Kabbelende dans met orgelmuziek op rubbersnippers

Dans Conny Janssen Danst met Sparring Partners. Gezien 30 maart, Orgelpark Amsterdam. Aldaar t/m 6/4. Tournee t/m 24/5. Info 010 4529912. of www.connyjanssendanst.nl.

Dans en orgelmuziek; het is geen alledaagse combinatie. Niet alleen omdat er praktische nadelen aan kleven – een kerkorgel kan lastig mee op tournee, om maar wat te noemen – maar vooral omdat het sacrale imago choreografen afschrikt.

Des te zinvoller dus dat de Stichting Orgelpark geregeld danskunstenaars uitnodigt om een stuk op orgelmuziek te maken in de gerenoveerde kerk aan de Amsterdamse Gerard Brandtstraat, waar vier (binnenkort vijf) van die monumentale instrumenten staan. En des te teleurstellender dat choreografe Conny Janssen, in plaats van een avontuurlijke keuze te maken uit de haar grotendeels onbekende orgelliteratuur, jazzpianist en orgelnovice Jeroen van Vliet heeft gevraagd een hapklaar werk voor haar te componeren.

Voor Van Vliet mag een wereld zijn opengegaan; of de orgelwereld op Van Vliet zit te wachten is vers twee. Zijn creatie is een nogal tam werk, waarin het goed rondzwemmen is, zonder al te veel ritmische dwang of andere sturing. Daar houdt Conny Janssen van en dat is zowel haar kracht als haar zwakte. In Sparring Partners, een choreografie voor twee vrouwen en vier mannen in eenvoudige zwarte kostuums, valt weer veel te genieten van slim georganiseerde beweging. De manier waarop Janssen bijvoorbeeld in inventieve duetten speelt met de vraag wie leidt – soms leidt de één, een seconde later de ander, en zo blijft het heen en weer gaan – of de vanzelfsprekende manier waarop zij sculpturale vormen kneedt uit trio’s: allemaal prachtig.

Er zijn ook genoeg tempowisselingen in Janssens soepele bewegingsfrases. Die kabbelen echter, met of zonder muziek, veertig minuten voort zonder ooit spannend te worden, wankelpassen en gekwelde gelaatsuitdrukkingen ten spijt. Het rubberschaafsel dat het speelvlak aan twee kanten begrenst, heeft in de voorstelling geen andere functie dan een decoratieve. Pas op het laatst, na een episode waarin het ensemble eensgezind bij elkaar staat uit te hijgen, verspreiden de dansers de rulle massa met hun voeten. Het resultaat, een aantal rechte, zwarte paadjes, is fraai. Maar wat de aanleiding voor deze exercitie is?

Het is de vraag wat er van dit alles overblijft tijdens de theatertournee, die met band zal worden begeleid. Wellicht weet collega-choreograaf Ronald Wintjens het geheel alsnog van een pointe te voorzien. Wintjens, die aan dit eerste deel meewerkte, en voor de tournee een choreografie van een kwartier zal toevoegen, zou dan de enige ware „sparring partner” voor Janssen zijn, want de muzikale uitdaging heeft zij voorbij laten gaan.