Afvalligen van de VVD

Het wordt druk op de rechterflank van de Nederlandse politiek, net zo druk als het al was op links. Met een Amerikaans aandoende show werd gisteravond de beweging Trots op Nederland, ook wel Trots op NL, gelanceerd. Beter gezegd: de herlancering van Rita Verdonk, de oud-minister die eerder een vergeefse poging deed om VVD-leider te worden en na ruzies vorig jaar uit de fractie in de Tweede Kamer werd gezet. Daar begon ze vervolgens voor zichzelf.

Zij is de tweede VVD-afvallige die een eigen beweging heeft opgezet. Geert Wilders ging haar voor met zijn Partij voor de Vrijheid (PVV). Bij het debat in de Tweede Kamer over diens omstreden anti-islamfilm Fitna moest de geblesseerd geraakte Verdonk dinsdag nog verstek laten gaan, maar twee dagen later was ze gelukkig voldoende hersteld om het stralende middelpunt op haar eigen feestje te kunnen zijn. Om daar enkele stevige statements te laten klinken over ontwikkelingssamenwerking, de Antillen, criminaliteit en nog meer. Aan heldere uitlatingen heeft het Verdonk nimmer ontbroken; ze verklaren vermoedelijk een groot deel van haar onmiskenbare populariteit. Of ze haar voornemens ook in daden weet om te zetten, staat te bezien. Toen zij minister was in twee kabinetten-Balkenende, bleken haar woorden dikwijls fermer dan haar vermogen om ze waar te maken.

Voor liefhebbers van een stembusstrijd wordt het interessant om te zien hoe Trots op Nederland en PVV, beide met een anti-Haags sentiment als wapen, met elkaar en met andere partijen zullen kampen. En in hoeverre de VVD zich daarin kan mengen zonder haar liberale beginselen prijs te geven. Met haar nog summiere programma en haar terminologie lijkt Verdonk zich te willen positioneren tussen de VVD en de PVV.

Er is bovendien sprake van een electoraal gevecht tussen bestaande, klassieke politieke partijen en nieuwe bewegingen (zoals eerder de LPF), die hun leider een almachtige positie toestaan. Lidmaatschap is noch van PVV, noch van Trots op Nederland mogelijk, maar dat blijkt geen beletsel te zijn bij het verwerven van een (forse) aanhang.

Een nadeel is dat de financiering van deze bewegingen zich in schimmigheid afspeelt. Geld van donateurs is welkom, maar wie de donateurs zijn en hoeveel ze geven, blijft geheim. Dat vraagt om snelle invoering van vernieuwde wetgeving over de financiering van politieke partijen, die ook voor de nieuwe bewegingen geldt. En tevens om een gelijke behandeling bij het verstrekken van overheidssubsidie.

Kabinetten zijn op dit punt traag geweest. Een wetsvoorstel uit mei 2006 van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Remkes (VVD), wordt waarschijnlijk pas in de loop van dit jaar bij de Kamer ingediend. GroenLinks kwam gisteren met een initiatiefwetsvoorstel om giften boven de 15.000 euro te verbieden en openbaarmaking van giften boven de 1.000 euro te eisen. Over de boven- en ondergrens van deze bedragen valt te wisten; niet over de voorgestelde openbaarheid. Transparantie hoort bij democratie.