Wie ‘instapte’ tast nu in duister

Een eerste poging om een schikking te bereiken voor een aantal gedupeerden van beleggingspolissen heeft geen oplossing gebracht. Iedereen wil langdurige rechtszaken voorkomen.

Zomaar een voorbeeld. Een jong stel koopt in de zomer van 1999 een eigen huis. Kosten: 270.000 gulden (122.500 euro). Er moet een hypotheek komen. Op aanraden van de adviseur wordt het een beleggingshypotheek. Dan zijn de maandlasten lager dan bij een spaarhypotheek. En de historische rendementen zijn prachtig. Huizenkopers tevreden, financieel adviseur ook, want die strijkt een mooie provisie op.

Acht jaar later volgt de kater. Wie de afgelopen maanden de moeite nam een envelop van zijn verzekeringsmaatschappij te openen, zag voor het eerst hoe het precies zat met zijn woekerpolis – zoals beleggingshypotheken inmiddels heten. Eindelijk is duidelijk wat de eindstand bij afloop zal zijn. En hoeveel geld er helemaal niet belegd wordt, maar door verzekeringsmaatschappijen en tussenpersonen wordt opgestreken. Niks mooie rendementen en opgebouwd kapitaal, maar kosten, kosten en nog eens kosten. Het voorgespiegelde bedrag wordt bij lange na niet gehaald.

Sinds begin jaren negentig sloten 4,1 miljoen huishoudens in totaal 6,5 miljoen beleggingsverzekeringen af: een hypotheek, een koopsompolis, een levensverzekering, een lijfrente. Samen betaalden deze polishouders in 2006 zo’n 16 miljard euro aan premie op beleggingsverzekeringen.

Dit wordt een belangrijke maand in wat de woekerpolisaffaire is gaan heten. Zal er, zoals bij Dexia (Legiolease), jarenlang juridische strijd gevoerd worden? Of zijn verzekeraars bereid schikkingen te treffen met belangenorganisaties van gedupeerden?

De Stichting Verliespolis, een initiatief van de Vereniging Eigen Huis en de Vereniging van Effectenbezitters die inmiddels 80.000 gedupeerden vertegenwoordigt, onderhandelt sinds december met drie verzekeraars over een schikking die de verliezen deels moet compenseren. De Stichting maakte vanochtend bekend nog geen resultaat te hebben bereikt. Ze verwacht nu half april alsnog tot een akkoord te komen, hoewel ook dat een gang naar de rechter niet uitsluit. Advocaat Jurjen Lemstra van Verliespolis: „De hoop op een goede uitkomst is groot. Alle betrokkenen zien in dat een juridisch gevecht een heilloze weg is.”

Over drie weken begint de eerste rechtszaak over woekerpolissen – van de Stichting Woekerpolis Claim tegen verzekeraar Nationale-Nederlanden. Advocaat Jeroen Wendelgelst van Woekerpolis Claim: „De rechter kan vragen beantwoorden als: hoe transparant moet een verzekeraar zijn? En na een rechterlijke uitspraak krijgen verzekeraars meer behoefte hun reputatieschade te beperken.” De Stichting Woekerpolis Claim bereidt ook een zaak voor tegen de Rabobank, wegens de Op Maat Hypotheek. De aansprakelijkheid van tussenpersonen komt dan aan de orde.

Tenslotte worden eind deze maand de resultaten gepubliceerd van een feitenonderzoek, dat is besteld door het ministerie van Financiën. Daarin worden honderden producten van verzekeraars doorgelicht. Aan de hand daarvan moet de consument zelf kunnen vaststellen of hij slachtoffer is van een woekerpolis.

Hoe kon het zo misgaan? Iedereen weet toch dat een beleggingsverzekering meer risico’s met zich meebrengt dan een spaarrekening? Bij een forse koersdaling, zoals nu door de kredietcrisis, bestaat het risico dat je kapitaal deels verdampt – zo simpel is het.

Maar dat is niet het hele verhaal. Er is namelijk wel degelijk iets misgegaan bij de verzekeraars. Uit onderzoek van de Financiële Ombudsman, Jan Wolter Wabeke, bleek dat verzekeraars te veel kosten hebben berekend. Dat deden ze zonder dat die cliënten dat wisten of konden nagaan.

Die cliënten werden lekker gemaakt met fiscaal voordeel als belangrijkste argument: hypotheekrenteaftrek, fiscaal voordelig sparen. En dat, zegt hoogleraar openbare financiën Arnoud Boot, „is de overheid aan te rekenen”.

[Vervolg Woekerpolis: pagina 15]

Woekerpolis Gedupeerden zien hun inleg verdampen en realiseren zich niet dat ze jarenlang provisie aan tussenpersoon betalen

De verborgen kosten zijn het grootste probleem

[Vervolg Woekerpolis van pagina 1]

Arnoud Boot: „Die fiscale voordelen vertroebelden de markt. Ze dienden geen enkel ander doel dan spielerei voor verzekeraars. En uiteindelijk betaalt de cliënt die belasting toch, maar dan op het moment van uitkeren.”

De verzekeraars profiteerden fors. In brochures werd meestal wel vermeld dat er ook kosten met de verzekeringen gemoeid waren. Maar hoe hoog die waren en wat hun invloed was op het eindresultaat stond er niet bij of was verstopt in de kleine lettertjes die niemand leest. En dat die kosten vooral konden oplopen als de beurzen hun rendementen niet haalden, vertelden de verzekeraars al helemaal niet.

En ook de tussenpersonen – die door veel cliënten als onafhankelijke financiële adviseurs werden gezien – vertelden dat niet. Bijna niemand weet dat hij over de hele looptijd van een product provisie betaalt aan zijn tussenpersoon. En deze tussenpersonen kregen „perverse prikkels”, zoals Jurjen Lemstra van Verliespolis het uitdrukt: ze kregen van de verzekeraars veel meer provisie voor beleggingshypotheken dan voor traditionele hypotheken.

Zo ging het jaren goed – althans vanuit het perspectief van de verzekeraars gezien. Tót in 2001 de beurzen begonnen in te zakken toen de internetzeepbel uiteenspatte. En dus de rendementen op de beleggingspolissen inzakten.

Op zich kunnen verzekeraars er niets aan doen dat beurskoersen instorten. Maar ze zijn er wel te makkelijk vanuit gegaan dat het voorgestelde, historische rendement (van 8 procent) jaarlijks als gemiddelde zou worden gehaald. Lemstra: „Als je in de beginjaren ruim onder dat gemiddelde van 8 procent zit, haal je je eindkapitaal nooit.”

Maar het grootste probleem vormen de verborgen kosten, die ten koste gaan van het geld dat beschikbaar is voor beleggingen. Mensen zien hun inleg soms volledig opgaan aan allerlei kosten en aan de premies voor de overlijdensrisicoverzekering of de arbeidsongeschiktheidsverzekering, die vaak aan beleggingsproducten worden gekoppeld. Die premie is soms ook hoger dan mensen kwijt zouden zijn geweest als ze zo’n verzekering los hadden afgesloten.

Zo bouwden miljoenen mensen weinig of niets op. Soms zijn er zelfs participaties in beleggingsfondsen verkocht om de premies op te kunnen brengen. „Met een dergelijke kannibalisatie teer je wel heel snel in”, zegt Wendelgelst van Woekerpolis Claim.

Een voorstel van Financiële Ombudsman Jan Wolter Wabeke om de jaarlijkse kosten die verzekeraars mogen maken te maximeren op 3,5 procent, noemen beide stichtingen „onvoldoende”. Het zou verzekeraars zo’n 2 miljard euro kosten. Een koopje, menen de stichtingen. „Als verzekeraars 3,5 procent hanteren, valt alsnog driekwart van de gedupeerden buiten de boot”, zegt Wendelgelst.

Hoogleraar Boot „schat in” dat de verzekeraars uiteindelijk zullen schikken voor een bedrag dat tien keer zo hoog ligt als het voorstel van de ombudsman. Een schikking van 20 miljard euro dus. Verzekeraars willen, zegt Boot, „hier snel vanaf, wegens de reputatieschade”. De voortgang die beide stichtingen maken, lijken hem gelijk te geven. „We zijn ver in de onderhandelingen”, zegt Lemstra van Verliespolis. „Maar het gaat niet vanzelf. Het is nodig om continu druk te zetten.” En Wendelgelst van Woekerpolis Claim: „De verzekeraars willen dit graag achter zich laten.”

Intussen ziet hoogleraar Boot ook kansen. „Als ik een buitenlandse verzekeraar was, wist ik het wel. Mijn unique selling point zou worden: volledige transparantie. En dan zou ik op een Easyjet-achtige manier de Nederlandse markt openbreken.”

Meer over de woekerpolissen: www.nrc.nl/economie