Strijd in Irak grotendeels opgehouden

In shi’itische delen van Irak zijn de gevechten tussen het leger en het Leger van de Mahdi vanochtend grotendeels opgehouden nadat de geestelijke Muqtada Sadr zijn manschappen had opgedragen weer naar huis te gaan.

Maar Sadr, een anti-Amerikaanse nationalist, weigerde zijn strijders opdracht te geven hun wapens in te leveren, zoals de Iraakse regering had geëist. In de hoofdstad Bagdad werd vandaag het drie dagen geleden afgekondigde uitgaansverbod opgeheven; in de zuidelijke stad Basra, waar de strijd begon, ten dele.

De gevechten, die werden gezien als onderdeel van een shi’itische machtsstrijd, begonnen een week geleden nadat de eveneens shi’itische premier Nouri al-Maliki het leger opdracht een eind te maken aan de gewapende aanwezigheid van milities en criminele bendes in Basra. Maar alleen het Leger van de Mahdi was doelwit van het offensief, dat overigens snel vastliep. Grote delen van Basra worden volgens correspondenten ter plaatse nog steeds door het Leger van de Mahdi beheerst, hoewel de regering zegt dat zij de stad grotendeels controleert.

De strijd breidde zich snel uit naar andere zuidelijke steden en naar shi’itische delen van Bagdad. In totaal zijn bij de gevechten naar schatting ongeveer 400 doden en honderden gewonden gevallen. Het Amerikaanse en het Britse leger werden uiteindelijk genoodzaakt het Iraakse leger in Basra en elders gewapende steun te geven.

Vanochtend werden wel nog op beperkte schaal schermutselingen gemeld in shi’itische wijken van Bagdad. Sadr City, de twee miljoen inwoners tellende machtsbasis van Muqtada Sadr, bleef afgegrendeld door Iraakse en Amerikaanse legereenheden. Ook werden weer raketten en mortieren afgeschoten op de Groene Zone in Bagdad, waar Iraakse regeringsinstanties en de Amerikaanse ambassade zijn gevestigd. Er vielen geen slachtoffers. Deze beschietingen worden beschouwd als het werk van het Leger van de Mahdi.

In zijn bekendmaking, die via shi’itische moskeeën in Bagdad en het zuiden werd verspreid, liet Muqtada Sadr gisteren weten dat er geen sprake van kan zijn dat zijn strijders hun wapens inleveren, zoals de regering heeft geëist. Verder eiste hij dat de regering haar militaire operaties stopzet.

Een woordvoerder van premier Maliki verwelkomde Sadrs bekendmaking als „steun voor de inspanningen van de Iraakse regering om veiligheid op te leggen”. Hij liet zich niet uit over Sadrs weigering zijn wapens in te leveren die betekent dat het Leger van de Mahdi intact blijft. Volgens medewerkers van Sadr heeft de regering daarentegen toegezegd geen arrestaties meer te verrichten onder zijn aanhangers en een recente amnestiewet ook toe te passen op strijders van het Leger van de Mahdi. Volgens sadristen profiteren tot dusverre vooral sunnieten van de amnestie. (Reuters, AFP, AP)