Ik wil even een nieuwe collega voorstellen’, riep zijn collega. Iedereen lachte. „En ik dacht: gebeurt me niet meer.” Maar hij deed er verder niets mee. Daar was ’t de tijd niet naar, zegt hij nu.

Onderzoeker Mieke van Tankeren van de VU in Amsterdam liep anderhalf jaar mee met de Amsterdamse politie om het integriteitsbeleid te onderzoeken. Zij adviseert het korps om agenten op dat punt een training te geven. Hoe spreek je collega’s aan? „De toon, de manier waarop is ontzettend belangrijk.” Ook gesprekken met het team als een agent gestraft is, zijn heel belangrijk. Leg je het niet goed uit, dan wordt de dader slachtoffer. Als niet goed uitgelegd kan worden waarom iemand een bepaalde straf heeft gekregen, dan wordt dat niet geaccepteerd door de collega’s van de betrokken agent.

De belangrijkste schendingen blijven voor hem seksisme en racisme, zegt Keesman. Om dat laatste te voorkomen is er een aparte cursus. De afgelopen drie jaar is iedereen naar het Anne Frankhuis geweest voor een diversiteitstraining. „In dit werk krijg je snel een vertekend beeld van bepaalde bevolkingsgroepen door ervaringen met bepaalde criminele groeperingen.”

Maar ondanks alle trainingen, cursussen en de aandacht voor het onderwerp hebben agenten nog steeds last van discriminatie en maken ze racistische grappen. Jaarlijks worden er tussen de vijftien en vijfentwintig personen ontslagen vanwege misdragingen. Met name jonge medewerkers, in de eerste vier jaar van hun diensttijd, begaan overtredingen. Maar ook de agenten die al veel langer bij de politie werken – twintig tot dertig jaar – zijn gevoelig voor integriteitsschendingen.

Door alle aandacht voor integriteit bij de politie de afgelopen jaren moet wel duidelijk zijn waar het om gaat bij integriteitsbeleid, zegt Leo Huberts, onderzoeksleider en hoogleraar bestuurskunde. „Integriteit is wat overeenkomt met de normen en waarden van burgers, hun morele antenne. De korpsleiding moet niet haar eigen normen opleggen.”