Ze was in een grote rode boodschappentas gekropen

Ze dreigde er al weken mee, maar toch was ik niet voorbereid op het enorme verdriet dat ik voelde toen mijn poes Suus dan toch echt doodging.

Jarenlang had ik ze zachtjes uitgelachen, de mensen die grafjes voor hun huisdieren maakten en altaartjes met foto’s en halsbanden aanrichtten. Wat een idioten, dacht ik. Het waren toch maar dieren? En dieren gaan over het algemeen eerder dood dan jij, dat weet je van tevoren.

Zaterdagochtend kon ik Suus nergens vinden. Ze was in een grote rode boodschappentas gekropen. Haar achterpootjes staken eruit. Poep en plas had ze vrijelijk laten lopen.

Ik schrok, maar niet zo erg, want ze ademde nog en ik had haar wel vaker in dit soort posities aangetroffen.

In de auto naar de dierenkliniek begon ze met haar bekje open te ademen, en haar poten voelden vreemd. Ze keek me recht aan, wat ze nooit deed, want Suus hield niet zo van oogcontact. De dierenarts legde haar in een couveuse.

Nog steeds drong het niet tot me door dat ik met een lege mand naar huis zou gaan. Ik zag ze weleens, die mensen die bedremmeld en met rode ogen uit de spreekkamer van de dierenarts kwamen met hun zielige lege mand. „Wel schrikken, hè?” zei de assistente dan, en dan moesten ze nog afrekenen ook.

Toen ik even later moest besluiten of Suus dood moest – haar achterlichaam was afgestorven door een prop bloed – zei ik ja, maar toen de arts terugkwam met een injectiespuit raakte ik in paniek. Hoe kon ik zo snel beslissen over het leven van mijn lieve Suus, die me bij zoveel verdrietjes had getroost door tegen me aan te liggen en dom te spinnen, met wie ik jarenlang zo vredig had samengewoond? Over wie ik altijd grapte dat we samen thuis kantoor hielden en vergaderden op maandagochtend?

De arts verzekerde me ervan dat ik het juiste deed. Dat geloofde ik dan maar. Na het spuitje liet ze me alleen met de dode Suus, die ik nog van alles toefluisterde, iets wat ik vroeger in verhalen van anderen vast heel pathetisch had gevonden.

„Het is net zo moeilijk als bij mensen die doodgaan”, zei ik daarna met een behuild, besnot hoofd tegen de dierenarts. Tegelijkertijd wist ik: Aaf, dat is niet waar.

Maar nu voelt het nog even zo.

Aaf Brandt Corstius

Lees de eerdere columns van Aaf op www.nrcnext.nl/aaf

    • Aaf Brandt Corstius