De man is de slaaf van de vrouw

August Strindberg een vrouwenhater? Vergeet het maar. Hij boog zich speels en ernstig over de vrouwenzaak, alsof zijn leven ervan afhing.

Huwelijksverhalen las ik in een luxueuze spa in een van de voormalige keizerlijke badplaatsen in Oost-Duitsland. Kuren is iets voor stellen: men kan in zo’n oord het huwelijk in al zijn fasen en verschijningsvormen in optima forma bestuderen. Ik zag koppels zwijgend twee uur lang de maaltijd uitzitten, vijandige paren die verongelijkt het bediende personeel als scheidsrechter inzetten bij hun conflicten (‘Ja tuurlijk schat, vooral nóg een glas nemen’) en verliefde stelletjes hand in hand naar het bio-ontbijtbuffet struinen, als ware het een romantische strandwandeling.

Strindbergs Huwelijksverhalen heeft niets aan actualiteit ingeboet. Wat een genoegen om het warmbloedige uitroeptekenproza van deze Zweed te lezen, juist daar, juist nu! De vier verhalen tonen dezelfde variatie, veelal vanuit het worstelende mannelijke perspectief: de man die een slaaf is van zijn vrouw en haar alles geeft om haar tevreden te houden (‘Liefde en graan’), de man die het advies van zijn schoonmama opvolgt en zijn echtgenote zo jaloers maakt dat ze haar feministische ontwikkeliing prompt opzij schuift (‘Een poppenhuis’), de man die met een onbevredigde generaalsdochter huwt die meent dat facultatieve sterilisatie de vrouwenzaak vooruit zal helpen (‘Corinne’) en de stervende man die met zijn echtgenote gesprekken voert alsof het gearrangeerde scènes zijn om de stemming te bederven (‘Het groene oog’).

Strindbergs reputatie als vrouwenhater is zo wijd verbreid, dat ik uiteraard enigszins bevooroordeeld het proza ter hand nam. Ik kende hem uit de televisieserie Strindberg. Een leven. De Zweedse schrijver Per Olov Enquist schreef de serie en publiceerde die als ‘televisieroman’. Bij mij is vooral de formidabele openingszin blijven hangen van één van Strindbergs minnaressen, een Noorse schrijfster met de bijnaam Aspasia. Wanneer zij Strindberg voor het eerst ziet, roept ze luidkeels: ‘Is dat Strindberg, de vrouwenhater?’ Een bladzijde later bedrijven ze hartstochtelijk de liefde – zo gaan die dingen.

In een voorwoord zet Strindberg zijn visie op het huwelijk als ‘absurditeit’ neer. Absurd, want twee mensen doen elkaar de onvoorzichtige belofte een leven lang bij elkaar te blijven. Stringbergs kijk op de liefde is irrationeel, en hij is kritisch op de destructieve gevolgen voor het huwelijk van de vrouw die haar emancipatie opeist. Ze schuift haar taken af op anderen, een vroedvrouw die haar verlost, een min die haar kinderen opvoedt, een meid. Wat is ze is lui! En nu wil ze werk, maar: ‘Dat liegt ze. Ze wil macht en bezit hebben’: Niet de vrouw, maar de man is de slaaf in het huwelijk. En hoe dubbel is de moraal: ‘Een in het huwelijk bedrogen echtgenoot is belachelijk, een bedrogen vrouw is treurig’. Maar wie de voorstellen van Strindberg leest van wat de vrouw in de toekomst mag verwachten, moet concluderen dat hij emancipatoir is en geenszins reactionair: hij pleit voor onder meer stemrecht, gemengde scholen, verkiesbaarheid, behoud van eigen naam.

Het meeste genoot ik van het verhaal ‘Een poppenhuis’, waarin een kapitein zijn steeds zelfstandiger wordende vrouw te grazen neemt. Terwijl de kapitein op zee vaart, krijgt zijn vrouw kennis aan een vriendin die Ottilia heet en haar boeken geeft. Zo leest zij Ibsens Poppenhuis en meent zij daarna dat ze vooral de huishoudster is geweest van haar echtgenoot. Ze zou zich moeten ontwikkelen, net zo veel als haar man. ‘Maar lieve kind, denk jij dat alle echtgenoten Latijn kennen? Ik bijvoorbeeld ken maar één woord Latijn en dat is ablativus! En toch zijn wij gelukkig!’

Terwijl zijn vrouw steeds meer in de ban raakt van de geëmancipeerde Ottilia, verslechtert het huwelijk. Tot schoonmama advies geeft: schenk aandacht aan Ottilia. Flirt met haar. En dat doet hij, tot groot ongenoegen van zijn vrouw. Ze is jaloers! Ottilia wordt de deur uit gezet en alles herstelt zich. Strindberg vecht hier ook zijn verschil van mening met Ibsen uit: irrationaliteit, niet emancipatoire gelijkwaardigheid zegeviert in relaties.

Misogyn? Fraai is dit voortdurend mislukken van het emancipatoir project dat haaks op liefde lijkt te staan natuurlijk niet. Maar toch valt het in deze opgewekte bundel nogal mee met vrouwenhaat. De verhalen zijn in de eerste plaats kleine karakterstudies van de gevechten die vooral mannen leveren om gelukkig te blijven in een huwelijk. Wat ter discussie staat zijn niet alleen man-vrouwverhoudingen, maar vooral twee tegenstrijdige mensbeelden en daaraan gekoppeld twee visies op de liefde: de mens als rationeel wezen voor wie liefde een onderhandelingskunde is, en de mens als instinctief wezen dat zich voortplant en voor wie de liefde een irrationele gevoelszaak is. Strindberg beschouwt emancipatie als behorend tot het rationele mensbeeld, maar zit wat liefde betreft juist op de tweede lijn.

Het is een verademing om verhalen te lezen van een man en over mannen die zich zo hartstochtelijk, speels maar met een ongelooflijke toegewijde ernst, bevlogen en zonder dedain over de vrouwenzaak buigen, alsof hun leven en levensgeluk ervan afhangt. Van die toon en inzet kan menig man vandaag de dag nog wat opsteken.

Zie ook pagina 23 van het Cult. Suppl. (over Strindbergs ‘Naar Damascus’)

Dit is de eerste aflevering in de discussie over ‘Huwelijksverhalen’ van August Strindberg (vert. Rita Verschuur). Discussieer mee via www. nrc.nl/leesclub, waar ook eerdere en andere artikelen te vinden zijn.

PROGRAMMA 2007-2008:Het dorp Stepantsjikovo (F.M. Dostojevski, okt.) – Bouvard en Pécuchet (Gustave Flaubert, nov.) – Jacobs kamer (Virginia Woolf, dec.) – Een man wordt ouder (Italo Svevo, jan.) – Felix Krull (Thomas Mann, febr.) – Het genadeschot (Marguerite Yourcenar, maart) – Huwelijksverhalen (August Strindberg, apr.) – Pnin (Vladimir Nabokov)