De letterkundige TomTom

Sinds de openstelling in 2000 is Elsbeth Etty een dankbare gebruiker van de DBNL. ‘Onderzoek naar teksten gaat sneller, gemakkelijker en beter.’

Beeld van internet
Beeld van internet

Behalve enthousiasme over de digitale ontsluiting van zoveel belangrijke geschriften in de Basisbibliotheek van de DBNL, zullen nogal wat oudere literatuurvorsers enige jaloezie niet kunnen onderdrukken. Al die uren die generaties studenten en onderzoekers voor hun scripties, artikelen, lezingen en wetenschappelijk werk in leeszalen hebben doorgebracht, al die eindeloze, vaak vergeefse strooptochten langs antiquariaten en boekenmarkten: halve levens zijn er mee heengegaan. En kijk nu eens aan: alle publicisten, cultuurliefhebbers en hobbyisten vinden met een paar muisklikken wat ze nodig hebben.

Op de site van de DBNL, waarvan ik sinds de oprichting in 2000 een dankbare bezoeker ben, prijken teksten die voorheen alleen in bibliotheken of archieven waren te raadplegen (en vaak niet mochten worden gekopieerd). Wat een tijd en wat een geld kostte al dat gesnuffel in catalogi en het leegkopen van antiquariaten.

Ja, zegt men dan: dat ronddwalen is ook mooi, zoals een zwerftocht in de vrije natuur zonder GPS een andere beleving geeft dan een rit over de snelweg in een auto met TomTom. Onzin, het systematische onderzoek naar teksten gaat nu vele malen sneller, gemakkelijker en beter. Ik spreek uit ervaring als er enige jaloezie in deze lofzang door klinkt. Begin jaren negentig werkte ik aan een proefschrift over de marxistische dichteres Henriette Roland Holst-Van der Schalk en ik weet nog hoeveel moeite het me alleen al kostte om aan de, toch op grote schaal verspreide, Gedenkschriften van haar sociaaldemocratische partijgenoot Pieter Jelles Troelstra te komen. Uiteindelijk kreeg ik een bijzondere uitgave te pakken waar – luxe – een personenregister aan was toegevoegd.

Weerhield dat register mij ervan om alle 1300 pagina’s van deze memoires te lezen, zoals de digitale versie mensen zou kunnen afhouden van het fysiek ter hand nemen van een boek? Natuurlijk niet. De Gedenkschriften van Troelstra gebruikt men in zo’n geval waarachtig niet alleen als naslagwerk, maar ook om het tijdsbeeld en de sfeer die daarbij hoort op zich te laten inwerken. De vier delen prijken nog altijd in mijn boekenkast en denk maar niet dat ik daar afstand van doe, ook al kan ik ze nu dankzij de DBNL op internet raadplegen. Hetzelfde geldt overigens voor de Ideën van Multatuli die al jaren integraal op de DBNL-site staan en waar ik – dankzij de zoekfunctie – nu nog frequenter in grasduin dan voor die tijd het geval was.

Ik ben het dus totaal oneens met het nostalgische argument tegen het digitaliseren van voorheen moeilijk toegankelijke teksten, ‘dat er toch ook veel verloren gaat’. Boekhandel, bibliotheek en antiquariaat zullen er alleen maar voordeel van hebben. Mijn ervaring is dat belangrijk werk dat ik mocht inzien of in bruikleen kreeg van universiteitsbibliotheken mijn begeerte opwekte, zodanig dat ik niet rustte voor ik het zelf in bezit kreeg.

Wie in de ‘basislijst’ van de DBNL stuit op Léon Hanssens biografie van Menno ter Braak, omdat hij op zoek is naar een uitspraak van de gerenommeerde essayist/criticus, zal zo worden meegesleept dat hij die prachtige tweedelige uitgave wil hébben. Met een beetje geluk vindt hij haar – al dan niet via internet – in een antiquariaat. En als méér mensen naar dat boek op zoek gaan, komt er uiteindelijk wel een herdruk. Maar gebeurt dat niet, dan heeft zo’n boek dat vroeger in vergetelheid kon raken, nu een eeuwig leven op internet. Teksten die tot dusver door de DBNL zijn ontsloten hebben twintig of meer lezers per maand, en dat is in veel gevallen meer dan vroeger in een eeuw. Er bestaan talloze teksten die domweg vergeten en daarmee verdwenen zijn. Auteurs (of hun erven) kunnen alleen maar gelukkig en trots zijn als hun boeken zijn uitverkoren voor de DBNL-basislijst.

Dat zíjn ze dan ook volgens de hoofdredacteur van de DBNL René van Stipriaan, ook al krijgen ze er vooralsnog geen vergoeding voor. Het zijn volgens hem vooral enkele uitgevers die een grens trekken bij boeken die nog leverbaar zijn via de boekwinkel. Bij toeval kom ik er op deze manier achter dat mijn eigen Henriette Roland Holst-biografie om die reden niet is opgenomen in de basisbibliotheek. Van Stipriaan: „Ik heb er wel begrip voor dat uitgevers als De Bezige Bij, Balans, De Arbeiderspers en de meeste andere weigeren om werk dat nog in druk is weg te geven. Soms zijn er ook nevenrechten in het geding. Maar uitgeverijen als Prometheus en De Harmonie hebben er geen moeite mee. Zo gaven De Harmonie en auteur Dirk Ayelt Kooiman onmiddellijk toestemming voor het online brengen van de nog leverbare biografie Montyn. Zij gaan er vanuit dat het beschikbaar maken van een digitale versie op internet geen concurrentie voor het boek betekent, maar eerder reclame. Dat is ook gebleken uit de resultaten van Amazon.com, daar krijgen ze voor een boek dat integraal op internet staat meer bestellingen dan voor werken waarvan alleen de titel wordt vermeld.”

Plien van Albada van uitgeverij Balans is het ermee eens dat het voor auteurs alleen maar goed is als hun boeken zijn opgenomen in de lijst sleutelteksten die de DBNL integraal op het internet heeft gezet. „Wel kun je je afvragen hoe representatief die basisbibliotheek is, juist omdat een aantal uitgevers geen toestemming heeft gegeven voor titels die nog in druk zijn.” De dagboeken van Etty Hillesum, die er uiteraard bij hadden gehoord als sleutelteksten van het publieke domein, staan er om die reden niet op. „Daar staat tegenover dat we van Etty Hillesum wel Het denkende hart van de barak hebben aangeleverd. Ook voor de dagboeken van Wim Kan hebben we toestemming gegeven, waar uiteraard de medewerking van de erven voor nodig was.’

René van Stipriaan geeft toe dat de digitale basisbibliotheek verre van representatief is. Zo ontbreken bijvoorbeeld romans van Hermans, Mulisch, Reve, Wolkers en Haasse, maar ook van A.F.Th. van der Heijden, Arnon Grunberg en Connie Palmen. „Met name de moderne canon is niet goed vertegenwoordigd, omdat die boeken nog leverbaar zijn. We hebben ons wat die courante romantitels betreft ook wat zelfcensuur opgelegd, we wilden de uitgevers niet overvragen. Dat zou bedelen om moeilijkheden zijn. Overigens ligt het niet altijd alleen aan de uitgever als er belangrijke titels ontbreken. Soms, zoals bij de boeken van Louis Paul Boon en Gerard Walschap, gaven de erven geen toestemming. Uiteraard zijn we blij met belangrijke romans die nu wel digitaal beschikbaar zijn, zoals Karakter van Bordewijk.’’

Plien van Albada wil benadrukken dat het geen onwil is van uitgeverij Balans om nog leverbare werken integraal online te laten zetten. „We krijgen veel verzoeken op dat gebied en het zijn beslist geen concurrentie-overwegingen die ons ervan weerhouden. Waarom wij nu nog terughoudend zijn met betrekking tot titels die nog in druk zijn heeft te maken met onzekerheid. Er gebeurt zoveel op dit gebied, de ontwikkelingen gaan zo snel dat we liever even afwachten. Ik wil graag aannemen dat een integrale tekst op internet juist als reclame voor het boek werkt.’’

Ik denk dat veel lezers dit kunnen beamen. Een boek – fictie zowel als non-fictie – dat ik, op zoek naar een citaat, scan op internet en dat mij bevalt of mijn nieuwsgierigheid wekt, wil ik vasthouden, op ieder gewenst moment kunnen lezen en volkliederen met aantekeningen. Daarvoor struin ik gerust alle boekhandels, antiquariaten, markten en internetsites af en die lol houd je. Er gaat niets verloren. Er komen alleen maar enorme schatten bij.