Dolen in Arets’ installatie op zoek naar leven

Tentoonstelling Behaaglijk Vreemd. T/m 4 mei Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, Rotterdam. Geopend: di t/m za 10-17 u. Gesloten: 30 april. Inl.: www.nai.nl, 010-440 1200

Architectuurtentoonstellingen hebben een probleem. Bijna altijd krijgt de bezoeker niet te zien waar het om gaat, architectuur dus, maar slechts verbeeldingen hiervan. Vroeger, toen architecten nog tekenden, was dat niet zo erg en werd het tekort aan echte architectonische ervaringen vaak gecompenseerd door mooie tekeningen. Maar nu nog maar een handvol ontwerpers de tijd nemen om te tekenen, bestaan tentoonstellingen van eigentijdse architectuur steeds vaker uit computeranimaties, video’s, foto’s en andere aftreksels van the real stuff.

Soms lossen expositiemakers en architecten dit probleem op door het maken van echte architectuur. Zo werd de grote zaal van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam elf jaar geleden gevuld door een kolossaal bouwsel van schots-en-scheve stalen vlakken van Daniel Libeskind. En nu staat er onder de titel Behaaglijk Vreemd dan een ‘installatie’ van Wiel Arets, een bouwsel dat zelfs meer wil zijn dan architectuur. Behaaglijk Vreemd moet een Gesamtkunstwerk zijn, een synthese van architectuur, geluid, lichtshow, videoprojecties en games, ontworpen door geluidskunstenaar Gosse de Kort, lichtontwerper Tom Verheijen, de ontwerpers van ]NI[ en het theatercollectief Powerboat.

’s Avonds is de installatie – van donderdag tot en met zondag – onder de noemer Happening het podium voor muziek- en dansvoorstellingen, debatten en lezingen. Overdag kunnen bezoekers het Gesamtkunstwerk lijfelijk ervaren. Arets’ omschrijving ervan wekt hoge verwachtingen. „Behaaglijk Vreemd gaat over de imperfecte precisie en de ontmoeting”, aldus de toelichting. „De binnen- en buitenoppervlaktes van de huid van deze architecturale uitvinding raken elkaar nooit; ze blijven altijd apart en hebben hun eigen karakter.”

Helaas maakt Arets’ installatie van deze en andere beloftes maar heel weinig waar. In het midden van de Grote Zaal staat nu een bouwsel van panelen en glas van één verdieping hoog. Voor wie het werk van Arets kent, is het niet vreemd dat alle panelen, vloeren én wanden, zwart zijn – Arets houdt nu eenmaal erg van zwart. Behaaglijk is het er ook niet: in de kille betonnen zaal en in het bouwsel staan monolithische Spartaanse meubels. Op de doodstille dinsdagochtend dat ik er was, brandde er een oogverblindend fel licht – zou dit de lichtshow zijn? Van games en videoprojecties was geen spoor te bekennen. Geluid was er wel, maar dit bleef beperkt tot een laag gebrom als je de trap naar de eerste en enige verdieping opliep. Boven gekomen, kon je een korte tocht maken rondom iets dat leek op een armetierige imitatie van een Japanse tuin. Na drie hoeken omgeslagen te zijn, ging je via een smalle trap weer naar beneden.

Dat was het: zo boven, zo beneden. Voor de teleurstellende architectonische ervaring biedt de bar op de begane grond, die 2012 Architecten hebben gemaakt van het restmateriaal van Arets’ installatie, geen troost. Integendeel, de overdag gesloten bar versterkt het gevoel dat je op de verkeerde tijd op de verkeerde plek bent: weinig stemt tenslotte zo treurig als een leeg café met een onbemande bar.