Voor de groentenwinkel in Bangkok

Een ‘mahout’ (olifantenbegeleider) staat voor een groentenwinkel in het centrum van Bangkok om voer te kopen voor zijn olifant. Volgens natuurbeschermingsorganisaties leven er nog 5.000 Aziatische olifanten in Thailand, daarvan leven er nog 2.000 in het wild. Rond 1900 leefden er naar schatting honderdduizend in het land. In Thailand geldt de olifant als een bedreigde diersoort en is het dier officieel beschermd. Aziatische olifanten, te onderscheiden van de Afrikaanse olifant door onder meer hun kleinere oren, zijn lange tijd als arbeidskracht gebruikt in Thailand, bijvoorbeeld in de transport en houtkap. Nadat de houtkap in 1989 verboden werd in Thailand, raakten veel olifanten werkloos. De dieren worden tegenwoordig nog op een aantal manieren ingezet om geld te verdienen. Behalve bij de – nu illegale – houtkap, zetten mahouts hun olifant in om te bedelen op straat, of laten hen optreden in olifantenshows of -tours. Ook worden de dieren ingezet in de toeristenindustrie. Dierenbeschermingsorganisaties zeggen dat de olifanten vaak overwerkt, slecht gevoed, mishandeld en gedrogeerd zijn. De dieren lopen in drukke toeristengebieden, slapen in parken of onder viaducten.