Het nieuws van 2 april 2008

Loyaal aan de gekte

Stiekem dromen veel journalisten ervan om ooit nog eens een president ten val te brengen (zie: Watergate) en worden filmliefhebbers opgewonden bij de gedachte dat journalisten (en soms advocaten) de laatste vrije cowboys zijn van de Westerse wereld. Dat zijn in ieder geval de clichés en genreconventies waarmee The Hunting Party vet speelt. In Nederland valt de film extra op, omdat oorlogsverslaggever Harald Doornbos er een bijrol in speelt en zijn ervaringen als journalistieke premiejager op de Servische oorlogsmisdadiger Radovan Karadzic losjes ten grondslag lag aan het scenario. Het resultaat is een vermakelijke, ongelijksoortige mix tussen een Balkan-burlesque à la Emir Kusturica (regisseur van onder meer Time of the Gypsies en Life is a Miracle) en een journalistieke thriller. En een ouderwetse buddy-film, over de verbitterde correspondent Simon Hunt (Richard Gere) en zijn trouwe cameraman Duck (Terrence Howard, tevens de verteller van het relaas). Tien jaar na de oorlog treffen ze elkaar in Bosnië om de beruchte `Fox` te pakken te krijgen. Voor een interview èn voor de prijs die er op z`n hoofd staat èn opdat het recht zijn loop zal krijgen. Zoals het hoort in het genre drijft The Hunting Party op vertrouwde voorspelbaarheid en fijn spel van de hoofdrolspelers. Richard Gere is enorm op dreef als de monomane reporter, soms net over the top, maar voordat hij daar aankomt ook geloofwaardig in zijn waanzin. Terrence Howard speelt met charme hoe in zulk soort situaties gezond verstand het altijd aflegt tegen idiote loyaliteit.