Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Media

De televisie als inburgeringscursus

Als je de televisie nu eens als inburgeringscursus zou gebruiken. Gisteravond bijvoorbeeld kon je echt wel wat opsteken. Van Man bijt hond bijvoorbeeld, een programma waar ze soms zo maar ergens bij mensen aanbellen en vragen wat ze aan het doen zijn. Ze zeggen tegen die mensen: „Wij zijn ‘Man bijt hond’ van de NCRV” en die mensen kijken opgetogen verschrikt en zeggen: „Nee! Méén je niet!” en zwaaien hun deur open en laten zich allerlei vragen stellen zoals „Vullen jullie elkaar aan?”waarop ze ook nog gaan antwoorden.

Les 1: Nederlanders kennen allemaal Man bijt hond en ze zijn erg geïnteresseerd in elkaars leven.

In Andere tijden lieten ze een film van Roeland Kerbosch zien uit de jaren zestig onder de noemer ‘Onschuldige wallen’. Wat er zo onschuldig aan de Amsterdamse wallen was weet ik niet, er liep ook toen al allerlei falderappes rond te schuimen, maar de vrouwen hadden heel hoog opgedoeft, vaak blond, haar en heetten dan ‘Blonde Mien’ en zo’n eng stuk tuig van de richel noemden ze vertederd ‘Haring Arie’. Verder sloegen, staken en beschoten ze elkaar.

Het voornaamste verschil met nu was dat de drugshandel nog niet zo bloeide, en dat de vrouwenhandel minder internationaal was. Maar leuk was het er zo te zien nooit, al wist schrijver Kees van Beijnum heel aardig over zijn jeugd in die buurt te vertellen. Ook interessant was trouwens dat ze toen ‘kunnen’ en ‘kennen’ nog door elkaar haalden, iets wat je nu dacht ik niet meer zo vaak hoort: „Ja ik kan haar wel”.

Les 2: Nederlanders vinden een beetje schieten en slaan heel onschuldig.

Rita Verdonk heeft haar nieuwe beweging met een groot feest ten doop gehouden. Je zag haar met iets blonder haar achter een microfoon zowel in het NOS Journaal als bij Nova feestelijk praten over ‘onze cultuur’ en zeggen: „Te veel mensen zijn hun trots kwijtgeraakt!” Ook riep ze vrolijk: „We gaan het samen gewoon dóén!”

Les 3: In Nederland is politiek een feestelijke boel.

Sommige mensen zijn echt geweldig. Heleen Terwijn bijvoorbeeld. Die verdient een prijs zou je zeggen: zij richtte de ‘weekendschool’ op, een fenomeen waar Holland Doc verslag van deed. Basisschoolkinderen uit achterstandswijken gaan drie jaar lang op zondag naar school en horen daar dan van volwassenen die interessant werk hebben hoe dat werk toegaat. Ze gaan ook op excursie, bijvoorbeeld naar een kunstacademie. De patholoog anatoom, zelf ook niet met een gouden lepel in de mond geboren, had organen meegenomen, een runderhart, longen, en liet de kinderen met plastic handschoenen aan zelf voelen. Twee advocaten organiseerden een civiele zaak, waarbij twee kinderen optraden als advocaat, met een voorbereid pleidooi en een toga aan. Het was geweldig om te zien hoe leergierig, gretig en serieus die kinderen waren. En hoe ze zich optrekken aan bekenden die iets bereikt hebben: „Mijn tante studeert heel veel. Ondanks alle redenen is ze heel hoog gekomen”, zei een ernstig meisje van Turkse afkomst. „Ik word regisseur. Dat is mijn droombaan,” zegt een kereltje met stralende ogen. Geweldige documentaire. Hopelijk komt-ie terug op de de digitale televisie.

Les 4: In Nederland kunnen kinderen alles leren wat ze willen.

En tot slot: Ik hou van Holland. Een spelshow onder leiding van Linda de Mol waarin heel veel gelachen, gezongen en in de maat geklapt wordt. Twee groepen, ieder onder aanvoering van een bekende persoon, moeten allerlei Nederlandse dingen weten. Dat zijn dingen als: wie zat er de eerste keer in de jury van Idols of : wat zong Henny Huisman altijd aan het einde van de mini-playbackshow. Ook moeten ze woorden spellen, ‘plaveisel’ bijvoorbeeld. Wat? Plavijsel? En als iemand weet wat VOC betekent, roept Linda de Mol verrukt uit: „Dat is echt knáp!”

Dit is het tegenovergestelde van de weekendschool, dit is de wij zijn lekker stom en dat willen we graag zo houden-show. Maar ja. Hoort er ook bij.

Les 5: Nederlanders vinden het heel belangrijk om hard te lachen op de televisie.