Spuug met bubbels

Als je wilt weten van wat voor soort hout een klomp is gemaakt, kan een eenvoudige huis-tuin-en-keukentest uitkomst bieden.

Wilg. Foto Ietse Stokroos
Wilg. Foto Ietse Stokroos Stokroos, Ietse

Een timmerman uit het Groningse Feerwerd, Klaas-Jan Staal (33), liet me vorig jaar zijn nieuwe klompen zien. Het hout waaruit ze gesneden waren, kon ik niet thuisbrengen. Mijn neus kon het evenmin. „Populier”, zei hij en liet met een simpel testje zien hoe je populierenhout van wilgenhout onderscheidt. Hij pakte een klomp, spoog op de voorkant van de hak en blies op de achterkant van de hak. Het spuug op de voorkant schuimde als champagne.

Dat een populierenhouten klomp bruist en een klomp van wilg niet, had hij van zijn opa, een veehouder die het in de twintiger jaren van een klompenmaker in Hoogkerk had gehoord. Wilgenklompen zijn beter en duurder dan populierenklompen. De blaastest voorkomt dat je betaalt voor dure wilgenklompen en wordt afgescheept met de goedkopere van populier.

Op het elektronenmicroscopisch laboratorium van de RuG wilde Freark Dijk (hij draagt thuis klompen), meteen de proef op de som nemen. Hij haalde blokjes populier en wilg bij klompmakerij Scherjon in Noord-Bergum (Fr), sneed er kegeltjes van, duwde die in een slang, hield ze onder water en blies op de slang. Populier bruist, wilg niet. Toen sneed hij er dunne plakjes van. Op de dwarsdoorsnedes bleek het oppervlak van de vatholtes bij de populier groter (40 procent) dan bij de wilg (30 procent), maar de populier had smallere vaten dan de wilg. Maar waarom laat populier wél lucht door en wilg niet?

Houtanatoom Pieter Baas, emeritus hoogleraar systematische botanie op het Nationaal Herbarium Nederland in Leiden, kende de blaastest niet maar legt uit dat de gaatjes houtvaten zijn met een diameter van zo’n 0,1 mm waardoor in de levende boom water stroomt van de wortels naar de transpirerende bladeren. Deze buisjes zijn niet oneindig lang en variëren in lengte: het water wordt via zogeheten stippelmembraan-contacten van het ene vat naar het andere gesluisd. De schuimproef toont volgens Baas aan dat de vaten in de populier langer zijn dan in de wilg, omdat je geen lucht door stippelmembranen kan blazen. In het laboratorium werden in overlangs doorgesneden plakjes ‘thyllen’ gevonden: celuitgroeisels die de vaten verstoppen bij het ‘verkernen’ van hout. De thyllen zijn bij wilgen veel talrijker dan bij populieren. Het populiermonster uit de klompenmakerij bleek vrij van thyllen.

Na het zien van de foto’s geeft Baas met een amende honorable, ruiterlijk zijn ongelijk toe. „Mijn mooie interpretatie van verschillen in vatlengtes tussen populieren en wilgen kan naar het rijk der fabelen.” Hij erkent nu de alternatieve interpretatie van vatverstopping bij de wilg door thyllen. Zó kan de ‘thyllentest’ voorkomen dat ze je tillen als je klompen koopt: Eenvoud is het kenmerk van het ware.