Vaccin tegen kanker

Het advies van de Gezondheidsraad om meisjes van twaalf jaar te vaccineren tegen baarmoederhalskanker, werd gegeven onder een zeker voorbehoud. Om twee redenen is dit vaccin geen wondermiddel. Het beschermt niet tegen alle gevallen van baarmoederhalskanker, maar tegen 70 procent daarvan. In de tweede plaats geldt in Nederland de wet van de remmende voorsprong. Dankzij screening onder vrouwen heeft Nederland een van de laagste sterftepercentages aan deze ziekte.

Baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een seksueel overdraagbaar virus dat onregelmatig gevormde cellen kan aanmaken. Bijna 80 procent van de vrouwen krijgt het virus. Vaccinatie heeft dus slechts zin voordat meisjes seksueel actief worden. De mate van openlijke seksuele vrijheid in een land is geen bepalende factor voor het aantal sterfgevallen aan deze vorm van kanker, zo blijkt uit internationale vergelijkingen. Seksuele beperkingen worden ook meestal alleen opgelegd aan vrouwen en niet aan mannen die de virussen alsnog kunnen overdragen.

Het komt dus aan op preventieve medische programma’s en daar munt de Nederlandse medische sector internationaal gezien in uit. Dankzij tijdig ingrijpen na screening worden ruwweg 300 gevallen van baarmoederhalskanker voorkomen. Ongeveer 200 tot 250 van de 600 vrouwen die de ziekte wel krijgen, gaan er per jaar aan dood. Geschat wordt dat met vroegtijdige vaccinatie van meisjes nog 100 extra levens kunnen worden gered. Het extra voordeel van een vaccinatieprogramma is in Nederland dus geringer dan in landen met een hoger aantal doden. Een ander argument is dat de bijwerkingen van dit relatief nieuwe vaccin op de lange termijn nog onbekend zijn.

Het duurt gemiddeld twintig jaar voordat een virus baarmoederhalskanker heeft ontwikkeld, zodat de grootschalige effecten van een vaccin nog onbekend zijn. Het valt minister Klink (Volksgezondheid, CDA) daarom niet aan te rekenen dat hij wat meer tijd neemt voor zijn beslissing dan zijn collega’s in omringende landen met hogere sterftecijfers. Door een vaccinatieprogramma wordt het effect van regelmatige screening geringer. Het ene preventieprogramma heeft een effect op het ander. Misschien blijven vrouwen eerder weg bij oproepen tot een uitstrijkje omdat ze zich door het vaccin ten onrechte onkwetsbaar wanen en tegen de onzekerheid in de analyse opzien.

De afwegingen bij de invoering van het vaccin horen bij de ‘risicosamenleving’, waarbij de overheid verschillende risico’s op de dood indeelt en van een prijs voorziet. Op ieder gewonnen levensjaar staat een zekere prijs. Bij vaccinering is die aan de hoge kant. Toch is het de moeite waard om behoedzaam de sprong te wagen en dit vaccin in te voeren bij alle meisjes van twaalf. Baarmoederhalskanker komt veel voor onder vrouwen. Vaccinatie is even simpel als screening. Het sparen van waarschijnlijk honderd levens per jaar is wel enkele tientallen miljoenen euro’s per jaar waard.