Stevige Cincotti is niet langer de zoet kwelende braverik

Jazz Peter Cincotti. Gehoord: 29/3 Paradiso, Amsterdam.

Staan zijn croonende vakbroeders vooral legendarische voorgangers te imiteren, de New Yorkse Peter Cincotti (24) heeft altijd meer in huis gehad. Hij is een goed getrainde pianist, een begenadigde zanger en als componist geeft hij diepgang en inhoud aan zijn liedjes. Al sinds jonge leeftijd -–op zijn zevende is hij door Harry Connick Jr. ontdekt – treedt Cincotti op en werkt hij aan zijn muziek. De zanger maakte twee jazzalbums waarop hij het stof afblies van oude songs en stond als jongste soloartiest ooit (toen 19 jaar) bovenin de jazzlijsten.

En toch, het grote succes blijft uit. Ook nu Cincotti een frappante ontwikkeling doormaakt: het muzikale wonderkind van de jazz neemt opeens afstand van het American Songbook-repertoire en slaat nadrukkelijk de poprichting op. Weg zijn Gershwin en Porter. Weg ook de maatpakken die hem vroeg-volwassen maakten. Speelsere, vlotte looks en zelfgeschreven popsongs – het lijkt het recept van slimme marketeers aansluitend bij de heersende popjazztrend.

Maar gek genoeg ontbeert Cincotti-nieuwe stijl met zijn opmerkelijke meer op pop gestoelde cd East of Angel Town nog steeds dé hit. Het zal dan ook de verklaring zijn voor het feit dat Paradiso bij Cincotti’s concert zaterdag voor een kwart gevuld was en tenauwernood was opgevuld met stoelen. Bij opkomst leek de musicus even overrompeld en besloot zich vervolgens niet te laten kennen. Wacht maar.

Na een olijk scheef pianoloopje in New Orleansstijl zette hij met zijn band als een mokerslag in met vette synthesizers, elektrische gitaar, bas en powerdrums – een substituut voor zijn jazzkwintet. Angel Town ontpopte zich tot een pompeus poprocknummer waarin de drums knalde en de gitaar jankte. En ook de nummers die volgden – Make it Out Alive, Man on a Mission, UBU en Witch’s Brew kenden een bijzonder stevige opbouw. Het verschil tussen jazzclub of poptempel was duidelijk.

Aan de vleugel en een paar momenten op het keyboard toonde Cincotti zich losser en groovender dan ooit. Hij draaide alle registers open met wilde vingerzettingen. In zijn nieuwe repertoire, dat origineel verhalende teksten bevat, hebben alleen de improvisaties nog een spoor van jazz.

Het was wennen voor wie de zoet kwelende braverik van weleer had verwacht. De vergelijking met de speelse popjazz van Jamie Cullum drong op, maar met melodramatische popballades herinnerde Cincotti vooral aan een jonge Billy Joel of Elton John.