De romantiek van de sixties

RECONSTRUCTIE Zoeken we een gebeurtenis en een kunstwerk waarin de geest van de jaren zestig van de 20ste eeuw zich samenbalt en dus even zichtbaar wordt, dan is de opera Reconstructie (première 29 juni 1969, nooit meer heropgevoerd) geen slechte keuze. Over de strijd tegen het ‘VS-imperialisme’ en de halfslachtige rol daarbij van Europa, gesymboliseerd door de Nederlandse twijfelaar Erasmus, ging het libretto, dat was geschreven door Hugo Claus en Harry Mulisch. Ook de muziek was geen eenmanswerk. Maar liefst vijf componisten waren eraan te pas gekomen: Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Peter Schat en Jan van Vlijmen.
RECONSTRUCTIE Zoeken we een gebeurtenis en een kunstwerk waarin de geest van de jaren zestig van de 20ste eeuw zich samenbalt en dus even zichtbaar wordt, dan is de opera Reconstructie (première 29 juni 1969, nooit meer heropgevoerd) geen slechte keuze. Over de strijd tegen het ‘VS-imperialisme’ en de halfslachtige rol daarbij van Europa, gesymboliseerd door de Nederlandse twijfelaar Erasmus, ging het libretto, dat was geschreven door Hugo Claus en Harry Mulisch. Ook de muziek was geen eenmanswerk. Maar liefst vijf componisten waren eraan te pas gekomen: Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Peter Schat en Jan van Vlijmen.

Zoeken we een gebeurtenis en een kunstwerk waarin de geest van de jaren zestig van de 20ste eeuw zich samenbalt en dus even zichtbaar wordt, dan is de opera Reconstructie (première 29 juni 1969, nooit meer heropgevoerd) geen slechte keuze. Zowel wegens de inhoud als wegens de manier waarop hij tot stand is gekomen. Gedurende de voorstelling werd op het podium een reusachtig beeld opgebouwd van de twee jaar eerder in Bolivia gedode guerrillaleider Ernesto Che Guevara: destijds tot in elke meisjeskamer hét symbool van de Revolutie die het aanschijn van de wereld zou veranderen, te beginnen in Latijns-Amerika.

Over de strijd tegen het ‘VS-imperialisme’ en de halfslachtige rol daarbij van Europa, gesymboliseerd door de Nederlandse twijfelaar Erasmus, ging het libretto, dat was geschreven door Hugo Claus en Harry Mulisch.

Ook de muziek was geen eenmanswerk. Maar liefst vijf componisten waren eraan te pas gekomen: Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Misha Mengelberg, Peter Schat en Jan van Vlijmen. Zo werd het verderfelijke individualisme bestreden, door zeven aartsindividualisten. Het recept kwam uit de Romantiek, toen niet alleen het individuele genie van de kunstenaar de artistieke macht greep, maar men ook droomde van een collectieve ‘Sympoesie’ – een nostalgische poging om terug te halen wat men zojuist was kwijtgeraakt. In De toekomst van gisteren (1972), waarin het bezoek van de makers van het Gesamtkunstwerk Reconstructie aan de Bayreuther Festspiele wordt beschreven, spreekt Mulisch van een ‘kommunistische Genossenschaft’, een ideaal van de romantische revolutionair Richard Wagner, dat in hun collectief een moment werkelijkheid zou zijn geworden. De culturele revolutie van de jaren zestig leefde van 19de-eeuwse dromen.